Naar boven ↑

Rechtspraak

Hansa Service B.V./werknemer
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 3 juli 2018
ECLI:NL:RBAMS:2018:4734

Hansa Service B.V./werknemer

Dat geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen blijkt mede uit het feit dat werknemer in een eerder stadium ten onrechte op staande voet is ontslagen. Transitievergoeding toegekend.

Feiten

Werknemer is op 1 januari 2013 in dienst getreden bij Hansa Service B.V. (hierna: Hansa) en vervult de functie van medewerker buitendienst tegen een salaris van € 2.200 bruto per maand exclusief 8% vakantiegeld. Op 18 november 2016 heeft werknemer zich ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft in een periodieke evaluatie geconstateerd dat de klachten van werknemer (onder meer) werkgerelateerd zijn en dat werknemer volledig arbeidsongeschikt is. Op 26 juni 2017 heeft de bedrijfsarts geconstateerd dat mediation niet heeft mogen baten en voorgesteld re-integratie via het tweede spoor op te starten. Vervolgens heeft werknemer toestemming gevraagd om van 24 tot 28 juli 2017 op vakantie te gaan. Op 28 juli 2017 heeft werknemer aan Hansa bericht dat hij niet op tijd kon terugkeren van zijn vakantie en dat zijn afspraken betreffende de re-integratie niet konden doorgaan. Voor deze gang van zaken heeft werknemer op 31 juli 2017 een officiële waarschuwing en een loonsanctie gekregen. Op 18 november 2017 heeft de bedrijfsarts geconstateerd dat de klachten en beperkingen van werknemer zijn toegenomen en dat hij tijdelijk niet beschikbaar is voor eigen dan wel aangepast werk. Vervolgens heeft Hansa werknemer op 28 november 2017 op staande voet ontslagen, omdat werknemer ten onrechte bij relaties van Hansa offertes en informatie heeft opgevraagd. Het ontslag op staande voet is bij beschikking van 21 februari 2018 vernietigd. Hansa verzoekt thans ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens verwijtbaar handelen (e-grond). Werknemer verzoekt een transitievergoeding en een billijke vergoeding.

Oordeel

Verstoorde arbeidsverhouding

De kantonrechter oordeelt dat op grond van de door partijen aangevoerde feiten en omstandigheden voldoende is gebleken dat de arbeidsrelatie zodanig is verstoord dat sprake is van een redelijke grond voor ontbinding (g-grond). Hierbij is van belang dat de bedrijfsarts meerdere malen heeft vastgesteld dat de arbeidsongeschiktheid van werknemer (deels) werd veroorzaakt door de sfeer op het werk. Inmiddels is ruim een jaar verstreken, zijn partijen nog steeds gebrouilleerd en is werknemer nog altijd volledig arbeidsongeschikt. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst per 1 september 2018; de datum waarop de arbeidsovereenkomst bij regelmatige opzegging zou zijn geëindigd, verminderd met de duur van deze procedure, met een minimum van een maand.

Billijke vergoeding

De kantonrechter ziet geen aanleiding om aan werknemer een billijke vergoeding toe te kennen. Hoewel sprake is van aanwijzingen dat Hansa sceptisch tegenover de arbeidsongeschiktheid van werknemer staat, heeft evenwel te gelden dat zij hem daardoor niet de vereiste begeleiding heeft onthouden. Integendeel, Hansa heeft via de begeleiding door de arbodienst en de inzet re-integratie via het tweede spoor voldaan aan de op haar rustende verplichtingen. Ook heeft Hansa voldaan aan het advies van de arbodienst om mediation in te zetten (dat uiteindelijk is gestopt vanwege de volledige arbeidsongeschiktheid van werknemer). Dat Hansa zich als werkgeefster onvoldoende heeft ingespannen om de onderlinge verhoudingen te verbeteren, is dan ook niet komen vast te staan. Het verzoek om een billijke vergoeding wordt afgewezen.

Transitievergoeding

De kantonrechter oordeelt dat het niet onbegrijpelijk is dat Hansa niet te spreken was over de manier waarop werknemer heeft gehandeld rondom zijn vakantie door slechts vijf dagen vrij te vragen en vervolgens ruim vier weken weg te blijven. Van ernstig verwijtbaar handelen is – mede gelet op het onterecht gegeven ontslag op staande voet – evenwel geen sprake. De transitievergoeding (ad € 4.356) wordt dan ook toegewezen.