Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 20 september 2018
ECLI:NL:GHSHE:2018:3932
werknemer/Stichting Fontys
Feiten
Werknemer heeft met ingang van november 2011 meerdere malen incidenteel werkzaamheden bij Fontys verricht als surveillant bij tentamens. Met ingang van 19 januari 2015 heeft werknemer via Start People BV werkzaamheden bij Fontys verricht als administratief medewerker en vanaf 14 april 2015 als roostermaker (assistent). Gedurende de periode van 1 september 2015 tot en met 31 augustus 2016 heeft werknemer op basis van een arbeidsovereenkomst met Stichting Onderzoek- en Ontwikkelingsdiensten (hierna: St. OOET) werkzaamheden bij Fontys als roosteraar/planner verricht. Gedurende de periode van 1 september 2016 tot en met 31 augustus 2017 heeft werknemer op basis van een arbeidsovereenkomst met Fontys voor bepaalde tijd werkzaamheden als roosteraar/planner verricht. Op 8 juni 2017 heeft Fontys aan werknemer mondeling meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst per 31 augustus 2017 eindigt. Bij brief van 13 juni 2017 heeft Fontys dit bevestigd. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO HBO van toepassing. Kern van het geschil betreft de vraag of tussen werknemer en Fontys een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd geldt. De kantonrechter heeft geoordeeld dat (onder verwijzing naar art. D-5 van de CAO HBO waarin overeenkomstig art. 7:668a lid 6 BW is afgeweken van het bepaalde in art. 7:668a, lid 2, BW met betrekking tot het opvolgend werkgeverschap in die zin dat uitzend- en detacheringsovereenkomsten worden uitgezonderd) geen sprake is van opvolgend werkgeverschap en geen arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is ontstaan. Tegen dit oordeel keert werknemer zich in hoger beroep.
Oordeel
Werknemer meent dat het beroep van Fontys op het bepaalde in artikel D-5 van de CAO-HBO naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Hij stelt dat Fontys doelbewust de ketenregeling heeft omzeild door hem eerst via Start People BV en St. OOET te werk te stellen. Zijn betoog strekt ertoe dat zijn arbeidsovereenkomst met Fontys niet op 31 augustus 2017 van rechtswege is geëindigd en dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Het hof stelt vast dat in de CAO-HBO een relatief beperkte uitzondering op de ketenregeling is opgenomen, namelijk alleen voor uitzend- en detacheringsovereenkomsten. Fontys heeft toegelicht dat zij flexibiliteit nodig heeft als werkgever, niet alleen wat betreft onderwijzend personeel, waar het gaat om niet-structurele vacatures. In dit geval is werknemer aangenomen op een niet-structurele vacature, namelijk de gecreëerde functie van assistent-roosteraar/planner. Zijdens Fontys is naar voren gebracht dat er twee onzekerheden waren, ten eerste of X daadwerkelijk zou overstappen naar het docentschap en ten tweede of werknemer geschikt was voor de functie van roosteraar/planner. Fontys heeft aangegeven dat er naast X als roosteraar/planner geen formatieruimte was voor werknemer als roosteraar/planner. Na afloop van de detacheringsovereenkomst met Start People BV is werknemer daarom via St. OOET – dat gelieerd is aan Fontys – te werk gesteld. Nadat X was overgestapt naar het docentschap, in maart 2016, is Fontys zelf de daaropvolgende arbeidsovereenkomst met werknemer aangegaan. Naar het oordeel van het hof had Fontys aldus legitieme redenen om niet van meet af aan zelf arbeidsovereenkomsten met werknemer aan te gaan. In de gegeven omstandigheden acht het hof het beroep van Fontys op het bepaalde in artikel D-5 van de cao-hbo naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd.