Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Lend Uitzendbureau B.V.
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 19 maart 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:582

werknemer/Lend Uitzendbureau B.V.

Loonvordering toegewezen. Er is sprake van een overgang van onderneming van een uitzendonderneming. Vordering tijdig gestuit door versturen aangetekende brief.

Feiten

Werknemer is vanaf 2 juni 2008 tot en met eind 2013 op basis van diverse uitzendovereenkomsten in dienst geweest bij InterActief Projectmanagement B.V. (hierna: InterActief). Met ingang van 1 januari 2014 is werknemer in dienst geweest van Lend Uitzendbureau B.V. (hierna: Lend). InterActief en Lend zijn uitzendbureaus en behoren tot de InterActief Groep. Per brief van 30 december 2013 is werknemer – door Lend en InterActief – medegedeeld dat een groot deel van de bedrijfsactiviteiten van InterActief Projectmanagement B.V. met ingang van 1 januari 2014 is overgebracht naar Lend. Daarmee is Lend vaanf 1 januari 2014 de formele werkgever van werknemer. Per brief van 31 januari 2014 heeft Lend werknemer bericht dat zijn arbeidsovereenkomst per maart 2014 met wederzijds goedvinden eindigt. Werknemer heeft in eerste aanleg gevorderd Lend te veroordelen tot betaling van € 4.970,27 aan achterstallig loon over de periode van 7 september 2010 tot en met eind 2013, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. De kantonrechter heeft de vorderingen van werknemer afgewezen. Tegen dit oordeel keert werknemer zich in hoger beroep.

Oordeel

Te beoordelen is of de rechten en verplichtingen die eind 2013 voor InterActief voortvloeiden uit de arbeidsovereenkomst met werknemer per 1 januari 2014 van rechtswege over zijn gegaan op Lend. Daartoe dient te worden beoordeeld of er per laatste datum sprake is van een overgang van onderneming tussen InterActief en Lend in de zin van artikel 7:662 lid 2 en 3 BW. InterActief bediende al haar opdrachtgevers tot 31 december 2013. Deze opdrachtgevers is Lend met ingang van 1 januari 2014 gaan bedienen en alle uitzendkrachten die InterActief tot 31 december 2013 reeds gedurende een aantal jaren bij haar opdrachtgevers inzette, zijn met ingang van 1 januari 2014 bij Lend in dienst gekomen, waarna Lend hen bij dezelfde opdrachtgevers te werk heeft gesteld. Daarmee neemt het hof aan dat deze uitzendkrachten feitelijk hetzelfde werk zijn blijven verrichten voor dezelfde opdrachtgevers. De uitzendkrachten die naar Lend zijn overgegaan, vormden een operationeel geheel waarmee zelfstandige diensten konden worden verricht en de kennis en ervaring (knowhow) die de uitzendkrachten in dienst van InterActief hebben verworven, hebben zij na 1 januari 2014 ten behoeve van Lend kunnen inzetten. Immers, als gevolg van de overgang van de (knowhow van de) uitzendkrachten was Lend in staat met ingang van 1 januari 2014 de economische activiteit van InterActief zonder feitelijke onderbreking duurzaam voort te zetten. Aan de vereisten van economische eenheid en behoud van identiteit is voldaan. De overgang heeft zijn grondslag in een overeenkomst. Mevrouw X heeft namens Lend naar voren gebracht dat er op een gegeven moment een nieuwe indeling is gekomen, waarbij een splitsing is gemaakt naar de verschillende functiegroepen, waarvoor aparte bv’s zijn opgericht die allemaal onderdeel van de InterActief-groep zijn. Als gevolg van die wijziging is de brief van 30 december 2013 verzonden aan alle uitzendkrachten van InterActief. De in de brief gebruikte bewoordingen duiden erop dat economische activiteiten van InterActief binnen de InterActief Groep zijn verschoven naar Lend als gevolg van een op rechtsgevolg gerichte handeling waarbij InterActief en Lend betrokken zijn. X heeft de brief van 30 december 2013 zowel namens Lend als InterActief ondertekend. Dit alles wijst op een interne herstructurering van de InterActief Groep op het punt van de aanvankelijk aan InterActief gegunde opdrachten. Dat brengt met zich dat sprake is van een overgang van onderneming. Werknemer kan Lend aanspreken tot betaling van achterstallig loon over de periode van vóór 1 januari 2014. Er is geen sprake van verjaring, zoals Lend stelt. Werknemer heeft de verjaring per aangetekende brief van 7 september 2015 aan Lend tijdig gestuit. Het door werknemer gevorderde komt dan ook voor toewijzing in aanmerking, net als de gevorderde wettelijke verhoging en wettelijke rente.