Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 10 april 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:6113
Werknemer/Securitas Beveiliging B.V.
Feiten
Werknemer is in dienst getreden bij PreNed Beveiliging, dat in 2006 is gefuseerd met Trigion Beveiliging. Op 7 december 2017, omstreeks 9.30 uur, heeft werknemer aan twee collega’s, van wie er een in dienst is van RBO en de ander in dienst is van werkgever, een reeks van ongeveer 33 humoristisch bedoelde filmpjes op zijn mobiele telefoon getoond. De reeks filmpjes was werknemer in een (1) bestand toegezonden door een bekende van werknemer. Ongeveer halverwege de reeks filmpjes bevond zich een filmpje van ongeveer 40 seconden lang, waarop een ogenschijnlijk minderjarige jongen en een volwassen vrouw seksuele handelingen met elkaar verrichten in een humoristisch bedoelde setting in een Afrikaans land. De collega van werknemer, die in dienst is bij RBO, heeft het voorval gemeld bij zijn leidinggevende, die op zijn beurt het voorval heeft gemeld bij werkgever. Omstreeks 14.00 uur op 7 december 2017 is werknemer bij de teamleider geroepen en is hij in het bijzijn van twee managers van RBO en van twee politieagenten gehoord. Werknemer heeft tijdens het gesprek zijn mobiele telefoon aan de agenten afgestaan voor onderzoek. Tijdens dit gesprek is werknemer mondeling door werkgever, hangende het onderzoek naar het voorval, geschorst. In de middag van 8 december 2017 is werknemer mondeling door werkgever ontslag op staande voet aangezegd. Bij brief van 5 januari 2018 (productie 8 van de zijde van werknemer) laat de korpschef van politie te Amsterdam onder meer aan werknemer weten (voor zover relevant) dat de legitimatie van werknemer voor een beveiliger wordt ingetrokken, maar dat niet wordt overgegaan tot strafvervolging. Werknemer verzoekt onder meer vernietiging van het ontslag op staande voet.
Oordeel
De kantonrechter passeert meteen de stelling van werknemer dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is gegeven. Zoals de korpschef van politie van Amsterdam ook in haar brief van 5 januari 2018 schrijft, zal werknemer niet worden vervolgd, waardoor niet zal komen vast te staan dat hij zich aan een misdrijf heeft schuldig gemaakt. Niettemin is het tonen van kinderpornografisch beeldmateriaal, ook zonder dat in rechte komt vast te staan dat werknemer een misdrijf heeft gepleegd, naar het oordeel van de kantonrechter een ontoelaatbare handeling. Het tonen van de beelden vond plaats in de pauze van werknemer. Het tonen van de beelden vond echter plaats in de meldkamer van de ministeries, waar werknemer en zijn collega’s werkzaam waren. Niet is gebleken dat de collega’s ook pauze hadden. In ieder geval waren de collega’s in enigerlei mate geschokt door het zien van de beelden, waardoor het aannemelijk is dat zij hun beveiligingswerkzaamheden enige tijd, hoe kort wellicht ook, niet naar behoren hebben kunnen uitoefenen. Juist in een meldkamer is het van belang dat er te allen tijde volledige waakzaamheid van de werkzame beveiligingsbeambten is. Door het tonen van de beelden heeft werknemer ten minste het risico opgeroepen dat die waakzaamheid enige tijd verzwakt is geweest. Vervolgens acht de kantonrechter van belang, zo niet doorslaggevend, dat werknemer met de aard van de filmpjes bekend was, althans daarmee bekend kon zijn. Daardoor heeft werknemer een situatie laten ontstaan dat zijn collega’s ongewenst werden blootgesteld aan kinderpornografische beelden en heeft bij bovendien het risico in het leven geroepen dat zijn collega’s zodanig zouden worden afgeleid van hun beveiligingstaken, dat zij die niet meer naar behoren konden uitoefenen. Op grond van het voorgaande acht de kantonrechter de feiten en omstandigheden van dien aard, dat werkgever op terechte gronden werknemer op staande voet heeft ontslagen en een juiste afweging heeft gemaakt ten aanzien van de zwaarte van de sanctie, wat niet wegneemt dat de gevolgen voor werknemer bepaald ernstig en ingrijpend zijn.