Naar boven ↑

Rechtspraak

FNV c.s./Federal Express Nederland
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 25 juli 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:6229

FNV c.s./Federal Express Nederland

Het individueel en incidenteel verrichten van gebruikelijke werkzaamheden in een middagdienst in plaats van een dagdienst, betekent niet dat gewerkt wordt in een ‘ploegendienst’ als bedoeld in artikel 36 van de Cao voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen. Vordering om ploegendiensttoeslag afgewezen.

Feiten

Werknemer X en Y zijn respectievelijk op 1 augustus 1997 en 1 januari 1991 in dienst getreden bij Federal Express Nederland (hierna: FedEx). Beiden zijn thans werkzaam in de functie van ‘Clearance Broker Senior’. Op de arbeidsovereenkomsten van FedEx zijn de bepalingen van de Cao voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen (hierna: de cao) van toepassing. De FNV is partij bij deze cao met een looptijd van 1 januari 2017 tot 1 januari 2020. In artikel 36 lid 1 van de cao is bepaald dat werknemers aanspraak kunnen maken op een ploegendiensttoeslag, indien zij structureel werkzaamheden verrichten in een rouleersysteem volgens een dienstrooster. Hierbij dient ten minste sprake te zijn van twee diensten per etmaal gedurende vijf dagen per week of tien dagen per twee weken. Tussen de aanvangstijdstippen van twee diensten dienen ten minste acht uren te liggen. Per 1 februari 2017 heeft FedEx haar rooster gewijzigd en de ploegendiensttoeslag (op afbouwende wijze) afgeschaft. Per 1 februari 2018 ontvangen werknemers in kwestie geen ploegendiensttoeslagen meer. De FNV c.s. vordert thans een verklaring voor recht dat de werknemers van FedEx ook conform het nieuwe rooster werken in ploegendienst als bedoeld in artikel 36 lid 1 van de cao. Ook wordt gevorderd FedEx te veroordelen tot betaling van de ploegendiensttoeslag.

Oordeel

De kantonrechter stelt voorop dat de kern van het geschil betrekking heeft op de vraag of bepaalde medewerkers van de afdeling GTS van FedEx (waaronder werknemers in kwestie) werkzaam zijn in een ploegendienst in de zin van artikel 36 lid 1 van de cao en daarom aanspraak kunnen maken op een ploegendiensttoeslag. Volgens de kantonrechter wordt in artikel 36 lid 1 gedoeld op een ploeg (oftewel: een aantal werknemers), die als zodanig dagelijks (‘twee diensten per etmaal’) in afwisseling met één of meer andere ploegen (‘rouleersysteem’), gedurende een zekere periode (‘vijf dagen per week of tien dagen per twee weken’) volgens een bepaald patroon van werktijden (‘dienstrooster’) werkzaam is. Met inachtneming van deze uitleg wordt in het onderhavige geval het volgende overwogen.

Nieuw rooster geeft geen recht op ploegendiensttoeslag

De enkele omstandigheid dat steeds een individuele werknemer van de afdeling GTS sinds de wijziging van het rooster per 1 februari 2017 eens in de acht (vestiging te Amsterdam) dan wel vier weken (vestiging te Eindhoven) één werkweek van vijf dagen werkt in een middagdienst in plaats van in een dagdienst, betekent weliswaar dat sprake is van een zeker ‘roulerend element’, maar volgens de kantonrechter is hiermee niet voldaan aan het criterium van ‘het structureel verrichten van werkzaamheden in een rouleersysteem’. Er is slechts sprake van het individueel en incidenteel verrichten van de gebruikelijke werkzaamheden in een middagdienst in plaats van een dagdienst. Dit is anders dan een dienstrooster waarbij werknemers in een ‘op- en afsysteem’ werken, waarbij diverse groepen van werknemers elkaar afwisselen. Verder is ook van belang dat met artikel 36 een ‘inconveniëntentoeslag’ is beoogd: werknemers worden met de ploegendiensttoeslag gecompenseerd voor zodanige schommelingen in het rooster dat zij steeds en binnen korte tijd worden geconfronteerd met aanzienlijk wisselende aanvangstijden van hun diensten. Van een zodanige inconveniëntie is in het huidige rooster van werknemers in kwestie evenwel geen sprake. Zij worden namelijk niet binnen korte tijd geconfronteerd met wisselende aanvangstijdstippen van diensten van minimaal acht uren, maar werken steeds slechts eens in de acht of vier weken vijf dagen achtereenvolgend een middagdienst in plaats van een dagdienst.

Overige omstandigheden

Voorts wordt overwogen dat de uitleg die FNV c.s. voorstaat bovendien zou leiden tot onaannemelijke rechtsgevolgen. Op grond van het bepaalde in artikel 36 lid 2 van de cao ontvangt een werknemer een ploegendiensttoeslag over het voor hem geldende functieloon, waarmee wordt gedoeld op het maandloon. Hieruit valt af te leiden dat het moet gaan om een situatie waarbij een werknemer gedurende een maand diverse keren wordt geconfronteerd met wisselende aanvangstijdstippen en dus niet – zoals in het onderhavige geval – één keer in de acht of vier weken. FNV c.s. wordt dan ook niet gevolgd in de stelling dat werknemers in kwestie ook sinds 1 februari 2017 in een ploegendienst als bedoeld in artikel 36 van de cao werkzaam zijn. De vorderingen worden afgewezen.

  • Rechters: C.E. van Oosten-van Smaalen
  • Advocaten: A.A.M. Broos en G. van Nes
  • Wetsartikelen: 36 Cao voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen
  • Onderwerpen: Uitleg
  • Trefwoorden: uitleg cao, cao-norm, Cao voor het Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen, ploegendienst en ploegendiensttoeslag