Naar boven ↑

Rechtspraak

Ondernemingsraad Kerndepartement Ministerie Infrastructuur en Waterstaat/De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW)
Rechtbank Den Haag (Locatie Den Haag), 13 juni 2019
ECLI:NL:RBDHA:2019:6004

Ondernemingsraad Kerndepartement Ministerie Infrastructuur en Waterstaat/De Staat der Nederlanden, vertegenwoordigd door de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (IenW)

Afwijzing verklaring voor recht dat de OR, en niet de groepsondernemingsraad en/of andere ondernemingsraden van lager niveau, advies- en instemmingsrecht toekomt. Op voorhand is niet aan te geven welke medewerkers door een voorgenomen besluit geraakt kunnen worden.

Feiten

Aan de Rijnstraat 8 te Den Haag bevindt zich het Rijkskantoorpand Rijnstraat 8 (hierna te noemen: Rijnstraat 8). Rijnstraat 8 is in mei 2017 in gebruik genomen. Op dit moment zijn ongeveer 6.000 medewerkers van het ministerie van Buitenlandse Zaken, het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (hierna: IenW) en drie diensten van het ministerie van Justitie en Veiligheid (IND, Dienst Terugkeer en Vertrek en het COA) in Rijnstraat 8 gehuisvest. Binnen IenW waren op 1 oktober 2018 in totaal 12.191 medewerkers werkzaam, van wie 2.192 in Rijnstraat 8. Alle medewerkers van het Kerndepartement IenW (hierna: KDP), 1.267 fte, zijn tewerkgesteld in Rijnstraat 8. De overige medewerkers van IenW die in Rijnstraat 8 zijn tewerkgesteld, zijn medewerkers van drie andere bedrijfsonderdelen van IenW, namelijk de RWS-staf, ILenT en IBI. Voor het gehele departement IenW is een Departementale Ondernemingsraad (hierna: de DOR) ingesteld. Binnen IenW zijn 20 ondernemingsraden actief. Een van de 20 ondernemingsraden is de Ondernemingsraad Kerndepartement ministerie Infrastructuur en Waterstaat (hierna: de OR). De OR verzoekt de kantonrechter te bepalen dat de ondernemer gehouden is om besluiten die onder het advies- en instemmingsrecht vallen op grond van artikel 25 en/of 27 WOR en die betrekking hebben op Rijnstraat 8, ter advies en/of instemming aan de OR (mede) voor te leggen.

Oordeel

Uitgangspunt bij de beoordeling van op welke laag binnen de medezeggenschap een bepaald voorgenomen besluit moet worden voorgelegd is artikel 35 lid 1 WOR dat ten aanzien van centrale en groepsondernemingsraden stelt dat 'in die raden uitsluitend aangelegenheden worden behandeld die van gemeenschappelijk belang zijn voor alle of voor de meerderheid van de ondernemingen waarvoor zij zijn ingesteld'. Voor de toepassing van artikel 35 WOR is de DOR met een groepsondernemingsraad gelijk te stellen. De OR stelt dat wat betreft Rijnstraat 8 alleen de OR medezeggenschaprechten kan toekomen. Tegelijkertijd stelt de OR dat bij huisvestingsvraagstukken betreffende Rijnstraat 8 het om aangelegenheden gaat die slechts vier van de ondernemingen binnen IenW betreffen en dat daarom de conclusie moet zijn dat over aangelegenheden betreffende Rijnstraat 8 de bevoegdheden niet van rechtswege overgaan naar de DOR. Die conclusie is in die zin juist, waar het gaat om (huisvestings)aangelegenheden die uitsluitend Rijnstraat 8 betreffen. Het valt echter niet uit te sluiten dat bepaalde huisvestingsaangelegenheden meerdere vestigingen van IenW betreffen, in welk geval de toets van artikel 35 WOR anders kan uitpakken. Dat hangt geheel van de aard van het voorgenomen besluit af. Hetgeen de OR in feite stelt, is dat alle voorgenomen besluiten betreffende Rijnstraat 8 uitsluitend aan de OR moeten worden voorgelegd, omdat 62%, dus de meerderheid, van de medewerkers van IenW in Rijnstraat 8 werkzaam zijn bij KDP. Voor zover het standpunt van de OR is dat hij uitsluitend (dus met uitsluiting van de ondernemingsraden RWS-staf, IlenT en IBI) bevoegd is in aangelegenheden betreffende Rijnstraat 8 kan dat standpunt geen stand houden. Uit artikel 35 WOR vloeit namelijk niet voort dat als de medezeggenschapsbevoegdheden niet overgaan naar een hoger niveau, binnen het lagere niveau de bevoegdheden slechts aan een van de betrokken ondernemingsraden (bijvoorbeeld de ondernemingsraad van de onderneming met de meeste medewerkers) toekomt. In het geval van een voorgenomen besluit dat gevolgen kan hebben voor de medewerkers van meerdere ondernemingen zal aan elk van de betrokken ondernemingsraden het besluit moeten worden voorgelegd. Het stelsel van de WOR voorziet niet in een situatie dat binnen een bepaalde laag van de medezeggenschap de ene ondernemingsraad mede een andere vertegenwoordigt of dat de minderheid moet wijken voor de meerderheid. Of de OR met betrekking tot een voorgenomen besluit betreffende Rijnstraat 8 bevoegd is, zal volledig afhangen van het antwoord op de vraag of het besluit van gemeenschappelijk belang is voor de meerderheid van de betrokken ondernemingen binnen IenW. Is het antwoord op die vraag bevestigend, dan zal de DOR bevoegd zijn. Is het antwoord op die vraag ontkennend, dan zal elk van de ondernemingsraden van de ondernemingen voor de medewerkers waarvan het besluit gevolgen kan hebben, bevoegd zijn. Alleen voor besluiten waardoor alleen de medewerkers van KDP geraakt worden, zal de OR uitsluitend bevoegd zijn. In deze procedure gaat het in abstracto over toekomstige voorgenomen besluiten. Uit het voorgaande vloeit voort dat niet op voorhand valt aan te geven welke medewerkers door een voorgenomen besluit geraakt kunnen worden. Afwijzing van het verzoek van de OR volgt.