Rechtspraak
[V] Tankstations B.V./werkneemster
Feiten
Werkneemster is met ingang van 1 juni 2008 in dienst getreden bij werkgever. Van 10 augustus 2016 tot en met 11 januari 2017 was werkneemster ziek. Aansluitend heeft zij zwangerschapsverlof genoten. Werkgever heeft meermaals tevergeefs per telefoon, voicemail en app-berichten geprobeerd om in contact te komen met werkneemster, onder andere in verband met de voortzetting van de werkzaamheden na het zwangerschapsverlof. Op 25 april 2017 – het zwangerschapsverlof zou eindigen op 3 mei 2017 – heeft werkgever aan werkneemster bij aangetekende brief verzocht om uiterlijk voor 1 mei 2017 telefonisch contact op te nemen en haar gewaarschuwd voor een loonopschorting. Werkneemster heeft na een gesprek met werkgever een aantal dagen 2 uur gewerkt. Op 29 mei 2017 ontving werkgever van werkneemster een SMS-bericht, waarbij zij zich volledig ziek meldde. Op 5 juli 2017 kreeg werkgever van AON Verzuimadvies het bericht dat werkneemster zonder kennisgeving niet was verschenen op de afspraak met de bedrijfsarts. Op 10 juli 2017 heeft werkgever aan werkneemster per aangetekende brief en per e-mail medegedeeld dat de loondoorbetaling wordt opgeschort, omdat werkneemster zich niet heeft gehouden aan de geldende verzuimvoorschriften bij ziekte en meer in het bijzonder omdat zij niet reageert op oproepen van AON Verzuimbeheer, de bedrijfsarts en het UWV. Werkgever heeft de loondoorbetaling per 1 juli 2017 opgeschort. Op 15 september 2017 vindt tussen werkgever en werkneemster een SMS-wisseling plaats waarin werkneemster heeft toegezegd contact op te nemen met het UWV en AON Verzuimbeheer. Tot op de dag van vandaag is dat niet gebeurd. Het UWV heeft per brief van 19 december 2017 te kennen gegeven geen deskundigenoordeel te kunnen geven, omdat zij geen contact met de werkneemster heeft kunnen krijgen. Op 29 december 2017 heeft de raadsman van werkgever werkneemster per brief en per e-mail verzocht om binnen 7 dagen contact op te nemen om de ontstane situatie te bespreken en aangekondigd dat indien niets van werkneemster zou worden vernomen een ontbindingsprocedure zou worden opgestart. Werkgever verzoekt de arbeidsovereenkomst te ontbinden op grond van (ernstig) verwijtbaar handelen en/of nalaten, zonder toekenning van een transitievergoeding.
Voldragen e-grond
Nu het verzoek om ontbinding is gegrond op het zonder deugdelijke grond door de werkneemster niet nakomen van – kort gezegd – haar re-integratieverplichtingen, dient werkgever werkneemster schriftelijk te hebben aangemaand tot nakoming van haar verplichtingen en een loonstop te hebben ingesteld. Dat heeft werkgever meermaals gedaan. Daarnaast dient werkgever een verklaring van een deskundige als bedoeld in artikel 7:629a BW over te leggen. Het UWV heeft per brief van 19 december 2017 te kennen gegeven geen deskundigenoordeel te kunnen geven, omdat zij geen contact met werkneemster heeft kunnen krijgen. Werkneemster heeft niet gereageerd op correspondentie, zodat het niet overleggen hiervan geen reden vormt om het verzoek af te wijzen. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de door werkgever naar voren gebrachte feiten en omstandigheden een redelijke grond voor ontbinding op, zoals bedoeld in artikel 7:669 lid 3 onderdeel e BW. Werkneemster heeft – ondanks daartoe door werkgever diverse keren schriftelijk te zijn aangemaand en ondanks het doorvoeren van een loonstop – in het geheel niet voldaan aan de op haar rustende re- integratieverplichtingen. Uit de onder rechtsoverweging 2 vermelde feiten blijkt genoegzaam dat werkneemster – ondanks de vele inspanningen van werkneemster – ieder contact blijft mijden.