Rechtspraak
Gerechtshof 's-Hertogenbosch (Locatie 's-Hertogenbosch), 21 mei 2019
ECLI:NL:GHSHE:2019:1888
X/Champignonland B.V.
Feiten
X heeft een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van één jaar gesloten met Champignonland B.V. (hierna: Champignonland 2) ingaande 1 februari 2016 in de functie van plukster. Zij is vervolgens tewerkgesteld bij een andere vestiging, Champignonland 1. Op 17 juni 2016 heeft X de arbeidsovereenkomst tussentijds opgezegd per 16 juli 2016. Op 23 juni 2016 heeft X champignons geplukt in een cel. Omstreeks 14:00 uur is zij van de cel naar de gang gelopen om lege bakjes te halen. Bij de ingang van cel 7 is X gevallen. Er zijn geen getuigen die X hebben zien vallen. Zij is (op enig moment) diezelfde dag naar het ziekenhuis gebracht. Daar is vastgesteld dat haar linkerpols was gebroken. X heeft sedertdien niet meer gewerkt voor Champignonland. Op 24 augustus 2016 heeft de gemachtigde van X Champignonland 2 en Champignonland 1 voor het ongeval aansprakelijk gesteld. Een expertisebureau heeft in opdracht van Delta Lloyd, de aansprakelijkheidsverzekeraar van Champignonland, opdracht gegeven onderzoek te doen naar het ongeval. Het expertisebureau heeft foto’s gemaakt van de locatie waar het ongeval heeft plaatsgevonden. Daarnaast heeft het expertisebureau gesproken met collega’s van X die na het ongeval ter plaatse waren en daarvan verslag gedaan. Champignonland heeft de aansprakelijkheid van de hand gewezen. X heeft Champignonland 2 en Champignonland 1 daarop in rechte betrokken. In eerste aanleg heeft de kantonrechter overwogen dat Champignonland niet is tekortgeschoten in haar zorgplicht en om die reden niet aansprakelijk is op grond van artikel 7:658 BW, noch op andere gronden. In hoger beroep staat de vraag over de schending van de zorgplicht ex 7:658 BW centraal.
Oordeel
Het hof komt tot het oordeel dat hetgeen Champignonland 1 heeft aangevoerd niet voldoende is om te kunnen oordelen dat zij al hetgeen redelijkerwijs mogelijk was heeft gedaan om het ongeval te voorkomen. Champignonland 1 heeft het ongeval niet gemeld bij de Inspectie SWZ. Hoewel dit strikt genomen ook niet hoefde, heeft dit wel tot gevolg gehad dat een onderzoek naar de toedracht van het ongeval is uitgebleven. Weliswaar heeft Champignonland 1 een rapport van een expertisebureau in het geding gebracht dat nader onderzoek heeft verricht naar het voorval, maar niet gebleken is wanneer dit onderzoek heeft plaatsgevonden. X zelf is in het kader van dat onderzoek niet gehoord. De in het rapport opgenomen getuigenverklaringen dateren van eind oktober 2016, dus vier maanden na het ongeval. Uit die verklaringen kan niet worden afgeleid hoe het ongeval heeft kunnen plaatsvinden. Omdat het aan Champignonland 1 als werkgever is om te stellen en – bij betwisting – te bewijzen dat zij alle maatregelen heeft getroffen die redelijkerwijs van haar verlangd kunnen worden om het ongeval te voorkomen, is het ook aan Champignonland 1 om te stellen en aannemelijk te maken wat de precieze oorzaak van de valpartij is geweest. Immers: het antwoord op de vraag welke maatregelen Champignonland 1 redelijkerwijs had moeten treffen, is afhankelijk van de oorzaak van het ongeval. Wanneer de precieze toedracht niet meer valt te achterhalen, zal de vraag welke maatregelen Champignonland 1 redelijkerwijs had moeten treffen beoordeeld moeten worden in het licht van het feit dat X is gevallen en met inachtneming van alle mogelijke oorzaken die daartoe aanleiding kunnen hebben gegeven, een en ander binnen de grenzen van hetgeen partijen daartoe over en weer hebben aangevoerd. X heeft dienaangaande gewezen op de mogelijkheid dat resten van champignons en aarde op de vloer vielen en aan de schoenen bleven plakken. Uit het verweer van Champignonland 1 en hetgeen het hof daaromtrent hiervoor heeft overwogen volgt dat Champignonland 1 niet voldoende maatregelen heeft getroffen om een val als gevolg van het uitglijden door ophoping van champignonresten en aarde onder de schoenen te voorkomen. Daarom is in rechte niet gebleken dat Champignonland 1 aan haar zorgplicht ex artikel 7:658 lid 1 BW heeft voldaan.