Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemster/Securitas Beveiliging B.V.
Rechtbank Noord-Holland (Locatie Haarlem), 17 juli 2019
ECLI:NL:RBNHO:2019:6568

werkneemster/Securitas Beveiliging B.V.

Vernietiging ontslag op staande voet van beveiliger vanwege ontbreken dringende reden. Onvoldoende aannemelijk dat werkneemster heeft gefraudeerd met het invullen van een schadeformulier voor een collega. Afwijzen voorwaardelijk ontbindingsverzoek werkgever.

Werkneemster is – nadat zij eerst op basis van diverse uitzendovereenkomsten bij Securitas Beveiliging B.V. (hierna: Securitas) werkzaam is geweest – op 27 juli 2015 in dienst getreden bij Securitas. Vanaf die datum verrichtte werkneemster haar werkzaamheden als beveiliger op de locatie van Unilever. Collega A heeft op enig moment aan werkneemster verteld dat zij door een ex-vriend is mishandeld. Werkneemster heeft aan collega A uitgelegd dat het mogelijk is om daarvoor bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: het Schadefonds) een vergoeding te vragen. Op 3 oktober 2018 is bij het Schadefonds een aanvraag voor een ‘Uitkering slachtoffer’ binnengekomen. Hierop staat onder meer: (1) als ‘Slachtoffer’ collega A, (2) het rekeningnummer van werkneemster, (3) als ‘Gemachtigde’ werkneemster, (4) ondertekend op 29 september 2018 door collega A, en (5) bij ‘Aanvulling’ onder meer: ‘Als er vragen zijn kunnen jullie met mij nicht contact opnemen’, met daarbij het telefoonnummer van werkneemster. Op 15 februari 2019 heeft Collega A aangifte van fraude bij de politie gedaan tegen werkneemster. Op 18 februari 2019 heeft Securitas nogmaals met collega A gesproken. Op 19 februari 2019 is werkneemster door Securitas op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief van die datum staat onder meer: 'Het ontslag is – kort samengevat – het gevolg van jouw (frauduleuze) handelingen richting jouw collega A, in combinatie met jouw handelingen en gedrag in de periode daarna en gedurende ons onderzoek.' Bij brief van 11 maart 2019 is namens werkneemster aan Securitas kenbaar gemaakt dat het gespreksverslag van 18 februari 2019 diverse feitelijke onjuistheden bevat. Ook is in de brief bezwaar gemaakt tegen het gegeven ontslag op staande voet. Werkneemster verzoekt de kantonrechter onder meer het ontslag op staande voet te vernietigen.

Oordeel

Naar het oordeel van de kantonrechter zijn de aan het ontslag op staande voet ten grondslag gelegde verwijten onvoldoende aannemelijk geworden en, voor zover dat wel het geval zou zijn, vormen deze ook geen dringende reden voor ontslag op staande voet. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat werkneemster, zonder medeweten van collega A, haar rekeningnummer op het aanvraagformulier heeft ingevuld. Voldoende aannemelijk is geworden dat werkneemster collega A slechts wilde helpen bij het aanvragen van de vergoeding. Dat werkneemster jegens collega A frauduleus heeft gehandeld althans haar heeft getracht op te lichten, acht de kantonrechter niet aannemelijk geworden. Ook is onvoldoende aannemelijk geworden dat werkneemster collega A de beschikking van het Schadefonds afhandig heeft willen maken en dat het werkneemster is geweest die collega B in de avonduren naar collega A’s huis heeft laten rijden om de beschikking, althans een enveloppe met inhoud, op te halen. Vast staat wel dat werkneemster, hoewel Securitas haar heeft verzocht dit niet te doen, na het gesprek van 14 februari 2019 contact heeft opgenomen met haar collega’s. Dat werkneemster deze collega’s heeft gevraagd valse verklaringen voor haar af te leggen, acht de kantonrechter onvoldoende aannemelijk geworden. Het valt werkneemster wel aan te rekenen dat zij, in ieder geval aanvankelijk, niet transparant heeft willen zijn over het contact met de collega’s. Dit vormt echter naar het oordeel van de kantonrechter – mede gelet op de overige omstandigheden – geen dringende reden voor een ontslag op staande voet. De kantonrechter is van oordeel dat – mede gelet op het arbeidsverleden van werkneemster bij Securitas en haar persoonlijke omstandigheden – van Securitas in de onderhavige situatie ten minste verwacht had mogen worden dat zij een minder verstrekkende maatregel zou hebben opgelegd, zoals een officiële waarschuwing, in plaats van de als ultimum remedium geldende maatregel van ontslag op staande voet. Het tegenverzoek van Securitas de arbeidsovereenkomst te ontbinden of de e-grond of g-grond, wordt afgewezen.