Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 11 oktober 2018
ECLI:NL:RBROT:2018:8427
Co-pe Horeca/werkneemster
Feiten
Vervolg AR 2018-0903. Werkneemster vordert betaling van niet genoten vakantie-uren en achterstallige vakantiebijslag. Het verweer van Co-Pe strekt tot afwijzing van de loonvordering. Uit artikel 5 van de tussen partijen gesloten arbeidsovereenkomst blijkt dat uitdrukkelijk is afgesproken dat het overeengekomen salarisbedrag inclusief de uitbetaling van vakantie-uren en vakantiegeld is, aldus Co-Pe.
Oordeel
All-in loon
Ter beoordeling ligt de vraag voor of Co-Pe aan werkneemster een all-in loon mocht betalen, en zo ja, of zij dat op correcte wijze heeft gedaan. Artikel 5 uit de arbeidsovereenkomst luidt als volgt: 'Werknemer ontvangt een salaris volgens CAO (functie groep 1) door werkgever te voldoen aan het begin van iedere maand voor de maand ervoor. Vakantietoeslag, uitbetaalde vrije dagen en overige toeslagen zijn bij het salaris inbegrepen.' Ten aanzien van deze bepaling stelt de kantonrechter voorop dat de inhoud daarvan onduidelijk is. De kantonrechter leidt uit de arbeidsovereenkomst af dat op de arbeidsovereenkomst de Horeca-cao, die gold op het moment van het aangaan van de arbeidsovereenkomst, van toepassing is verklaard op de arbeidsovereenkomst tussen partijen. Raadpleging van deze cao leert niet dat conform deze cao een all-in loon wordt afgesproken, terwijl uit voornoemde bepaling blijkt dat partijen met elkaar zouden hebben afgesproken dat het loon van werkneemster een zogenoemd all-in loon zou zijn. Hoe hoog het uurloon of het maandloon van werkneemster, inclusief en exclusief vakantietoeslag en vergoeding voor de vakantie-uren, zou zijn, blijkt niet uit deze bepaling.
Vakantiebijslag
Ingevolge artikel 17 van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag dient de vakantiebijslag in beginsel in de maand juni te worden uitgekeerd, maar mag van dit tijdstip worden afgeweken, zolang de uitbetaling ten minste eenmaal per kalenderjaar gebeurt. Dit betekent dat het voor Co-Pe toegestaan was om af te spreken dat de vakantiebijslag tegelijk met elke loonbetaling zou plaatsvinden. Op grond van artikel 7:626 BW alsmede op grond van goed werkgeverschap bestaat voor Co-Pe de verplichting een schriftelijke specificatie van het uitbetaalde loon te verstrekken aan werkneemster, waaruit duidelijk moet blijken waaruit het loonbedrag is samengesteld. Ten aanzien van de periode vanaf juli 2014 tot april 2017 blijkt uit geen van de overgelegde specificaties dat het vakantiegeld tegelijk met het maandelijkse loon werd uitbetaald. Ten aanzien van het loonstrookje uit april 2017 en de loonstroken die vervolgens volgden, heeft werkneemster gesteld dat daaruit afgeleid kan worden dat Co-Pe het uurloon ad € 11,12 ineens had opgesplitst, terwijl partijen een dergelijk all-in uurloon niet zijn overeengekomen. Co-Pe heeft onvoldoende gesteld waaruit geconcludeerd kan worden dat zij vanaf dat moment aan werkneemster een all-in loon ad € 11,12 bruto mocht betalen. Hieruit volgt dat er in rechte niet van kan worden uitgegaan dat Co-Pe vanaf april 2017 de vakantiebijslag waar werkneemster recht op had volledig aan haar heeft betaald.
Vakantiedagen
Onder verwijzing naar artikel 7:639 BW, 7:640 BW en rechtspraak van het HvJ EU oordeelt de kantonrechter dat het betalen van een loon, waarin een vergoeding voor de (opgebouwde) vakantiedagen inbegrepen is, slechts toegestaan is, indien dit er niet aan in de weg staat dat de betreffende werknemer feitelijk vakantie opneemt én duidelijk gespecificeerd in de loonstroken vermeld staat welk gedeelte van het uitbetaalde loon de loonwaarde van de vakantiedagen behelst. In het onderhavige geval is hier geen sprake van geweest. Werkneemster heeft onweersproken gesteld dat zij feitelijk nimmer in de gelegenheid werd gesteld vakantie op te nemen en tussen partijen is niet in geschil dat in ieder geval tot april 2017 uit de loonstroken niet bleek dat een gedeelte van het loon zag op de vakantiedagen. Werkneemster hoefde er daarom, ondanks de inhoud van voornoemd artikel 5 uit de arbeidsovereenkomst, niet van uit te gaan dat het loon dat zij van Co-Pe ontving een vergoeding voor de vakantiedagen behelsde. Ten aanzien van de periode vanaf april 2017 geldt dat Co-Pe haar stelling dat zij vanaf dat moment voldoende heeft uitbetaald aan werkneemster ter zake van opgebouwde vakantie-uren, onvoldoende heeft onderbouwd. Werkneemster heeft dus alsnog recht op een vergoeding over de niet genoten vakantiedagen.