Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 25 april 2018
ECLI:NL:RBMNE:2018:1888
werknemer/EBN B.V.
Feiten
Werknemer is op 1 juli 2009 voor onbepaalde tijd in dienst getreden van EBN in de functie van reporting & control specialist. Op de in 2009 door partijen gesloten arbeidsovereenkomst is de regeling arbeidsvoorwaarden van 1 januari 2008 (RA 2008) van toepassing verklaard. In 2012 heeft EBN besloten de RA 2008 te wijzigen. De wijzigingen zijn in twee fasen doorgevoerd. Na instemming van de ondernemingsraad is per 1 januari 2013 een nieuwe beloningssystematiek ingevoerd. Werknemer heeft aanvankelijk bezwaar gemaakt tegen de nieuwe beloningssystematiek, maar heeft bij e-mail van 20 december 2012 aan EBN laten weten het met de voorgestelde salarisconversie eens te zijn. Begin 2013 heeft EBN de overige wijzigingen van de regeling arbeidsvoorwaarden doorgevoerd. De OR heeft op 12 april 2013 met de nieuwe regeling arbeidsvoorwaarden (RA 2013) ingestemd. Op 15 april 2013 heeft verzoeker een nieuwe arbeidsovereenkomst voor akkoord ondertekend. In artikel 15 van deze arbeidsovereenkomst is opgenomen dat werknemer verklaart de regeling arbeidsvoorwaarden te hebben ontvangen en met de inhoud daarvan akkoord te zijn. Op 28 april 2015 is werknemer arbeidsongeschikt geraakt. Op 1 juni 2017 heeft EBN het UWV om toestemming verzocht om de arbeidsovereenkomst met werknemer te mogen opzeggen wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Het UWV heeft deze toestemming verleend, waarna EBN de arbeidsovereenkomst met werknemer bij brief van 24 juli 2017 heeft opgezegd tegen 30 september 2017. Bij brief van 27 juli 2017 heeft EBN werkgever een specificatie van de eindafrekening toegezonden. Werknemer heeft bij brief van zijn gemachtigde van 28 november 2017 bezwaar gemaakt tegen de eindafrekening.
Oordeel
Werknemer heeft gesteld dat bij de berekening van het vakantieloon niet enkel de vakantietoeslag bij het uurloon dient te worden opgeteld, maar ook de gemiddelde bonus en het werkgeversdeel pensioenpremie. EBN is volgens werknemer zowel bij de uitbetaling van bovenwettelijke vakantiedagen tijdens het dienstverband, als bij de uitbetaling van vakantiedagen bij het einde van de arbeidsovereenkomst uitgegaan van een verkeerd uurloon. EBN heeft zich bereid verklaard het vakantieloon van werknemer te vermeerderen met een bedrag aan gemiddelde bonus per uur. De kantonrechter constateert dat de hoogte van de tijdens het dienstverband door EBN aan werknemer uitgekeerde bonussen jaarlijks aanzienlijk verschilt en dat de bonussen over 2013 en 2014 er voor werknemer in positieve zin uitschieten. Gelet op de grote verschillen in uitgekeerde bonussen geeft een referteperiode van 12 of 24 maanden, zoals werknemer bepleit, geen representatief beeld van de door hem ontvangen bonussen tijdens zijn dienstverband. Bij de berekening van de gemiddelde bonus per uur dient derhalve te worden uitgegaan van een langere referteperiode. De door EBN gehanteerde periode van vijf jaar acht de kantonrechter niet onredelijk. Ten aanzien van de vraag of het werkgeversdeel pensioenpremie in de vergoeding voor niet genoten vakantiedagen moet worden meegenomen, geldt het volgende. Hoewel bij de uitbetaling van vakantiedagen een ruim loonbegrip dient te worden gehanteerd, is pensioenpremie strikt genomen geen loon dat door werkgever aan de werknemer wordt voldaan ter zake van bedongen arbeid. Het gaat immers om een vergoeding aan een derde, de pensioenuitvoerder, en niet aan de werknemer zelf. De verschuldigde premie is weliswaar niet direct aan te merken als loon, maar is wel een aanspraak die samenhangt met de arbeidsovereenkomst. Het feit dat er een arbeidsovereenkomst met de werknemer bestond, is gedurende het dienstverband immers steeds de reden geweest dat EBN pensioenpremie moest afdragen. In het onderhavige geval kan evenwel niet worden vastgesteld dat werknemer bij de uitbetaling van niet genoten (wettelijke en bovenwettelijke) vakantiedagen zonder dat daarbij het werkgeversdeel van de pensioenpremie is betrokken, in een nadeliger positie is komen te verkeren dan bij het opnemen van die vakantiedagen. Werknemer heeft onvoldoende gemotiveerd gesteld dat de uitbetaalde vergoeding voor niet genoten (wettelijke en bovenwettelijke) vakantiedagen gevolgen heeft voor de berekening en opbouw van zijn pensioen.