Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Sensor Bedrijfsdiensten B.V.
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 1 juni 2018
ECLI:NL:RBROT:2018:7730

werkneemster/Sensor Bedrijfsdiensten B.V.

Tussenbeschikking. Is sprake geweest van overgang van onderneming dan wel van opvolgend werkgeverschap? Partijen worden in de gelegenheid gesteld hieromtrent een akte te nemen.

Feiten

Werkneemster verrichtte als werknemer van Cleaning Partners Nederland V.O.F. (hierna: Cleaning Partners) schoonmaakwerkzaamheden in drie panden van Merin. De opdracht voor het uitvoeren van deze werkzaamheden was door Merin gegeven aan Consensus die voor het uitvoeren daarvan Cleaning Partners heeft ingeschakeld. Merin heeft deze opdracht vervolgens per 2 januari 2018 aan Sensor Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: Sensor) gegeven. Sensor en werkneemster hebben op 1 januari 2018 een arbeidsovereenkomst gesloten, met een proeftijd van twee maanden. Op 26 januari 2018 is werkneemster met een beroep op de proeftijd ontslagen. Thans is tussen partijen in geschil of sprake is geweest van overgang van onderneming dan wel opvolgend werkgeverschap.

Oordeel

Sensor heeft eerst ter gelegenheid van de zitting aangevoerd dat er geen sprake is van overgang van onderneming omdat er geen economische eenheid was. Hierbij heeft Sensor gesteld dat het bij de opdracht die zij van Merin heeft gekregen gaat om meerdere schoonmakers die in wisselende samenstelling op verschillende panden van Merin schoonmaakwerkzaamheden verrichten. Van een afgebakend project (‘identiteit’) is dan ook geen sprake, volgens Sensor. Werkneemster heeft vervolgens gesteld dat zij al 17 jaar haar eigen schoonmaakklus had (zij stelt dat zij al 17 jaar dezelfde werkplek had) en zij deze alleen, en dus zonder collega’s uitvoerde. Laatstelijk werd zij, zowel bij Cleaning Partners als bij Sensor, ingezet om de panden van Merin schoon te maken gedurende 30 uur per week verdeeld over vijf dagen, waarbij zij een vast weekrooster had, aldus werkneemster. Dit is vervolgens ter zitting door Sensor niet betwist, zodat hiervan moet worden uitgegaan. Hierbij staat tevens vast dat Merin, nadat zij de opdracht tot het uitvoeren van de schoonmaakwerkzaamheden van deze panden aan Sensor had verstrekt, heeft laten weten dat zij voor deze schoonmaakklus werkneemster graag wilde behouden. Daarnaast zijn voor de opdracht die Merin eerst aan Consensus had gegeven (en waarvoor Consensus weer Cleaning Partners had ingeschakeld, die de opdracht alleen door inzet van werkneemster uitvoerde) en die vervolgens per 2 januari 2018 aan Sensor is gegeven, geen andere werknemers van Consensus ingezet. Gelet op deze omstandigheden zou deze schoonmaakactiviteit, die door werkneemster werd uitgevoerd, als onderneming als bedoeld in artikel 7:662 lid 3 jo. lid 2 BW kunnen worden beschouwd die op Sensor is overgegaan, met name nu kennelijk de enige aan deze schoonmaakwerkzaamheden verbonden werknemer op Sensor is overgegaan. Partijen hebben zich hierover en over alle overige met overgang van onderneming samenhangende omstandigheden echter nog niet voldoende kunnen uitlaten. Gelet hierop stelt de kantonrechter partijen in de gelegenheid hieromtrent een akte te nemen. Partijen krijgen voorts de gelegenheid zich in deze akte uit te laten over de vraag of sprake is van opvolgend werkgeverschap.