Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant (Locatie Middelburg), 7 juni 2018
ECLI:NL:RBZWB:2018:3308
werknemer/werkgever
Feiten
BMS exploiteert zeeschepen – sleep-, duw- en werkboten en ijsbrekers – die onder de Nederlandse vlag varen. Werknemer is op 28 februari 2015 een schriftelijke arbeidsovereenkomst met BMS aangegaan. Hij was sindsdien in hoofdzaak werkzaam als matroos op de zeeschepen van BMS. Op 20 februari 2018 was er een incident aan boord van de zeesleepboot André-B. De heer A, directeur van BMS, was toen de kapitein van de André-B. Werknemer was van mening dat zijn dienst van zes weken op 18 februari 2018 was geëindigd, maar de heer A was dat niet met hem eens en droeg hem op nog enkele dagen te blijven werken. Werknemer heeft vanaf 19 februari 2018 niet gewerkt. Werknemer heeft op 23 februari 2018 bij de politie in zijn woonplaats [woonplaats] aangifte gedaan van mishandeling door de heer A op 20 februari 2018. WEA heeft namens BMS aan werknemer ontslag aangezegd met een brief d.d. 6 april 2018. Werknemer heeft in kort geding onder meer loondoorbetaling gevorderd. Voor alle weren heeft BMS aangevoerd dat de kantonrechter te Middelburg niet bevoegd is de zaak te behandelen en te beslissen op de grond dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen een zee-arbeidsovereenkomst is en de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam ex artikel 7:705 BW bij uitsluiting bevoegd is in zaken betreffende een zee-arbeidsovereenkomst.
Oordeel
Gelet op deze feiten kan de vraag gesteld worden of de arbeidsovereenkomst tussen partijen een gemengde overeenkomst is in de zin van artikel 7:610 lid 2 BW. Deze vraag wordt ontkennend beantwoord. De zee-arbeidsovereenkomst is een arbeidsovereenkomst met een bijzonder regime. Van dat regime kan niet worden afgeweken: zie artikel 7:696 leden 2 en 3 BW. Het is daarom niet mogelijk dat de bepalingen van de gewone arbeidsovereenkomst en die van de zee-arbeidsovereenkomst naast elkaar van toepassing zouden zijn, zoals artikel 7:610 lid 2 BW voor een gemengde overeenkomst voorschrijft. Het is van tweeën één: de arbeidsovereenkomst tussen partijen is ofwel een gewone arbeidsovereenkomst, ofwel een zee-arbeidsovereenkomst. BMS heeft er met juistheid op gewezen dat diverse bepalingen in het arbeidscontract slechts zijn te begrijpen als het gaat om een zee-arbeidsovereenkomst. Zou werknemer op basis van de arbeidsovereenkomst slechts bij uitzondering als matroos op zeeschepen hebben moeten werken, dan zou de arbeidsovereenkomst niettemin moeten worden benoemd als een gewone arbeidsovereenkomst, maar dat is niet het geval. Werknemer heeft in hoofdzaak gewerkt als matroos op de zeeschepen van BMS op zeeën en rivieren in heel West-Europa. Slechts bij uitzondering werkte werknemer op de Jannie-B (binnenvaartschip) en de Theo-B (ponton) of op andere plaatsen. Gelet op het voorgaande hebben partijen naar het voorlopige oordeel van de kantonrechter beoogd met elkaar een zee-arbeidsovereenkomst aan te gaan. De kantonrechter zal zich onbevoegd verklaren en werknemer zal worden veroordeeld in de kosten van het incident. Aangezien de kantonrechter van de Rechtbank Rotterdam bij uitsluiting bevoegd is deze zaak te behandelen en te beslissen, dient deze zaak in de stand waarin zij zich bevindt, ex artikel 73 Rv naar de kantonrechter te Rotterdam verwezen te worden.