Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/werkgever
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Amersfoort), 5 juni 2019
ECLI:NL:RBMNE:2019:2483

werkneemster/werkgever

Werkgeversaansprakelijkheid. Psychiater wijzigt diagnose tijdens een comparitie. Klachten en beperkingen staan in een voldoende oorzakelijk verband met het incident. Toewijzing schadevergoeding van € 203.182,48.

Feiten

Bij tussenvonnis van 15 augustus 2018 is eerder vastgesteld dat werkgever aansprakelijk is voor de gevolgen van het incident dat op 4 september 2008 (het incident) in een van de vestigingen van werkgever heeft plaatsgevonden en waarbij werkneemster letsel heeft opgelopen. Ook staat vast dat werkneemster sindsdien niet of nauwelijks werkzaamheden bij werkgever of haar andere werkgevers heeft verricht. De kantonrechter heeft begrip getoond voor de bij werkgever bestaande twijfels over de omvang van het klachtenpatroon van werkneemster, mede gelet op de conclusie van de psychiater dat er sprake is van aggravatie. Omdat de kantonrechter op grond van het rapport van de psychiater niet kon vaststellen of werkneemster haar klachten bewust aggraveerde, heeft de kantonrechter de psychiater uitgenodigd voor een comparitie van partijen. De psychiater komt nu tot de beslissing dat zijn diagnose aggravatie onjuist is en dat werkneemster lijdt aan een conversiestoornis. Omdat deze nieuwe diagnose voor partijen als een verrassing kwam, heeft de kantonrechter partijen in de gelegenheid gesteld om hierover te overleggen met hun geneeskundig adviseur. Partijen hebben daarna ieder een akte genomen. Werkgever heeft in zijn akte, kort samengevat, aangevoerd dat het waarschijnlijk in strijd is met de professionele standaard voor psychiaters om zonder nader onderzoek de in 2014 gestelde diagnose te herzien. Hij betwist de juistheid van de diagnose. Werkneemster heeft in haar akte vermeld zich in de nieuwe diagnose te kunnen vinden en geen nader onderzoek nodig te vinden. Zij concludeert dat haar vorderingen in het licht van het tussenvonnis nu kunnen worden toegewezen.

Oordeel

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft werkgever zijn opmerking dat de psychiater mogelijk in strijd heeft gehandeld met de voor hem geldende professionele standaard onvoldoende uitgewerkt. Het standpunt van werkgever dat daarom de diagnose conversiestoornis niet juist is, dient ook te worden verworpen, omdat dit standpunt evenmin inhoudelijk is uitgewerkt. De kantonrechter zal dan ook in het onderstaande uitgaan van de (nieuwe) diagnose. Uit de onderzoeken van de deskundigen volgt dat werkneemster haar klachtenpatroon steeds consistent, consequent en samenhangend heeft gepresenteerd. Uit de deskundigenberichten leidt de kantonrechter ook af dat de klachten op zichzelf plausibel zijn en dat voor de klachten en beperkingen geen andere oorzaak is aan te wijzen dan het incident in 2008. Uit de medische voorgeschiedenis zijn evenmin eerdere oorzaken naar voren gekomen. Daarmee staat vast dat de klachten en beperkingen in een voldoende oorzakelijk verband staan met het incident. Verder moet worden beoordeeld of werkneemster haar klachten en beperkingen niet aggraveert, in de zin van bewust erger voorstellen dan zij zijn. De kantonrechter oordeelt dat daarvan geen sprake is. Uit de rapporten blijkt dat immers niet. De kantonrechter oordeelt dat in deze procedure geen nader neurologisch onderzoek zal behoeven plaats te vinden. Werkneemster vordert immers haar schade tot nu vast te stellen. Werkneemster vordert geen toekomstschade en behoudt zich alle rechten voor om die na deze procedure te vorderen. Indien werkneemster haar toekomstige schade wil vorderen zal zij, naar het de kantonrechter nu voorkomt, duidelijk moeten maken dat zij vanaf nu al hetgeen in redelijkheid van haar kan worden verwacht heeft ondernomen om haar schade te beperken. Zij weet nu immers wat haar mankeert. De psychiater heeft duidelijk uitgelegd dat er therapeutische mogelijkheden bestaan. Die kunnen de gevolgen van het incident zo veel mogelijk beperken. Daarvoor is geen zekerheid, maar wel de mogelijkheid, waarvan werkneemster gebruik moet maken. De kantonrechter zal de als gevolg van de klachten ontstane schade, als volgt toewijzen: inkomstenderving tot en met september 2017 € 129.239,40, immateriële schade € 15.000, vervoerskosten € 311,10, kosten huishoudelijke hulp € 27.810 en medische kosten € 3.354,98. De totale schadevergoeding is € 203.182,48.