Naar boven ↑

Rechtspraak

werkgever c.s./werknemer c.s.
Rechtbank Amsterdam, 18 juni 2019

werkgever c.s./werknemer c.s.

Geen sprake van onrechtmatige concurrentie door twee voormalige werknemers die eenzelfde soort onderneming starten als de voormalig werkgever. Beroep op Boogaard/Vesta slaagt niet. Niet kan worden gesproken van het stelselmatig en substantieel afbreken van bedrijfsdebiet.

Feiten

Twee werknemers zijn in dienst geweest bij Sevenstar Yacht Transport B.V. (hierna: Sevenstar) respectievelijk Go Gracht Service C.V. (hierna: Go Gracht). Beide ondernemingen maken onderdeel uit van dezelfde groep. Werknemer A werkte in een salesfunctie en werknemer B in marketing. In de arbeidsovereenkomsten van werknemers is geen geheimhoudings- of non-concurrentiebeding opgenomen. In de Code of Conduct, die van toepassing is binnen de gehele groep, is wel een geheimhoudingsbeding opgenomen. Werknemers hebben deze Code of Conduct niet ondertekend. In 2018 zijn beide arbeidsovereenkomsten door middel van een vaststellingsovereenkomst beëindigd. In de vaststellingsovereenkomsten staat dat werknemers ‘zich ook na het einde van het dienstverband houden aan de geheimhoudingsverplichting zoals opgenomen in de arbeidsovereenkomst’. Werknemers hebben op 13 december 2018 de vennootschap BBC Yacht Transport B.V. (hierna: BBC) opgericht. Sevenstar en Go Gracht vorderen thans onder meer een verbod voor werknemers om enige activiteit te verrichten voor BBC, stellende dat zij daarmee hun oude werkgevers onrechtmatig beconcurreren.

Oordeel

Niet in geschil is dat in de arbeidsovereenkomsten geen non-concurrentie- en/of relatiebeding is opgenomen. Een beroep op de geheimhoudingsbedingen in de vaststellingsovereenkomsten gaat niet op, nu het ene beding betrekking heeft op de vaststellingsovereenkomst zelf en het andere beding verwijst naar een geheimhoudingsverplichting in de arbeidsovereenkomst die er niet is. De Code of Conduct is door werknemers niet ondertekend en in de arbeidsovereenkomst is geen verwijzing naar de Code of Conduct opgenomen. Dit betekent dat het werknemers in beginsel vrij staat om de concurrentie met hun oude werkgevers aan te gaan. Niettemin kunnen bijkomende omstandigheden ertoe leiden dat handelingen van werknemers als onrechtmatige concurrentie moeten worden aangemerkt. De voorzieningenrechter verwijst in dit verband naar het arrest Boogaard/Vesta van de Hoge Raad (HR 9 december 1955, ECLI:NL:HR:1955:47). Van ongeoorloofde concurrentie kan sprake zijn wanneer de voormalige werknemer met behulp van vertrouwelijke informatie van zijn voormalige werkgever duurzame relaties van die werkgever benadert en aldus afbreuk doet aan het bedrijfsdebiet van de voormalige werkgever, daarbij gebruikmakend van de know-how en/of de goodwill die hij bij diezelfde werkgever heeft verkregen. De vraag of een dergelijke handelwijze onrechtmatig is, hangt onder meer af van de wijze waarop en de mate waarin zij plaatsvindt. De voorzieningenrechter overweegt dat in deze procedure onvoldoende aannemelijk is geworden dat werknemers gebruik hebben gemaakt van vertrouwelijke kennis en informatie voor het winnen van klanten. Van belang daarbij is dat niet aannemelijk is geworden dat werknemers bekend waren met technische gegevens. Zij werkten immers in de sales en marketing. Aannemelijk is dat hun kennis zich met name op het gebied van de connecties met (mogelijke) cliënten bevond. Het staat vast dat werknemer A aanwezig is geweest op een tweetal beurzen en dat hij daar ook heeft gesproken met in ieder geval twee klanten/contacten van Sevenstar. Ook werknemer B heeft met de CEO van een klant gesproken. Dit is op zichzelf echter niet onrechtmatig, nog los van de omstandigheid dat over de inhoud van dit gesprek geen overeenstemming bestaat en het de vraag is of die connecties onder de definitie van vertrouwelijke informatie vallen. Aan het vereiste van stelselmatigheid is hiermee niet voldaan. Verder is onvoldoende aannemelijk geworden dat klanten daadwerkelijk zijn overgestapt naar BBC. Onder deze omstandigheden kan niet worden gesproken van het stelselmatig en substantieel afbreken van bedrijfsdebiet. De vorderingen zijn dan ook niet toewijsbaar.

  • Instantie: Rechtbank Amsterdam
  • Datum uitspraak: 18-06-2019
  • Roepnaam: werkgever c.s./werknemer c.s.
  • Nummer: AR-2019-0764
  • Onderwerpen: Onrechtmatige concurrentie
  • Trefwoorden: onrechtmatige concurrentie, Boogaard/Vesta, concurrentiebeding, relatiebeding, geheimhoudingsbeding, afbreken bedrijfsdebiet en stelselmatigheid