Rechtspraak
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 21 mei 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:1153
werknemer/Geestelijke Gezondheidszorg Delfland
Feiten
Werknemer was in dienst bij Geestelijke Gezondheidszorg Delfland (hierna: GGZ Delfland) in de functie van manager frontoffice. In eerdere tussen partijen gevoerde procedures heeft de rechter geoordeeld dat werknemer heeft gefraudeerd en dat het door GGZ Delfland gegeven ontslag op staande voet gerechtvaardigd is. Daarmee staat vast dat werknemer onrechtmatig heeft gehandeld jegens GGZ Delfland. Het hof heeft GGZ Delfland verzocht om een nadere toelichting op welke fraude-incidenten haar vordering ziet en om een specificatie van haar vordering. De facturen die GGZ Delfland heeft overgelegd, hebben betrekking op drie periodes: (1) de periode waarin werknemer samenwerkte met Data Wells, (2) de periode waarin werknemer samenwerkte met ICT X, en (3) de periode dat werknemer samenwerkte met It Become One (hierna: IBO). De facturen zijn in drie categorieën ingedeeld: facturen voor zaken en/of diensten die niet zijn geleverd (B-Facturen), facturen voor zaken en/of diensten die bestemd zijn voor werknemer in privé, althans anderszins ten onrechte bij GGZ Delfland in rekening zijn gebracht (C-facturen), en facturen voor zaken en/of diensten die wel zijn geleverd, maar waarbij door toedoen van werknemer een te hoge marge is berekend (D-facturen).
Oordeel
Samenwerking met Data Wells
Werknemer heeft ervoor gekozen om ten behoeve van GGZ Delfland met Data Wells in zee te gaan, maar heeft daarmee tegelijkertijd zichzelf aanzienlijk financieel bevoordeeld ten koste van GGZ Delfland. De facturen die Data Wells aan GGZ Delfland stuurde, omvatten in feite ook een vergoeding voor werknemers (advies)werkzaamheden bij Data Wells. Met name uit de verklaring van Z (in samenhang met de overige hiervoor genoemde aanknopingspunten) blijkt dat werknemer invloed uitoefende op de omvang van de aan GGZ Delfland in rekening gebrachte bedragen en dat GGZ Delfland soms betaalde terwijl er geen levering van goederen of diensten had plaatsgevonden. Werknemer heeft daarmee niet het belang van GGZ Delfland gediend, ook al is wellicht juist dat hij een goede ICT-manager was, die op een kostenefficiënte wijze leiding heeft gegeven aan de ICT-afdeling van GGZ Delfland. De omstandigheid dat GGZ Delfland (naar werknemer stelt) ervan op de hoogte was dat hij nevenwerkzaamheden had, betekent nog niet dat GGZ Delfland wist dat werknemer, via de facturen van Data Wells, een aanzienlijke vergoeding voor zijn advieswerk aan Data Wells bij GGZ Delfland in rekening bracht, laat staan dat GGZ Delfland daarmee akkoord was. Dit ligt ook niet voor de hand, nu deze bijverdienste ten laste van haar kwam. Het hof is van oordeel dat er fraude ter zake van deze facturen heeft plaatsgevonden. De omvang van de schade als gevolg van deze fraude is gelijk te stellen aan het bedrag dat werknemer gedurende de desbetreffende periode heeft verdiend als gevolg van de leveranties van Data Wells aan GGZ Delfland. Het hof stelt dit bedrag op € 70.410,52 omdat werknemer tegenover de toelichting van GGZ Delfland onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die tot de conclusie zouden kunnen leiden dat zijn verdiensten niet voortvloeien uit de leveranties van Data Wells aan GGZ Delfland. Het hof is verder van oordeel dat GGZ Delfland niet (voorshands) aannemelijk heeft gemaakt dat de schade hoger is. Voor een omkering van de bewijslast, zoals door GGZ Delfland bepleit, is onvoldoende reden.
Samenwerking met ICT X
Het hof acht, zoals eerder al overwogen, bewezen dat er een nauwe samenwerking tussen werknemer en ICT X bestond en dat deze op dezelfde wijze werd vormgegeven als de samenwerking tussen werknemer en Data Wells. Naar het oordeel van het hof staat daarmee vast dat werknemer GGZ Delfland in ieder geval heeft benadeeld voor het bedrag dat hij van ICT X heeft ontvangen voor advieswerkzaamheden. Het hof is van oordeel dat er fraude ter zake van deze facturen heeft plaatsgevonden. De omvang van de schade als gevolg van deze fraude is gelijk te stellen aan het bedrag dat werknemer gedurende de desbetreffende periode heeft verdiend als gevolg van de leveranties van ICT X aan GGZ Delfland. Het hof stelt dit bedrag op € 256.379,20, omdat werknemer tegenover de toelichting van GGZ Delfland onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld die tot de conclusie zouden kunnen leiden dat zijn verdiensten niet voortvloeien uit de leveranties van ICT X aan GGZ Delfland. Ter zake van de C-facturen afkomstige van ICT X zal het hof werknemer veroordelen tot betaling van € 3.623,43.
Samenwerking met IBO
Anders dan bij Data Wells en ICT X heeft GGZ Delfland niets gesteld over de samenwerking tussen IBO en werknemer. Het is voor het hof dan ook niet duidelijk hoe deze samenwerking verliep en of zich de situatie voordeed dat werknemer aanzienlijke invloed op de bedrijfsvoering van IBO kon uitoefenen en of werknemer heeft geprofiteerd van de winst die IBO genereerde door aan GGZ Delfland producten en diensten te leveren. Bij deze stand van zaken is de omstandigheid dat GGZ Delfland de omschrijving op een factuur niet begrijpt of bepaalde goederen niet kan traceren binnen haar organisatie onvoldoende om te kunnen concluderen dat werknemer ter zake van deze facturen heeft gefraudeerd. De vordering ter zake van deze facturen zal dus worden afgewezen.