Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten/Y en bestuurder
Rechtbank Rotterdam (Locatie Dordrecht), 17 januari 2019
ECLI:NL:RBROT:2019:2783

Stichting Naleving CAO voor Uitzendkrachten/Y en bestuurder

Indirect bestuurder aansprakelijk jegens werknemers en SNCU door onrechtmatig handelen wegens niet nakomen loonverplichtingen uit de cao voor Uitzendkrachten na faillissement vennootschap.

Feiten

In 2009 is de uitzendonderneming X opgericht. Bedrijf Y was haar enig aandeelhouder en bestuurder. Bestuurder en enig aandeelhouder van Y is A. Op 12 maart 2014 heeft SNCU X gesommeerd aan haar cao-verplichtingen te voldoen. In september 2014 is bedrijf B (‘B’) opgericht. Enig aandeelhouder en bestuurder van B was Y. X heeft haar activiteiten per 27 november 2014 gestaakt. Y heeft de aandelen in X overgedragen aan X, welke rechtspersoon tevens als bestuurder is benoemd. Enig aandeelhouder en bestuurder van X was A. Op 1 januari 2015 is A uitgeschreven als bestuurder van X en is X uitgeschreven. Bij verstekvonnis van 23 juli 2015 is X samengevat veroordeeld tot naleving van de cao voor Uitzendkrachten en de cao Sociaal Fonds voor de uitzendbranche, op straffe van een dwangsom van € 5.000 per dag en tot betaling van een bedrag van € 244.299 aan de betrokken werknemers, op straffe van een dwangsom. Op 2 februari 2017 is in het handelsregister aangetekend dat B op 31 december 2015 is opgehouden te bestaan. SNCU vordert dat Y en X hoofdelijk worden veroordeeld om tot nabetaling over te gaan van de materiële schadelast van € 244.299 aan de betrokken uitzendkrachten, op straffe van een dwangsom. Verder vordert SNCU dat X en Y hoofdelijk worden veroordeeld om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan SNCU te betalen een bedrag van € 245.000 aan verbeurde dwangsommen, een bedrag van € 38.838 aan schadevergoeding (ten aanzien van X) en een bedrag van € 100.000 als schadevergoeding (ten aanzien van B).

Oordeel

Niet in geschil is dat X gehouden was om de door SNCU gevorderde bedragen te betalen. Het gaat in deze om de vraag of ook haar (indirect) bestuurder kan worden aangesproken voor betaling van deze bedragen. In beginsel is een bestuurder van een besloten vennootschap voor de schulden van de vennootschap niet persoonlijk aansprakelijk. De bestuurder kan echter wel aansprakelijk zijn voor de schulden van de vennootschap indien hij als bestuurder een onrechtmatige daad heeft begaan. SNCU heeft primair het standpunt ingenomen dat Y persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt op de enkele grond dat zij als bestuurder van X de verplichtingen uit een algemeen verbindend verklaarde cao niet is nagekomen. Dat standpunt kan niet als juist worden aanvaard. Of sprake is van een persoonlijk ernstig verwijt moet worden beoordeeld aan de hand van alle omstandigheden van het geval. A is als bestuurder van Y, en dus als indirect bestuurder van X, namens X arbeidsovereenkomsten aangegaan en is de uit die arbeidsovereenkomsten voortvloeiende verplichtingen niet nagekomen. Indien, zoals hier aan de orde, vaststaat dat de cao niet is nageleefd, is van belang of er bij een redelijk handelend en redelijk bekwaam bestuurder van een dergelijke onderneming twijfel kon bestaan over de vraag welke verplichtingen uit de cao volgden. Y heeft in deze procedure niet onderbouwd waarom de cao door X niet correct is nageleefd. Het structureel niet naleven van de cao moet Y daarom worden toegerekend. Het enkel niet nakomen van een cao is niet voldoende om Y aansprakelijk te kunnen stellen. Daarvoor is tevens vereist dat Y er bij het aangaan van de arbeidsovereenkomsten reeds van op de hoogte moet zijn geweest dat X haar verplichtingen niet zou kunnen nakomen en dat zij ook geen verhaal zou kunnen bieden. SNCU heeft in dat kader gesteld dat onduidelijk is wat er met het eigen vermogen van X is gebeurd. Vast staat bovendien dat SNCU geen verhaal heeft kunnen nemen. Y heeft in het geheel geen inzicht gegeven in de financiën van X. Dat had gelet op de door SNCU overgelegde jaarcijfers wel in de rede gelegen. Y heeft als bestuurder van X een onrechtmatige daad gepleegd jegens de werknemers. Y heeft ook tegenover SNCU onrechtmatig gehandeld. De door SNCU zelf gevorderde bedragen hebben betrekking op uit de cao voortvloeiende schadevergoedingen en boetes. X is deze bedragen verschuldigd geworden omdat zij de verplichtingen uit de cao niet is nagekomen en omdat zij onvoldoende heeft meegewerkt aan het onderzoek van SNCU. Y heeft met deze handelwijze als bestuurder van X bewerkstelligd dat X nieuwe verplichtingen kreeg, die zij niet zou kunnen nakomen en waarvoor zij ook geen verhaal zou kunnen bieden. Ten aanzien van de aansprakelijkheid van Y als bestuurder van B geldt het volgende. SNCU heeft onvoldoende onderbouwd dat B na 31 december 2015 nog activiteiten heeft verricht. Zo heeft zij niet gesteld dat bij haar werknemers bekend zijn die na deze periode nog voor B hebben gewerkt. Nu dit niet kan worden vastgesteld, kan niet worden geoordeeld dat Y een ernstig verwijt kan worden gemaakt op de grond dat zij niet afdoende heeft gereageerd op de brief van SNCU van 8 november 2016. Indien B immers geen activiteiten meer verrichtte, dan viel zij op dat moment niet meer onder het bereik van de cao en had een handhavingsonderzoek door SNCU geen zin. De vordering met betrekking tot de boete van € 100.000 zal worden afgewezen. A is als bestuurder van Y in beginsel hoofdelijk aansprakelijk voor een als bestuurder onrechtmatig handelen van Y. A heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die maken dat haar persoonlijk geen ernstig verwijt kan worden gemaakt. Zij is daarom naast Y hoofdelijk aansprakelijk. De vordering van SNCU zal gelet op het vorenstaande worden toegewezen behoudens het volgende. Zonder nadere toelichting valt niet in te zien op grond waarvan SNCU aan Y en A als (indirect) bestuurders nog een aanvullende boete zou kunnen opleggen voor het niet nakomen van de verplichting tot nabetaling. Dit deel van de vordering wordt afgewezen. Y en A zijn niet aansprakelijk voor de door X verbeurde dwangsommen. De dwangsommen kunnen niet als schade van het onrechtmatig handelen van Y en A worden aangemerkt. Dit deel van de vordering wordt afgewezen.

  • Rechters: P. Joele
  • Advocaten: A. van Nielen en A. Mao
  • Wetsartikelen: 3 AVV, 15 Wet cao, 2:9 BW, 2:11 BW, 2:248 BW, 6:109 BW en 6:162 BW
  • Onderwerpen: Bestuurdersaansprakelijkheid
  • Trefwoorden: bestuurdersaansprakelijkheid, SNCU, niet-nakoming loonverplichtingen uit cao, cao voor Uitzendkrachten, indirect bestuurder aansprakelijk, onrechtmatige daad en persoonlijk en ernstig verwijt