Naar boven ↑

Rechtspraak

appellant/Stichting Pensioenfonds
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 13 maart 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:1092

appellant/Stichting Pensioenfonds

Indexatie moet worden gekwalificeerd als een voorwaardelijke, omdat het pensioenreglement ‘het principe’ kent van indexering. Dat moet worden gelezen als ‘uitgangspunt’, dus behoudens uitzonderingen.

Feiten

Appellant is vanaf 1986 op basis van een arbeidsovereenkomst werkzaam geweest voor de toenmalige maatschap X. Appellant is toen deelnemer geworden in de pensioenregeling van X die was vastgelegd in een pensioenreglement van 1981. Bij brief van 2 december 1991 heeft de maatschap appellant medegedeeld dat het pensioenreglement per 1 januari 1992 een indexering kende. Op 31 oktober 1994 is een pensioenreglement tot stand gekomen waarvan de ingangsdatum met terugwerkende kracht is vastgesteld op 1 januari 1992. Deze pensioenregeling werd ondergebracht in een nieuwe stichting, de Stichting Pensioenfonds Y. Omstreeks 2001 zijn de pensioenverplichtingen van de Stichting Pensioenfonds Y overgegaan op het pensioenfonds. Het pensioenfonds heeft alle pensioenverplichtingen per 1 januari 2012 overgedragen aan Zwitserleven. Appellant en appellante hebben in eerste aanleg gevorderd voor recht te verklaren dat zij recht hebben op prijsindexering van het premievrije pensioen bij het pensioenfonds overeenkomstig het pensioenreglement van 1 januari 1992 en te bepalen dat het pensioenfonds jegens hen toerekenbaar tekort is geschoten in de uitvoering van het pensioenreglement, met veroordeling van het pensioenfonds in de proceskosten. Daartoe hebben zij aangevoerd dat een onvoorwaardelijke indexering is toegezegd en dat het pensioenfonds daaraan niet heeft voldaan. Het pensioenfonds heeft daartegen vooropgesteld dat de indexatieregeling altijd voorwaardelijk is geweest. De kantonrechter heeft appellante niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen en alle vorderingen van appellant afgewezen. Tegen dit oordeel keren appellant en appellante zich in hoger beroep.

Oordeel

De vorderingen van appellant zijn gebaseerd op de stelling dat zijn pensioenrechten geïndexeerd hadden moeten worden. Voor de vraag of het pensioenfonds zijn verplichtingen tot indexatie al dan niet heeft nageleefd, acht het hof doorslaggevend hetgeen in het pensioenreglement van 1994 daarover is bepaald. Het hof is van oordeel dat de brief van 2 december 1991 van maatschap X niet kan worden beschouwd als een toelichting op het pensioenreglement. Evenmin kan daaruit een voldoende kenbare bedoeling worden gedestilleerd van de indexeringsbepaling, omdat ná die brief nog besprekingen hebben plaatsgevonden over de reikwijdte van de beoogde indexering. Immers, volgens appellant is de personeelsraad op 6 mei 1993 niet akkoord gegaan met de redactie van het voorgestelde artikel 16 van het pensioenreglement waarin de zinsnede was opgenomen dat er wordt gestreefd naar indexatie. Nu over de totstandkoming van de redactie van artikel 16 van het pensioenreglement weinig bekend is, kan uit het verzet van de personeelsraad tegen de zinsnede dat wordt gestreefd naar indexatie, niet worden afgeleid dat de indexering is bedoeld als een onvoorwaardelijke. De indexering moet worden gekwalificeerd als een voorwaardelijke. Het hof acht daartoe doorslaggevend dat in de eerste zin van artikel 16 is opgenomen dat de pensioenregeling ‘het principe’ kent van indexering en vervolgens in die zin is opgenomen ‘na de actuaris te hebben geraadpleegd’. Het hof is van oordeel dat ‘principe’ moet worden gelezen als ‘uitgangspunt’, dus behoudens uitzonderingen. Het hof is verder van oordeel dat niet valt in te zien wat het nut is van het raadplegen van een actuaris, wanneer het zou gaan om een onvoorwaardelijke indexering. Het hof kan de zinsnede ‘na raadpleging van de actuaris’ niet anders opvatten dan dat de actuaris zal moeten beoordelen of gronden bestaan om een uitzondering te maken op de hoofdregel, zoals bijvoorbeeld meer in het bijzonder een situatie waarin indexering vanwege de financiële situatie van het pensioenfonds onverantwoord zou zijn.