Rechtspraak
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie Eindhoven), 24 april 2019
ECLI:NL:RBOBR:2019:2397
X/Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Feiten
X is in 2015, na eerst in loondienst werkzaam te zijn geweest, een eigen onderneming in de schuttingbouw gestart. Met ingang van 1 februari 2016 is X met het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: UWV) een zogenoemde vrijwillige WIA-verzekeringsovereenkomst aangegaan. In de bevestiging van deze vrijwillige verzekering door het UWV staat vermeld dat deze is gebaseerd op een dagloon van € 150. Op 17 mei 2016 heeft X zich arbeidsongeschikt gemeld bij het UWV. Op 27 februari 2018 heeft X in verband met het naderen van het einde van de wachttijd een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering. Bij besluit van 7 mei 2018 heeft het UWV beslist dat X niet in aanmerking komt voor een WIA-uitkering omdat hij naar het oordeel van het UWV meer dan 65 procent van het loon kan verdienen dan hij verdiende voordat hij ziek werd. Op basis hiervan wordt X voor 5,46 procent arbeidsongeschikt geacht. Omdat dit minder is dan 35 procent komt hij niet in aanmerking voor een WIA-uitkering. X vordert voor recht te verklaren dat de vraag of hij tot een uitkering krachtens de vrijwillige WIA-verzekering gerechtigd is uitsluitend dient te worden beoordeeld op basis van de criteria zoals geformuleerd in artikel 7 van de ten deze toepasselijke verzekeringsvoorwaarden WIA. Daarnaast vordert X UWV te veroordelen alle schade te vergoeden die hij reeds geleden heeft en/of nog zal lijden als gevolg van het ten onrechte afwijzen van de aanvraag. Het UWV voert als verweer dat op grond van de bepalingen in de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in dit geval niet de civiele rechter bevoegd is maar de bestuursrechter.
Oordeel
Alvorens inhoudelijk op de zaak in te kunnen gaan dient eerst beoordeeld te worden of de rechtbank bevoegd is van het onderhavige geschil kennis te nemen. De rechtbank is met het UWV van oordeel dat in dit geval uiteindelijk niet de civiele rechter bevoegd is om van het geschil kennis te nemen maar de bestuursrechter. Paragraaf 2.2 van de WIA bevat een aantal bepalingen over de vrijwillige verzekering. In artikel 18 van de WIA is bepaald wie verplicht toegelaten dient te worden tot de vrijwillige verzekering. Artikel 22 van de WIA bevat vervolgens een schakelbepaling en bepaalt dat, voor zover daarvan in onderhavige paragraaf niet wordt afgeweken, de overige artikelen van deze wet en de daarop berustende bepalingen van overeenkomstige toepassing zijn op onderhavige paragraaf. De rechtbank constateert dat in paragraaf 2.2 van de WIA niet wordt afgeweken van hetgeen bepaald is in hoofdstuk 12 van de WIA. Dit betekent dat ook op besluiten, betrekking hebbende op de vrijwillige verzekering, de Algemene wet bestuursrecht van toepassing is en dat voor dergelijke besluiten de rechtsgang openstaat als weergegeven in deze wet. Nu X zijn eerste vordering baseert op de stelling dat het UWV niet voldoet aan zijn contractuele verplichtingen zal hij, nu er tegen dit besluit (het besluit van 7 mei 2018) een met voldoende waarborgen omklede rechtsgang openstaat, niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. Ten aanzien van de gevorderde veroordeling tot vergoeding van de schade die X heeft geleden of nog zal lijden is de rechtbank van oordeel dat zij niet bevoegd is hiervan kennis te nemen. Zij wijst hiertoe op het bepaalde in artikel 8:89 lid 1 Awb. In dit artikel is bepaald dat de bestuursrechter ten aanzien van een gevorderde schadevergoeding bij uitsluiting bevoegd is, indien de schade wordt veroorzaakt door een besluit waarover de Centrale Raad van Beroep of de Hoge Raad in enige of hoogste aanleg oordeelt. Nu ten aanzien van het hier aan de orde zijnde besluit de Centrale Raad van Beroep in hoogste instantie dient te oordelen betekent dit dat de civiele rechter niet bevoegd is om hier kennis van te nemen. De rechtbank verklaart X derhalve niet-ontvankelijk in zijn eerste vordering en verklaart zich onbevoegd om van de gevorderde schadevergoeding kennis te nemen.