Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/ALSO Nederland B.V.
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Utrecht), 3 juli 2018
ECLI:NL:RBMNE:2018:3084

werknemer/ALSO Nederland B.V.

Verzoek werknemer tot ontbinding arbeidsovereenkomst toegewezen met toekenning van contractuele vergoeding. Door toekenning contractuele vergoeding artikel 7:686a lid 6 BW niet van toepassing.

Feiten

Werknemer is op 1 november 2009 bij Five 4 U in dienst getreden. Op 20 mei 2014 is er tussen Five 4 U en werknemer een nieuwe arbeidsovereenkomst gesloten. In de arbeidsovereenkomst (art. 6) staat onder meer dat werkgeefster bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst op haar initiatief in bepaalde gevallen een schadeloosstelling zal betalen, ter hoogte van één brutojaarsalaris. Het totale bedrag van de schadeloosstelling wordt met 10% extra verhoogd voor ieder jaar dat werknemer de directiefunctie heeft bekleed, met een maximum van twee keer het brutojaarsalaris. Eenzelfde schadeloosstelling zal door werkgeefster worden uitgekeerd in geval van beëindiging van de arbeidsovereenkomst op initiatief van werknemer op grond van het feit dat werknemer zijn functie niet langer wenst uit te oefenen op basis van zodanige gewijzigde omstandigheden, zoals het geval zou kunnen zijn bij fusie, overname, reorganisatie of fundamentele wijzigingen. Five 4 U is door ALSO overgenomen. De overname is in maart 2018 definitief geworden. Bij brief van 21 februari 2018 heeft werknemer ALSO bericht dat hij tot een beëindiging van de arbeidsovereenkomst wil komen. Daarbij maakt hij aanspraak op voornoemde vergoeding. Werknemer verzoekt onder meer ontbinding van de arbeidsovereenkomst en vordert een schadeloosstelling van € 229.615,86 bruto.

Oordeel

ALSO verzet zich niet tegen de verzochte ontbinding, maar tegen betaling van de gevorderde contractuele vergoeding. Uit het artikel volgt dat werknemer een zelfstandige afweging kan maken of er sprake is van ‘zodanige gewijzigde omstandigheden’ dat van hem ‘in redelijkheid’ niet kan worden gevergd zijn functie nog langer uit te oefenen. De in het artikel genoemde toets van redelijkheid is bovendien niet dezelfde als de redelijkheid en billijkheid van artikel 6:258 BW. De drempel ligt veel lager in dit geval mede door het feit dat in artikel 6.4 gevallen worden genoemd die zodanige omstandigheden creëren dat van de werknemer in redelijkheid niet gevraagd kan worden zijn functie nog langer voort te zetten. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werknemer voldoende gesteld dat er sprake is van een situatie zoals genoemd in artikel 6.4 van de arbeidsovereenkomst, namelijk: de ingrijpende wijziging van zijn functie als gevolg van de overname. Werknemer had binnen Five 4 U meer verantwoordelijkheden en bevoegdheden dan hij nu binnen ALSO heeft. Ook is hij in tegenstelling tot zijn vorige functie niet langer betrokken bij het bepalen van het beleid en strategische zaken van de organisatie. Verder heeft hij gesteld niet langer in staat te zijn randvoorwaarden voor zijn medewerkers te creëren. Er worden immers beslissingen genomen waar hij niet achter staat. Gelet op het voorgaande is voldoende komen vast te staan dat er sprake is van de in de arbeidsovereenkomst genoemde zodanig gewijzigde omstandigheden dat van werknemer niet langer gevergd kan worden zijn functie nog langer uit te oefenen. Dit leidt er ook toe dat het ontbindingsverzoek zal worden toegewezen. Werknemer heeft ook recht op de schadeloosstelling. ALSO heeft zich nog verweerd tegen de hoogte van de te betalen contractuele vergoeding. Volgens ALSO dient de fiscale bijtelling van de auto van de zaak niet mee te worden genomen in de berekening. Het moet volgens artikel 6.2 van de arbeidsovereenkomst gaan om emolumenten die door werkgever aan werknemer worden betaald. De kantonrechter overweegt als volgt. Het privégebruik van een auto van de zaak wordt fiscaal behandeld als loon waarover belasting wordt geheven. Er wordt een fictief bedrag bij het maandelijkse loon opgeteld als loon. Dit betekent dat de fiscale bijtelling effect heeft op de door het werknemer te krijgen nettoloon. Gelet hierop kan het privégebruik van de auto op grond van artikel 7:617 lid 1 sub b BW als 'loon in natura' worden aangemerkt en mag de fiscale bijtelling meegenomen worden bij de berekening van de contractuele vergoeding. Door toekenning van de contractuele vergoeding is artikel 7:686a lid 6 BW niet van toepassing.