Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgeefster
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 24 april 2019
ECLI:NL:RBROT:2019:3199

werkneemster/werkgeefster

Terecht gegeven ontslag op staande voet bij modelzorgovereenkomst. Werkneemster is niet op werk verschenen en heeft ook geen vervanging geregeld. Werkgeefster is volledig afhankelijk van hulp en heeft daardoor een groot belang om altijd van hulp te zijn voorzien.

Feiten

Werkgeefster is spastisch. Zij is volledig afhankelijk van hulp. Zonder hulp kan zij niet eten, drinken of naar het toilet gaan. Werkgeefster ontvangt daarom een Persoonsgebonden Budget (PGB) waarmee zij zorg kan inkopen. Werkneemster is op 28 augustus 2018 als zorgverlener bij werkgeefster in dienst getreden op basis van een modelzorgovereenkomst voor bepaalde tijd tot 1 februari 2019. Werkgeefster heeft meerdere zorgverleners in dienst. Op 13 december 2018 heeft werkgeefster werkneemster een WhatsApp bericht gestuurd waarin ze het contract met werkneemster per direct beëindigt. Werkneemster heeft verzocht om een billijke vergoeding wegens onregelmatige opzegging.

Oordeel

Onder meer het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in zijn arrest van 17 september 2013 (ECLI:NL:GHARL:2013:6871) geoordeeld dat de zorgovereenkomst als arbeidsovereenkomst niet geheel vergelijkbaar is met een gewone arbeidsovereenkomst. De werkgever verkeert over het algemeen – en ook in dit geval – niet in een sterkere positie ten opzichte van de werknemer, waarvan in het arbeidsrecht wel wordt uitgegaan. Voorts vindt de arbeid plaats in de privéomgeving van de werkgever en heeft deze betrekking op persoonlijke zorg, hetgeen bij 'gewone' arbeidsovereenkomsten niet het geval is. Deze bijzondere aard van het dienstverband is een van de omstandigheden die bij de beoordeling van de verzoeken van werkneemster moet worden meegenomen. Artikel 7:678 lid 2 sub k BW noemt als dringende reden het grovelijk veronachtzamen van de plichten die de arbeidsovereenkomst de werknemer oplegt. De kantonrechter is van oordeel dat hiervan sprake is en overweegt daartoe als volgt. Tussen partijen is niet in geschil dat werkgeefster onder meer niet alleen kan eten, drinken en naar het toilet kan gaan. Zij kan daarom feitelijk niet alleen worden gelaten. Een van de grootste verantwoordelijkheden van werkneemster was dan ook dat zij daadwerkelijk komt werken op de tijden waarop zij is ingeroosterd, dan wel vervanging regelt in geval van verhindering. Werkneemster is op 13 december 2018, hoewel zij die dag was ingeroosterd, niet komen werken. Werkneemster heeft in haar Whatsapp-bericht aan werkgeefster van 12 december 2018 aangegeven niet te kunnen komen omdat haar auto bij de garage stond en zij niet met het openbaar vervoer naar werkgeefster kon reizen, omdat haar hond dan te lang alleen thuis zou zijn en zij geen geld meer had omdat zij al had getankt. Deze omstandigheden liggen volledig in de risicosfeer van werkneemster. Het had, mede gelet op het hiervoor aangehaalde belang van werkgeefster om altijd van hulp te zijn voorzien, op de weg van werkneemster gelegen om een oplossing te vinden voor genoemde omstandigheden, hoe vervelend die ook voor haar zijn. Dit heeft zij niet zelf gedaan. Werkgeefster heeft onbetwist aangevoerd dat de vervanger pas een uur later kon beginnen en dat de vervanger de zorg voor werkgeefster niet volledig zelfstandig kan verrichten, hetgeen werkneemster wist. Het was overigens aan werkneemster om bij werkgeefster te informeren of adequate vervanging was geregeld, hetgeen zij heeft nagelaten. Werkneemster heeft juist helemaal niet meer van zich laten horen. Met bovenvermeld handelen heeft werkneemster een van haar belangrijkste verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst ernstig veronachtzaamd. Daar komt bij dat een arbeidsovereenkomst als de onderhavige een bijzonder vertrouwen tussen de werkgever en de werknemer vereist, welk vertrouwen werkneemster toerekenbaar heeft beschaamd. Werkgeefster heeft op goede gronden kunnen beslissen dat zij werkneemster niet meer als zorgverlener wilde inzetten. Een minder ingrijpende maatregel, zoals vrijstelling van werk onder doorbetaling van (het gemiddelde) salaris, ligt niet in de mogelijkheden, nu werkgeefster haar PGB alleen kan aanwenden voor daadwerkelijk verleende zorg. Daarom is een ontslag op staande voet in de onderhavige situatie gerechtvaardigd.