Rechtspraak
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 28 november 2018
ECLI:NL:RBDHA:2018:16010
werkneemster/ESIC Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten B.V. en Reaal Schadeverzekeringen N.V.
Feiten
Op 26 januari 2015 heeft een ongeval plaatsgevonden waarbij werkneemster letsel heeft opgelopen. Werkneemster was op de dag van het ongeval in dienst bij ESIC Schoonmaak- en Bedrijfsdiensten B.V. (hierna: ESIC) en verrichtte schoonmaakwerkzaamheden in een gezondheidscentrum in Den Haag. Werkneemster heeft tijdens het verrichten van deze werkzaamheden een afstapje gemist waardoor zij is gevallen. Uit de medische informatie is gebleken dat werkneemster door de val een scheur in haar rechter oorlel heeft opgelopen en een pees heeft gescheurd waardoor zij schouderklachten ervaart. Reaal Schadeverzekeringen N.V. (hierna: Reaal) heeft de aansprakelijkheid (meermalen) afgewezen. Werkneemster heeft aan haar verzoek artikel 7:658 BW ten grondslag gelegd stellende dat ESIC niet aan haar zorgplicht heeft voldaan. Werkneemster verzoekt bij wijze van deelgeschil ex artikel 1019w-1019cc Rv te bepalen dat ESIC aansprakelijk is voor de ten gevolge van het ongeval van 26 januari 2015 geleden en nog te lijden schade. Tevens verzoekt werkneemster te bepalen dat Reaal op grond van artikel 7:954 BW gehouden is de schade aan werkneemster te vergoeden.
Oordeel
Zorgplicht
De kantonrechter is van oordeel dat ESIC de op haar rustende zorgplicht niet heeft geschonden. ESIC heeft werkneemster te werk gesteld in een voor ieder toegankelijk kantoorpand dat voldoet aan de veiligheidseisen. Uit het overgelegde beeldmateriaal blijkt dat het opstapje met een (zeer donkere) contrasterende kleur vloerbedekking is bekleed ten opzichte van de lager gelegen (lichtgekleurde) vloer. Daarmee wordt naar het oordeel van de kantonrechter voldoende duidelijk voor de aanwezigheid van het opstapje gewaarschuwd. Dat na het werkneemster overkomen ongeval ter hoogte van het afstapje een hekje is geplaatst, maakt dit oordeel niet anders. Ook zonder de aanwezigheid van het hekje en het achterwege laten van extra mondelinge waarschuwingen acht de kantonrechter het een voor werkneemster voldoende kenbare situatie. Niet gebleken is dat het hekje is geplaatst naar aanleiding van de val van werkneemster. Uit de in het geding gebrachte foto’s lijkt veeleer dat het hekje is geplaatst ten behoeve van de receptioniste. De stelling van werkneemster dat ESIC haar zorgplicht heeft geschonden omdat zij aan werkneemster geen instructies heeft verstrekt over geschikt en ongeschikt schoeisel voor de uitvoering van de schoonmaakwerkzaamheden, deelt de kantonrechter niet omdat niet gebleken is dat speciaal schoeisel de val had kunnen voorkomen. Ter zitting heeft werkneemster verklaard dat ze tijdens de uitvoering van haar werkzaamheden 'geen erg meer had in dat randje'. Deze onoplettendheid houdt geen enkel verband met het schoeisel dat zij de dag van het ongeval droeg. De kantonrechter overweegt dat van een werkneemster mag worden verlangd enige oplettendheid te betrachten tijdens de uitvoering van haar werkzaamheden. Een moment van onoplettendheid kan niet zonder meer kan worden afgewenteld op de werkgever stellende dat deze de op hem rustende zorgplicht heeft geschonden.
Kosten deelgeschil
Ingevolge artikel 1019aa Rv dient de kantonrechter de kosten bij de behandeling van het verzoek aan de zijde van de persoon die schade door letsel lijdt te begroten, ook als het verzoek wordt afgewezen. Hierbij dient de dubbele redelijkheidstoets gehanteerd te worden. De kantonrechter is van oordeel dat van een volstrekt onnodig of onterecht ingestelde procedure geen sprake is aangezien partijen belang hebben bij duidelijkheid over de aansprakelijkheidsvraag. De kantonrechter acht het gehanteerde uurtarief, voor een particuliere cliënt in een niet complexe zaak als deze en mede in het licht van het aantal bestede uren, bovenmatig en zal het uurtarief vaststellen zoals voorgesteld door ESIC. Ten overvloede merkt de kantonrechter op dat het begrote bedrag uitsluitend verschuldigd is indien de aansprakelijkheid van ESIC alsnog in rechte komt vast te staan.