Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever/werknemer
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 5 december 2017
ECLI:NL:GHSHE:2017:5356

werkgever/werknemer

Werknemersaansprakelijkheid na vervalsen handtekening van CEO voor afsluiten overeenkomsten. Er is sprake van opzettelijk handelen door werknemer. Verwijzing naar schadestaatprocedure voor omvang schade.

Feiten

Werkgever houdt zich bezig met de import en export van groenten en fruit. Van 20 augustus 2014 tot 10 februari 2016 was werknemer als commercieel medewerker in dienst van werkgever. Werknemer maakt bij werkgever melding van een overeenkomst van 5 augustus 2015 door hem namens werkgever aangegaan met een Israëlisch bedrijf, Export Growers Ltd. over de levering van groenten en fruit aan werkgever. Omdat werkgever deze overeenkomst te summier vindt, maakt werknemer een tweede overeenkomst d.d. 19 augustus 2015 tussen werkgever en Export growers. Werkgever betaalt naar aanleiding van deze overeenkomsten op 12 augustus en 4 september 2015 telkens een bedrag van € 200.000 aan Export growers. Op 5 februari 2016 komt werkgever ter ore dat Export growers zich op het standpunt stelt dat zij de overeenkomsten van 5 en 19 augustus 2015 niet kent. In een gesprek op 9 februari 2016 erkent werknemer de handtekeningen van de CEO van Export growers onder de beide overeenkomsten te hebben vervalst, evenals de stempel van Export growers onder de overeenkomst van 19 augustus 2015 en de begeleidende e-mails van de CEO en de CFO van Export growers. Werkgever vordert in eerste aanleg en in hoger beroep veroordeling van werknemer tot betaling van € 400.000 netto met wettelijke rente vanaf 1 februari 2016 en de proceskosten. In het bestreden vonnis zijn de vorderingen van werkgever afgewezen en is werkgever veroordeeld in de proceskosten van werknemer. De kantonrechter heeft in de kern overwogen dat niet is komen vast te staan dat het bedrag van € 400.000 onverschuldigd is betaald en dat werkgever aldus schade heeft geleden als gevolg van de vervalste overeenkomsten.

Oordeel

Het hof overweegt allereerst dat werknemer met het vervalsen van de overeenkomsten van 5 en 19 augustus 2015 werkgever ertoe heeft bewogen om een bedrag van € 400.000 te betalen aan Export growers. Aldus staat vast dat sprake is van opzettelijk handelen van werknemer als bedoeld in artikel 7:661 BW en dat hij de door werkgever dientengevolge geleden schade in beginsel dient te vergoeden. Naar het oordeel van het hof staat niet vast in hoeverre het bedrag ad € 400.000 onverschuldigd door werkgever aan Export growers is betaald en dat werkgever tot dat bedrag schade heeft geleden. Tevens is voor het hof onvoldoende inzichtelijk ten aanzien van welke partijen credit requests zijn verwerkt in het overzicht van facturen van Export growers d.d. 8 juli 2015. Kortom, het hof is met de kantonrechter van oordeel dat niet zonder meer kan worden afgegaan op de interne administatie van werkgever bij beantwoording van de vraag of werkgever € 400.000 onverschuldigd heeft betaald aan Export growers. Ook het betoog van werkgever dat met Export growers is overeengekomen dat € 150.000 zou worden betaald ter finale kwijting over het seizoen 2014-2015 is door werknemer gemotiveerd betwist. Tijdens het pleidooi heeft werkgever meegedeeld dat ook Export growers kennelijk het bestaan van die overeenkomst betwist. Ten slotte neemt het hof in aanmerking dat werkgever niet inzichtelijk heeft gemaakt welke stappen zij jegens Export growers heeft ondernomen en wat de reactie van Export growers is geweest, nadat werkgever erachter kwam dat het bedrag van € 400.000 in haar ogen onverschuldigd was betaald. Ook om deze reden is niet komen vast te staan dat werkgever tot het bedrag van € 400.000 schade heeft geleden. Een en ander neemt niet weg dat werkgever de mogelijkheid dat hij schade heeft geleden voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Het hof is echter niet in staat om die schade thans te begroten (zie de vorige overweging) en ziet derhalve aanleiding om op de voet van artikel 612 Rv werknemer te veroordelen tot schadevergoeding op te maken bij staat. Een en ander betekent dat grief I en II in zoverre slagen dat het bestreden vonnis wordt vernietigd.