Naar boven ↑

Rechtspraak

Balanz facilitair B.V./werkneemster
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 24 april 2018
ECLI:NL:RBLIM:2018:3926

Balanz facilitair B.V./werkneemster

Verzoek tot ontbinding van arbeidsovereenkomst op e-grond toegewezen. Werkneemster – ondanks oproeping bij exploot – niet verschenen.

Feiten

Werkneemster is op 6 december 2012 krachtens arbeidsovereenkomst voor thans onbepaalde tijd bij Balanz in dienst getreden als schoonmaakster. Op 20 november 2017 heeft werkneemster zich ziek gemeld. In de periode na die ziekmelding heeft de objectleider van Balanz meerdere malen getracht telefonisch contact te krijgen met werkneemster, zonder resultaat. Bij brief van 4 december 2017 is werkneemster verzocht om contact op te nemen met de objectleider. Werkneemster heeft geen contact opgenomen. Op 7 december 2017 is de objectleider op huisbezoek gegaan, maar werkneemster is niet aangetroffen. Bij brief van 8 december 2017 is werkneemster nogmaals verzocht om contact op te nemen met de objectleider. Ook is aangegeven dat de betaling van het loon wordt opgeschort indien werkneemster niet reageert. Werkneemster heeft wederom geen contact opgenomen met Balanz. Bij brief van 14 december 2017 is de aangekondigde loonopschorting aan werkneemster bevestigd en wederom – zonder resultaat – gevraagd om contact op te nemen met de objectleider. Ook op een brief van 19 januari 2018 heeft werkneemster niet gereageerd. Bij brief van 6 maart 2018 heeft Balanz nogmaals met klem aan werkneemster verzocht om contact op te nemen en aangekondigd dat – bij het uitblijven van een reactie van werkneemster – een ontslagprocedure in gang wordt gezet. Balanz verzoekt om de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst te ontbinden, wegens ‘verwijtbaar handelen en/of nalaten’ van werkneemster.

Oordeel

Vooropgesteld wordt dat door de betekening van het verzoekschrift bij exploot, werkneemster in ieder geval in kennis moet zijn gesteld van het tegen haar gerichte verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst en de datum waarop de voortgezette mondelinge behandeling van dat verzoek zou plaatsvinden. Op grond daarvan kan tegen de niet verschenen werkneemster verstek verleend worden. Ondanks de ziekmelding van werkneemster is niet gebleken dat het onderhavige verzoek daarmee verbandhoudt. Evenmin is gebleken dat er bijzondere opzegverboden als bedoeld in artikel 7:670 BW of met deze opzegverboden naar aard en strekking vergelijkbare opzegverboden in een ander wettelijk voorschrift gelden. Werkneemster heeft geen verweer gevoerd tegen de verzochte ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de ‘e-grond’, zodat strikt genomen alleen al daarom de ontbinding op die grond kan worden uitgesproken. Daar komt bij dat het vanaf 4 december 2017 door de werkneemster op geen enkele wijze reageren op verzoeken van de werkgever om met hem in contact te treden en het vanaf die datum zonder enig bericht van verhindering niet meer verschijnen op de werkplek, als verwijtbaar handelen en/of nalaten in de zin van artikel 7:669 lid 3, onderdeel e, BW is aan te merken. Het vorenstaande brengt mee dat er sprake is van een redelijke grond voor ontbinding als bedoeld in artikel 7:671b lid 1, onderdeel a, BW, in verbinding met artikel 7:669 lid 1 en 3, onderdeel e, BW. Het al dan niet kunnen herplaatsen van de werkneemster speelt, gelet op de grond van de ontbinding van de arbeidsovereenkomst, geen rol. Aangezien er aan de ontbinding van de arbeidsovereenkomst geen vergoeding wordt verbonden, behoeft Balanz niet in de gelegenheid te worden gesteld om haar verzoek in te trekken en kan aanstonds een eindbeschikking worden gegeven.