Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgeefster/werknemer
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 17 juli 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:3116

werkgeefster/werknemer

Werkgevers voldoen niet gemakkelijk aan hun zorgplicht, al helemaal niet als hun werknemers werken met zeer giftige stoffen. Verweer dat werd voldaan aan Arbeidsomstandighedenwetgeving baat werkgever niet. WAGA/WagwEU prevaleert boven EEX-/Rome I-Vo.

Feiten

Werknemer heeft door een bedrijfsongeval letsel opgelopen. Door trillingen in een zogenoemde ‘lockbox’, die hij moest schoonmaken, heeft hij Röstgut (calcine) ingeademd, waarna hij drie weken op de intensive care heeft gelegen en grotendeels arbeidsongeschikt is geraakt. Het oorzakelijk verband staat vast. Volgens de mangatwacht (toezichthouder van werkgeefster) droeg werknemer bij buitenkomst na het ongeval het voorgeschreven halfgelaatsmasker. Dit masker zou op basis van de Arbeidsomstandighedenwetgeving zijn voorgeschreven voor deze werkzaamheden, aldus werkgeefster. Uit een deskundigenbericht blijkt echter dat het masker niet aanwezig was. Daarbij heeft de deskundige vastgesteld dat een dergelijk masker te weinig bescherming biedt, waardoor eigenlijk een ander soort masker aanwezig had moeten zijn. Werkgeefster heeft verkeerde beschermingsmiddelen beschikbaar gesteld. Werknemer vordert in kort geding een voorschot op schadevergoeding. De voorzieningenrechter heeft de vordering toegewezen.

Oordeel

Rechtsmacht en toepasselijk recht

Het ongeval heeft in Nederland plaatsgevonden, maar werknemer was hier slechts tijdelijk (vanuit België) werkzaam. Werkgeefster stelt zich daarom op het standpunt dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht heeft en Nederlands recht niet van toepassing is. Het hof stelt echter voorop dat de Waga/WagwEU en artikel 6 Rv prevaleren boven de EEX- en Rome-Vo, zodat de Nederlandse rechter wel rechtsmacht toekomt en Nederlands recht op de zaak van toepassing is.

Zorgplicht

Vast staat dat werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade heeft geleden. Het is overeenkomstig dus aan werkgeefster te stellen en zo nodig te bewijzen, kort gezegd, dat zij al die maatregelen heeft genomen en al die aanwijzingen heeft gegeven die redelijkerwijs nodig waren om de schade te voorkomen. Gelet op de ruime strekking van de zorgplicht kan niet snel worden aangenomen dat de werkgever daaraan heeft voldaan en bijgevolg niet aansprakelijk is voor door de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden geleden schade. Artikel 7:658 BW vergt een hoog veiligheidsniveau van de betrokken werkruimte, werktuigen en gereedschappen alsmede van de organisatie van de werkzaamheden en vereist dat de werkgever het op de omstandigheden van het geval toegesneden toezicht houdt op behoorlijke naleving van de door hem gegeven instructies. Toepassing van deze regels op het ongeval leidt het hof tot het volgende. Werknemer bevond zich een besloten ruimte om een filterinstallatie schoon te maken die ernstig vervuild was met calcinehoudend stof. Het was werkgeefster bekend dat calcine giftig was. Ook was bekend dat het stof, bijvoorbeeld door trillingen, kon loskomen van de filterinstallatie en dan in de lucht terecht kwam. Omdat dit allemaal bekend was, konden van werkgeefster zodanige maatregelen worden verwacht, dat effectief zou worden voorkomen dat werknemers gezondheidsschade zouden oplopen als het calcinehoudende stof in de lucht zou komen. Het deskundigenbericht bevat sterke aanwijzingen dat als maatregel was voorgeschreven het dragen van een volgelaatsmasker. Werkgeefster heeft enerzijds betwist dat een volgelaatsmasker was voorgeschreven en anderzijds gesteld dat het letsel ook zou hebben plaatsgevonden als werknemer een volgelaatsmasker zou hebben gedragen. Naar het oordeel van het hof zou het een noch het ander afdoen aan de aansprakelijkheid. Gezien de bekendheid van werkgeefster met de giftigheid van calcine en de mogelijkheid dat het calcinehoudende stof zou vrijkomen en de ontoereikendheid van het halfgelaatsmasker had zij zodanige verdergaande beschermingsmaatregelen moeten nemen en handhaven dat letsel effectief zou worden voorkomen, ongeacht welke maatregelen waren voorgeschreven volgens de Arbeidsomstandighedenwetgeving. Het hof bevestigt de uitspraak van de voorzieningenrechter.