Rechtspraak
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Arnhem), 5 maart 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:2006
werkneemster/Stichting Zorggroep Noord-West Veluwe Zorg
Feiten
Werkneemster is op 1 september 2014 als woonzorgbegeleider in dienst getreden bij de Stichting Zorggroep Noord-West Veluwe Zorg (hierna: Zorggroep NW-Veluwe). Volgens de functiebeschrijving verricht een woonzorgbegeleider voornamelijk zorg- en huishoudelijke taken. Op 28 april 2016 heeft werkneemster zich ziek gemeld wegens nek- en schouderklachten. In december 2016 is werkneemster begonnen aan een re-integratietraject. Wegens toename van klachten heeft werkneemster na enkele weken dit traject gestaakt. De bedrijfsarts heeft in februari 2017 geadviseerd dat werkneemster volgens een opbouwschema fysiek niet belastende werkzaamheden kon gaan doen. Het UWV heeft in april 2017 geoordeeld dat het door Zorggroep NW-Veluwe aangeboden werk passend is. Na één dag gewerkt te hebben heeft werkneemster zich weer ziek gemeld. Zorggroep NW-Veluwe heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat werkneemster zich niet voldoende inzet voor haar re-integratie en heeft het loon van werkneemster met ingang van 2 mei 2017 stopgezet. Werkneemster vordert in kort geding doorbetaling van loon. In eerste aanleg is de loonvordering afgewezen. Tegen dit oordeel keert werkneemster zich in hoger beroep.
Oordeel
Artikel 7:629 lid 3 sub c BW bepaalt dat het recht op loon vervalt voor de tijd gedurende welke de werknemer, hoewel daartoe in staat, zonder deugdelijke grond passende arbeid als bedoeld in artikel 7:658a lid 4 BW voor de werkgever niet verricht. In dit geval staat vast dat het UWV het door Zorggroep NW-Veluwe aangeboden werk als passend heeft geoordeeld. Het aangeboden werk betreft – kort gezegd – gedurende een beperkt aantal uren per week aanwezig zijn in de groep en samen met de bewoners koffie drinken en eventueel voorlezen. Werkneemster heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de feitelijk op de werkvloer opgedragen werkzaamheden fysiek meer belastend waren dan de hiervoor als passend omschreven werkzaamheden. Voor zover werkneemster betoogt dat haar fysiek belastende werkzaamheden zijn opgedragen zoals het verlenen van zorg aan bewoners, het pakken van koffiekopjes uit de kasten (waardoor zij boven schouderhoogte moest reiken) en het uitruimen van de vaatwasser, heeft te gelden dat Zorggroep NW-Veluwe betwist dat zij fysiek belastende werkzaamheden van werkneemster heeft verlangd. Dat andere werkzaamheden zouden zijn opgedragen dan de (ook door het UWV) als passend geoordeelde werkzaamheden is ook niet voorshands aannemelijk nu Zorggroep NW-Veluwe heeft aangevoerd dat op de werkvloer geen hiërarchisch leidinggevende van werkneemster rondloopt en dat zij dus zelf bepaalt welke niet-fysieke arbeid zij verricht. Dit betekent dat voorshands niet aannemelijk is dat van werkneemster andere werkzaamheden zijn verlangd dan de als passend omschreven werkzaamheden. Met de kantonrechter is ook het hof voorshands van oordeel dat werkneemster zonder deugdelijke grond de aan haar aangeboden passende werkzaamheden heeft gestaakt en dat de loonsanctie die Zorggroep NW-Veluwe daarop heeft getroffen en onverwijld moest treffen vanwege het in artikel 7:629 lid 7 BW opgenomen voorschrift, stand houdt en betrekking mag hebben op de volledige loonaanspraak. Het bestreden vonnis wordt bekrachtigd.