Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/werkgever
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 14 mei 2009
ECLI:NL:RBSHE:2009:6888

werknemer/werkgever

Heeft arbeidsongeschikte werknemer zelf ontslag genomen? Bewijsopdracht voor werkgever, iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Oordeel

In het tussenvonnis heeft de kantonrechter aangegeven dat hij er om redenen van proceseconomie aanleiding toe ziet werknemer in de gelegenheid te stellen zijn stellingen ter zake van de – voorshands aldus begrepen – gestelde arbeidsongeschiktheid en situatieve arbeidsongeschiktheid, voorzien van relevante bescheiden, in een conclusie na comparitie nader uit te werken. De kantonrechter begrijpt voorshands dat werknemer zich thans op het standpunt stelt dat hij tot eind maart 2008 arbeidsongeschikt was, en dus niet – zoals de kantonrechter blijkens het tussenvonnis voorshands had begrepen – arbeidsongeschikt tot en met oktober 2007, en vervolgens situatief arbeidsongeschikt van november 2007 tot 1 maart 2008. In ieder geval is duidelijk dat in de stellingen van werknemer het standpunt wordt betrokken dat het bepalende moment zich op 29 juni 2007 heeft afgespeeld, het moment waarop – aldus werknemer – het door hem gestelde arbeidsconflict is ontstaan door de opstelling van de heer X – aldus werknemer – door werknemer met stemverheffing aan te spreken, werknemer onder druk te zetten, hem ‘een ontslagdocument’ in de Nederlandse taal voor te houden en te weigeren voor een vertaling te zorgen. Volgens werknemer was sprake van een uit de hand gelopen ruzie. Werkgever heeft – wederom – ontkend dat op 29 juni 2007 sprake is geweest van ruzie, gesteld dat sprake was van een redelijk kalm gesprek, waarbij aan werknemer geen ontslagdocument is voorgehouden en waarna werknemer niet in zwaar overspannen toestand het gebouw heeft verlaten. In het licht van de nader betrokken stellingen en de centrale rol die door werknemer aan de gang van zaken op 29 juni 2007 wordt toegedicht, ligt het in de rede dat de kantonrechter eerst werkgever in de gelegenheid zal stellen te bewijzen dat werknemer zelf ontslag heeft genomen op 29 juni 2007. Eerst zodra duidelijk is geworden of werknemer daadwerkelijk zelf ontslag heeft genomen, kan vervolgens verder worden geoordeeld over de stellingen van werknemer. Voorshands ligt thans, indien eigen ontslagname niet blijkt, nader getuigenbewijs niet in de rede maar veeleer een deskundigenonderzoek naar de arbeids(on)geschiktheid van werknemer in de relevante periode. Overigens zal dan wel eerst duidelijk moeten worden of, gezien het door werkgever alsnog gedane beroep op niet-ontvankelijkheid van werknemer vanwege het ontbreken van een verklaring ex artikel 7:629a BW en het vervolgens door werknemer gedane beroep op de tweede uitzondering van artikel 7:629a lid 2 BW, werkgever vóór de procedure op enig moment de ziekte respectievelijk arbeidsongeschiktheid van werknemer heeft betwist, zoals het geval werd geacht in de reeds in het tussenvonnis genoemde uitspraak van de Hoge Raad van 15 juni 2007. Dit klemt temeer nu de kantonrechter uit het gewijzigde standpunt van werknemer begrijpt dat werknemer zich voorshands voor de hele relevante periode beroept op artikel 7:629 BW. De zaak zal worden verwezen. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.