Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Workaround B.V.
Rechtbank Gelderland (Locatie Nijmegen), 9 maart 2018
ECLI:NL:RBGEL:2018:2479

werknemer/Workaround B.V.

Bij uitzendconstructies is het irrelevant wie feitelijk instructiebevoegdheid geniet; het gaat om de rechtsverhouding waaraan de instructiebevoegdheid is ontleend. Ontbindingsverzoek afgewezen omdat arbeidsovereenkomst reeds van rechtswege is geëindigd. Uitzender snijdt zichzelf in de vingers door (extra) cao van toepassing te verklaren.

Feiten

Tussen werknemer en het Uitzendbureau bestaat een arbeidsovereenkomst fase A. Op de arbeidsovereenkomst is de ABU-cao van toepassing. Op 13 juli 2015 ontvangt werknemer een uitzendbevestiging voor uitzending naar bedrijf X. In die bevestiging is onder meer opgenomen dat werknemer beloond zal worden conform de CAO Beroepsgoederenvervoer. De werkzaamheden van werknemer bestaan uit het (via bedrijf X) verzorgen van medisch speciaal transport voor stichting Y. De arbeidsovereenkomst fase A eindigt per 6 februari 2017 van rechtswege. Nadien is werknemer voor het Uitzendbedrijf blijven werken. Het Uitzendbureau verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond. Werknemer stelt een tegenverzoek in en verzoekt betaling van achterstallig loon; volgens hem zijn naast de ABU-cao meerdere cao’s van toepassing.

Oordeel

Ontbinding

De arbeidsovereenkomst tussen het Uitzendbureau en werknemer die na 6 februari 2017 is voortgezet, moet geacht te zijn voortgezet tot en met 5 februari 2018. Anders dan werknemer stelde, is geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd ontstaan na het voortzetten van zijn werkzaamheden. Nu de arbeidsovereenkomst tussen partijen reeds is geëindigd, kan deze niet meer worden ontbonden. De kantonrechter wijst het verzoek om ontbinding daarom af.

Betaling achterstallig loon

Cao stichting Y

Werknemer stelt dat hij weliswaar was uitgeleend aan bedrijf X, maar dat dit hem heeft doorgeleend aan stichting Y. Daarom, zo stelt hij, heeft hij dezelfde rechten als de werknemers bij stichting Y, die zij op grond van de cao stichting Y hebben. De kantonrechter stelt voorop dat de ter beschikking gestelde arbeidskracht recht heeft op ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden als die welke gelden voor werknemers in gelijke of gelijkwaardige functies in dienst van de onderneming waar de terbeschikkingstelling plaatsvindt. Daarbij is echter niet de plaats van uitvoering van de activiteit doorslaggevend: het gaat er niet om onder wiens feitelijke leiding de arbeid wordt verricht, maar om de rechtsverhouding waaraan de instructiebevoegdheid wordt ontleend. In casu verschaft de overeenkomst tussen het Uitzendbureau en bedrijf X de titel voor delegatie van de gezagsverhouding aan laatstgenoemde, terwijl stichting Y, bij gebreke van een contractuele relatie met het Uitzendbureau, haar instructiebevoegdheid alleen kan ontlenen aan de contractuele relatie met de doorlener. Dat bedrijf X feitelijk geen gebruik maakt van zijn instructiebevoegdheid door werknemer geen arbeid voor hem te laten verrichten, doet er niet aan af dat bedrijf X ten opzichte van het Uitzendbureau de derde is onder wiens leiding en toezicht werknemer zijn arbeid verricht. Hieruit volgt dat werknemer geen aanspraak kan maken op beloning conform de cao stichting Y.

CAO Beroepsgoederenvervoer

Tussen partijen is in geschil welke gevolgen moeten worden verbonden aan de bewoordingen van de uitzendbevestiging. Hoewel het Uitzendbureau heeft gesteld dat het alleen het bij bedrijf X geldende 'all-in loon' heeft omgezet naar de loonschalen van de CAO Beroepsgoederenvervoer, zonder deze cao verder op enigerlei wijze van toepassing te willen laten zijn, kan zij hierin niet worden gevolgd. Een dergelijke beperking c.q. uitleg ontbreekt immers in (de tekst van) de uitzendbevestiging, en omstandigheden op grond waarvan (desalniettemin) redelijkerwijs van deze uitleg moet worden uitgegaan, zijn gesteld noch gebleken. Verdere beslissing wordt aangehouden, waarbij partijen in de mogelijkheid worden gesteld zich uit te laten over het verschil in loon tussen de situatie dat de cao al dan niet toepasselijk is.