Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 24 juli 2018
ECLI:NL:GHARL:2018:6776
Itass IT-Consultants B.V./werknemer
Feiten
Werknemer is op 4 januari 2011 in dienst getreden bij een rechtsvoorganger van Itass. Op 1 juni 2017 zijn partijen een gewijzigde arbeidsovereenkomst overeengekomen met voor werknemer de functie van servicedeskmedewerker, die schriftelijk is vastgelegd. De arbeidsovereenkomst bevat naast een geheimhouding- en een relatiebeding een concurrentiebeding. Werknemer is op 1 februari 2018 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij NORISK in de functie van Coördinator Service Facilities. In een brief van 29 januari 2018 heeft de toenmalige advocaat van Itass werknemer laten weten dat het in dienst treden bij NORISK een schending van het concurrentiebeding behelst. Itass heeft onder meer gevorderd dat werknemer wordt veroordeeld tot onverkorte nakoming van het concurrentiebeding op straffe van verbeurte van een dwangsom. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat Itass geen beroep toekomt op het non-concurrentiebeding.
Oordeel
Naar het voorlopig oordeel van het hof heeft werknemer er groot belang bij om in dienst te kunnen treden bij NORISK. Al met al was de carrière van werknemer bij Itass naar het oordeel van het hof op een dood spoor geraakt; werknemer verdiende een matig salaris, had geen concreet uitzicht op een hoger salaris, werd (getuige de beoordelingsgesprekken) niet bijzonder gewaardeerd en had geen concreet uitzicht op carrière binnen de organisatie van Itass. Bij NORISK ontvangt werknemerp basis van een 40-urige werkweek een salaris van ruim € 2.750, ongeveer anderhalf keer het salaris dat hij bij Itass ontving. Waar de carrière van werknemer bij Itass in het slob was geraakt, heeft werknemer die bij NORISK weer vlot kunnen trekken; hij heeft een leidinggevende in plaats van een uitvoerende functie, een inkomen dat anderhalf keer zo hoog is als bij Itass en daarnaast een auto van de zaak, vooruitzichten op verdere carrièrestappen met navenant betere arbeidsvoorwaarden dan hij nu al heeft en geniet waardering voor zijn functioneren. In het licht van wat hiervoor is overwogen over de zeer grote positieverbetering van werknemer belemmert het concurrentiebeding werknemer aanzienlijk. Het beding verhindert het werknemer immers om zijn werk bij NORISK voort te zetten. Het hof acht niet aannemelijk dat werknemer op korte termijn een vergelijkbare functie zal kunnen vinden. Naar het voorlopig oordeel van het hof is het belang van Itass bij handhaving van het beding beperkt. Ook indien Itass en NORISK concurrenten van elkaar zijn, is naar het voorlopig oordeel van het hof niet aannemelijk geworden dat Itass door de indiensttreding van werknemer bij NORISK in haar bedrijfsdebiet wordt aangetast. Daarbij is van belang dat werknemer een uitvoerende functie had. Zijn kennis op dit punt had, gelet op zijn functie, een operationeel en geen strategisch karakter. Itass heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij beschikt over relevante technische of unieke werkprocessen, of strategieën heeft die (mede) haar bedrijfsdebiet vormen. De slotsom is dat als Itass al belang heeft bij handhaving van het concurrentiebeding dit belang naar het voorlopig oordeel van het hof niet, of hooguit zeer marginaal, een belang is dat door het beding wordt beschermd. De slotsom is dat naar het voorlopig oordeel van het hof in verhouding tot het te beschermen belang van Itass werknemer door het beding onbillijk wordt benadeeld. Het hof acht dan ook voldoende aannemelijk dat het beding in een eventuele bodemprocedure zal worden vernietigd voor zover het in de weg staat aan de indiensttreding van werknemer bij NORISK, waardoor onwaarschijnlijk is dat de bodemrechter de vorderingen van Itass zal toewijzen. De grieven falen.