Naar boven ↑

Rechtspraak

appellant/DJI
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 20 maart 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:2690

appellant/DJI

Frauderende ex-werknemer heeft geen belang bij schorsing tenuitvoerlegging vonnis dan wel bij nietigverklaring, vernietiging of schorsing geheimhoudings-, concurrentie- en/of boetebeding.

Feiten

Appellant was van 7 april 2014 tot en met 28 februari 2015 in dienst bij DJI als vestigingsmanager op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In deze overeenkomst zijn een geheimhoudingsbeding, een relatie-/concurrentiebeding en een aan voormelde bedingen gekoppeld boetebeding opgenomen. In de beëindigingsovereenkomst is bepaald dat de genoemde bedingen onverminderd blijven gelden. DJI heeft appellant in rechte betrokken in kort geding, omdat appellant zichzelf volgens DJI heeft verrijkt ten koste van DJI en omdat appellant door schending van het geheimhoudingsbeding en het relatie-/concurrentiebeding contractuele boetes is verbeurd ten gunste van DJI. In eerste aanleg zijn de vorderingen van appellant afgewezen. Appellant concludeert in hoger beroep tot primair schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad, subsidiair tot nietigverklaring, dan wel vernietiging, dan wel schorsing, dan wel buitenwerkingstelling en meer subsidiair tot een verbod voor DJI om zich te beroepen op de bedingen.

Oordeel

Het hof stelt voorop dat bij de beoordeling of de tenuitvoerlegging moet worden geschorst, een belangenafweging moet worden gemaakt tussen partijen. Appellant heeft aangevoerd dat het vonnis berust op één of meer feitelijke en/of juridische misslagen. Dat de kantonrechter is uitgegaan van de geldigheid van het geheimhoudingsbeding, relatie- en concurrentiebeding, met voorbijgaan aan de buitengerechtelijke vernietigingshandeling door appellant, is niet evident onjuist. Voorts zou appellant verkeren in een financiële noodtoestand. Dit heeft hij echter volgens het hof onvoldoende onderbouwd. Verder overweegt het hof dat indien de beslissing de veroordeling tot betaling van een geldsom betreft, het belang van de schuldeiser bij handhaving van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad in beginsel gegeven is. Het belang van appellant bij behoud van de bestaande toestand weegt niet op tegen dit belang. Nietigverklaring of vernietiging vallen vanwege hun declaratoire of constitutieve karakter buiten het bereik van artikel 223 Rv (provisionele vordering). De vorderingen tot schorsing en buitenwerkingstelling (die gezamenlijk worden behandeld) voldoen aan het connexiteitsvereiste. Ten aanzien van het relatiebeding en het concurrentiebeding overweegt het hof dat deze bedingen hun werking in ieder geval hebben verloren vanaf 1 maart 2016 en dat door appellant niet is onderbouwd waarom hij belang heeft bij de schorsing van de bedingen. Het geheimhoudingsbeding behoudt naar zijn aard zijn werking na afloop van het dienstverband. Het hof schaart zich voorlopig eveneens achter het oordeel van de kantonrechter dat appellant het geheimhoudingsbeding eenmaal heeft overtreden door alle prijslijsten van DJI naar zijn privé-e-mailadres te sturen, zodat DJI belang heeft bij handhaving van het beding. De meer subsidiaire vordering wordt, evenals de overige vorderingen, afgewezen, aangezien hierin geen afzonderlijke grondslag is opgenomen.