Rechtspraak
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 19 maart 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:5336
werknemer/ATP Services B.V.
Feiten
Werknemer is vanaf 28 mei 2001 in dienst geweest bij ATP, laatstelijk als Senior Travel Consultant. In de arbeidsovereenkomst is een relatiebeding opgenomen. Op 3 februari 2017 heeft werknemer van de general manager bij ATP een officiële waarschuwing gekregen voor het maken van privéboekingen op andere klantnummers. Ook is hem aangegeven dat hij geen privéreizen meer mag onderbrengen bij ATP. Begin november 2017 is werknemer een verbetertraject aangeboden. ATP heeft werknemer op 12 december 2017 gehoord en vervolgens op staande voet ontslagen wegens onder meer het onderbrengen van zakelijke hotelreserveringen bij een niet aan de werkgever gekoppelde privéaccount. Werknemer berust in het ontslag en verzoekt onder meer toekenning van een billijke vergoeding en een transitievergoeding en te bepalen dat ATP geen rechten kan ontlenen aan het in de arbeidsovereenkomst opgenomen relatiebeding. Bij wijze van tegenverzoek verzoekt ATP onder meer voor recht te verklaren dat zij gerechtvaardigd tot het gegeven ontslag op staande voet mocht overgaan en werknemer te veroordelen tot betaling van de resterende schade van ATP.
Oordeel
In het onderhavige geval is aan de orde of het onderbrengen van zakelijke hotelreserveringen bij een niet aan de werkgever gekoppelde account een dringende reden voor ontslag op staande voet oplevert. De kantonrechter is van oordeel dat dit het geval is. Vast staat dat werknemer in vijf maanden tijd 90 reserveringen op het verkeerde account heeft ondergebracht. Werknemer heeft niet betwist dat het hem onduidelijk was hoe de regels met betrekking tot het maken van boekingen luidden. Op 3 februari 2017 heeft werknemer zelfs een officiële waarschuwing gekregen voor het opnieuw onderbrengen van een privéboeking op een klantnummer. Hierbij heeft ATP werknemer er ook op gewezen dat een volgende misstap onmiddellijke beëindiging van het dienstverband tot gevolg zou hebben. De gevolgen van de foutieve boekingen waren eveneens duidelijk voor werknemer. In het geval dat een zakelijke boeking in een privéaccount wordt geboekt wordt de administratieve afhandeling voor ATP bemoeilijkt. ATP heeft in een zodanig geval geen toegang tot die boekingen, de boekingen zijn niet te traceren en de rewardpunten die bij boekingen worden verkregen worden aan de verkeerde persoon, in dit geval aan werknemer, toegekend. Ook is ATP door deze handelwijze commissie misgelopen. Verder worden door deze werkwijze klanten benadeeld, wat nadelige gevolgen kan hebben voor boekingen in de toekomst. Het kan niet anders dan dat werknemer steeds moet hebben geweten dat hij in het verkeerde account bezig was. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat sprake is van een dringende reden als bedoeld in artikel 7:678 BW. Dat het ontslag op staande voet voor werknemer ingrijpend is, mag zo zijn, maar leidt evenmin tot een andere beslissing. Het verzoek van werknemer om toekenning van een billijke vergoeding wordt dan ook afgewezen. Naar het oordeel van de kantonrechter leveren de feiten en omstandigheden die de dringende reden vormen in dit geval ook ernstige verwijtbaarheid op zodat geen transitievergoeding verschuldigd is. Wat betreft het relatiebeding is de kantonrechter van oordeel dat werknemer niet onbillijk wordt benadeeld door het relatiebeding. ATP verzoekt onder meer werknemer te veroordelen tot betaling van de gefixeerde schadevergoeding, hetgeen wordt toegewezen. ATP mocht het bedrag ter hoogte van de gefixeerde schadevergoeding verrekenen met het bedrag ter hoogte van de eindafrekening. Anders ligt dit met betrekking tot het bedrag dat ATP heeft verrekend met de eindafrekening ter zake van de schade als gevolg van misgelopen commissie. Uit artikel 7:661 BW volgt dat de werknemer slechts aansprakelijk is voor schade die bij de uitvoering van de arbeidsovereenkomst aan de zijde van de werkgever is ontstaan, als kan worden aangetoond dat die schade het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer. ATP heeft hiertoe onvoldoende gesteld.