Rechtspraak
X/Y
Feiten
In september 2017 heeft X met interesse gereageerd op een door onderneming Y (hierna: Y) uitgebrachte vacature, waarin stond vermeld dat Y in het kader van het verrichten van transportwerkzaamheden op zoek was naar een ZZP’er. Op 9 november 2017 heeft een kennismakingsgesprek tussen partijen plaatsgevonden. Vervolgens heeft X – tegen betaling – in de periode 14 november en 20 december 2017 gedurende enkele dagen per week ten behoeve van Y transportwerkzaamheden verricht. Een schriftelijke overeenkomst is niet opgesteld. Op 7 januari 2018 heeft X aan Y laten weten dat zij wegens ziekte niet in staat was arbeid te verrichten. Vervolgens heeft zij zich op 21 januari 2018 beter gemeld. X verzoekt thans voor recht te verklaren dat haar rechtsverhouding met Y door een arbeidsovereenkomst wordt beheerst. Daarnaast vordert zij loon over haar ziekteperiode en de periode waarin zij weer in staat was om te werken (vanaf 22 januari 2018). Volgens X heeft Y de arbeidsovereenkomst op 31 januari 2018 onregelmatig opgezegd, zodat zij ook nog aanspraak maakt op een gefixeerde schadevergoeding.
Oordeel
Hebben partijen beoogd een arbeidsovereenkomst te sluiten?
De stelling van X dat partijen op het kennismakingsgesprek van 9 november 2017 over een arbeidsovereenkomst hebben gesproken, wordt door Y gemotiveerd betwist. Zij voert daartoe aan dat zij reeds in haar wervingsadvertentie heeft aangegeven dat zij (enkel) op zoek was naar een ZZP’er die het door haar aangeboden werk wilde uitvoeren. X heeft verder geen nadere toelichting gegeven over de wijze van totstandkoming van de arbeidsovereenkomst of over verdere gebruikelijke aspecten die bij het sluiten van een dergelijke overeenkomst aan de orde komen, zoals arbeidstijden, verlof, et cetera. Volgens de kantonrechter hebben partijen bij sluiting van de overeenkomst dan ook geen arbeidsovereenkomst beoogd.
Feitelijke uitvoering
Naar het oordeel van de kantonrechter is niet komen vast te staan dat sprake was van een gezagsverhouding. Uit overlegde WhatsApp-gespreken blijkt dat X zelf mocht bepalen wanneer zij wel of niet werkte, zodat vastgesteld kan worden dat sprake was van een grote mate van vrijblijvendheid ten aanzien van de momenten waarop X werkzaamheden verrichtte. Ook is komen vast te staan dat X diverse malen haar beschikbaarheid heeft aangepast. De omstandigheid dat Y de routeplanning maakte en aan X instructies gaf over de wijze van uitvoering van werkzaamheden, maakt dit niet anders. Dergelijke instructies kunnen namelijk ook in het kader van een overeenkomst van opdracht door een opdrachtgever worden gegeven. De omstandigheid dat X vanwege het werken voor slechts één opdrachtgever in een economisch afhankelijke positie verkeerde, niet stond ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en zich bij ziekte niet hoefde te vervangen, leidt niet tot een ander oordeel. Deze omstandigheden vormen volgens de kantonrechter namelijk ook geen belemmering voor het optreden als ZZP’er en/of het aangaan van een overeenkomst van opdracht. Het verzochte wordt afgewezen, nu niet is komen vast te staan dat tussen partijen een arbeidsovereenkomst bestond.