Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 5 maart 2019
ECLI:NL:RBROT:2019:1733
ECT Delta Teminal B.V./werkneemster
Feiten
Werkneemster werkt vanaf 2006 bij ECT Delta Teminal B.V. (hierna: ECT). Aanvankelijk is zij daar gedetacheerd via Securitas en vanaf 1 januari 2008 werkt zij er op grond van een arbeidsovereenkomst. Werkneemster werkt parttime in de functie van Medewerker Front Office. In die functie is werkneemster onder meer verantwoordelijk voor het vervaardigen en de uitgifte van de toegangspassen (badges) van ECT. Op 10 december 2018 is werkneemster thuis aangehouden door de politie wegens verdenking van betrokkenheid bij drugssmokkel. Via het Openbaar Ministerie heeft ECT vernomen dat werkneemster tegen betaling van € 10.000 toegangspassen heeft verstrekt aan criminele derden, die daarmee toegang tot het bedrijfsterrein van ECT kregen en aldus in staat waren om drugs uit containers te halen. ECT is in het bezit gesteld van de (concept)tenlastelegging waaruit blijkt dat werkneemster vervolgd wordt voor niet-ambtelijke corruptie, valsheid in geschrifte en voorbereidingshandelingen of bevorderingshandelingen ten aanzien van drugssmokkel. ECT heeft werkneemster op non-actief gesteld en haar verzocht om in gesprek te treden. ECT verzoekt de kantonrechter onder meer de arbeidsovereenkomst te ontbinden op de e-grond.
Oordeel
Het verzoek is primair gestoeld op artikel 7:669 lid 3 sub e BW. In dit verband wordt door ECT gesteld dat werkneemster zich ernstig verwijtbaar heeft gedragen. Daarin wordt ECT gevolgd, want het verstrekken van toegangspassen aan derden, zodat deze zich toegang kunnen verschaffen tot het bedrijfsterrein van ECT, terwijl zij daartoe niet bevoegd zijn, levert een flagrante schending op van hetgeen waarvan werkneemster zich had dienen te onthouden uit hoofde van haar functie. Het aangevoerde dat werkneemster niet wist waarvoor de toegangspassen gebruikt zouden worden, levert geen verontschuldiging op en doet niet af aan de mate van verwijtbaarheid van haar handelwijze tegenover ECT. Anders dan werkneemster beweert, staat naar het oordeel van de kantonrechter voldoende vast dat – zeker bij ECT, maar ook meer in het algemeen – het bekend is dat drugscriminelen proberen zich in de haven toegang te verschaffen voor hun activiteiten en zich daarbij regelmatig bedienen van werknemers die werkzaam zijn in het havengebied. Daarbij komt dat werkneemster € 10.000 heeft gekregen voor het verstrekken van de passen. Zij had zich dus moeten realiseren dat het ging om malafide activiteiten. Eveneens verwijtbaar is dat werkneemster desgevraagd geen openheid van zaken heeft gegeven aan ECT. Dat haar in het kader van haar invrijheidsstelling door de rechter-commissaris zou zijn gezegd dat zij niet het onderzoek van politie en justitie zou mogen belemmeren, had werkneemster niet hiervan hoeven te weerhouden. Het valt immers niet in te zien dat openheid van zaken naar ECT het strafrechtelijk onderzoek zou belemmeren. Dat haar positie in de strafzaak werkneemster ervan weerhouden zou hebben om openheid te geven, is een keuze die jegens ECT verwijtbaar is. De conclusie is dat het gedrag van werkneemster als ernstig verwijtbaar moet worden gekenschetst. Onder de gegeven omstandigheden kan van ECT niet worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Herplaatsing in een andere functie bij ECT ligt – uiteraard – niet in de rede. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden. Als verzocht zal daarbij niet de wettelijke opzegtermijn in acht worden genomen, maar een kortere.