Naar boven ↑

Rechtspraak

Royal Schiphol Group N.V./Federatie Nederlandse Vakbeweging c.s.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 1 augustus 2018
ECLI:NL:RBNHO:2018:6807

Royal Schiphol Group N.V./Federatie Nederlandse Vakbeweging c.s.

Kort geding tussen Schiphol en vakbonden over stakingsrecht. Uitbreiding van werkonderbrekingen veiligheidspersoneel Schiphol beperkt toegestaan, namelijk tot 15 minuten per keer en vijf keer per etmaal.

Feiten

Schiphol vordert, onder meer, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, primair ieder van gedaagden te verbieden tot 1 oktober 2018 collectieve acties in de vorm van werkonderbrekingen te organiseren bij de beveiligingsbedrijven op Schiphol en subsidiair ieder van gedaagden te gebieden om tot 1 oktober 2018 bij iedere werkonderbreking gericht tegen de beveiligingsbedrijven op Schiphol de in de dagvaarding vermelde voorwaarden in acht te nemen, eveneens op straffe van een dwangsom.

Oordeel

De voorzieningenrechter oordeelt als volgt. Uitgangspunt is het aan de bonden toekomende recht op collectieve actie overeenkomstig artikel 6 lid 4 ESH. De uitoefening van het recht op collectieve actie kan slechts worden beperkt langs de weg van artikel G ESH. Het primair gevorderde algehele verbod tot collectieve actie zal, voorzover dit al is gehandhaafd, worden afgewezen, nu Schiphol deze vordering ter zitting niet meer feitelijk heeft onderbouwd. Partijen zijn het erover eens dat de tot vandaag geldende afspraken, met werkonderbrekingen van maximaal tien minuten per keer, geen onoverkomelijke veiligheidsrisico’s met zich hebben gebracht of met zich zullen brengen. De voorzieningenrechter heeft de indruk dat, zoals gebruikelijk in een debat als het onderhavige, de ernst van de gevolgen van werkonderbrekingen van langer dan tien minuten per keer door Schiphol enigszins worden aangedikt en door de bonden enigszins worden gebagatelliseerd. Alles afwegende oordeelt de voorzieningenrechter dat voldoende aannemelijk is dat een werkonderbreking van twintig minuten of meer per keer tot onaanvaardbare veiligheidsrisico’s kan leiden, zeker in de komende drukke periode van de schoolvakanties. Voor wat betreft de door de bonden voor de komende dagen als eerste aangekondigde werkonderbrekingen van vijftien minuten per keer heeft Schiphol evenwel onvoldoende aannemelijk gemaakt dat onaanvaardbare veiligheidsrisico’s daarvan het gevolg zullen zijn. Dat brengt met zich dat het de bonden verboden zal worden de reeds in gang gezette collectieve actie op te voeren tot werkonderbrekingen van meer dan vijftien minuten per keer. Tot slot ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de duur van de op te leggen beperkingen op het collectieve actierecht van de bonden voorshands te beperken tot de rest van de schoolvakanties, derhalve tot en met 2 september 2018. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan de vakbonden een dwangsom op te leggen, nu hij erop vertrouwt dat de bonden het vonnis vrijwillig zullen nakomen.