Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Bolkesteijn Infrastructuur B.V.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (Locatie Leeuwarden), 29 juli 2019
ECLI:NL:GHARL:2019:6164

werknemer/Bolkesteijn Infrastructuur B.V.

Werknemer die werkgever een duw geeft met letsel tot gevolg is terecht op staande voet ontslagen. Gedeelte van de in de ontslagbrief opgegeven ontslaggrond is komen vast te staan. Dit gedeelte levert een dringende reden op. Handelen werknemer tevens ernstig verwijtbaar.

Feiten

Werknemer is in 2016 in dienst getreden bij Bolkesteijn Infrastructuur B.V. (hierna: Bolkesteijn) als grondwerker. Op 22 augustus 2018 is werknemer op staande voet ontslagen. In de ontslagbrief staat als reden van het ontslag vermeld dat werknemer de heer X, werkzaam bij werkgever, fysiek heeft bejegend door hem vier keer te slaan. De heer X heeft op 22 augustus 2018 aangifte gedaan van mishandeling door werknemer. Werknemer heeft in eerste aanleg verzocht het ontslag te vernietigen. De kantonrechter heeft dit verzoek afgewezen. De door Bolkesteijn gestelde dringende reden voor ontslag (fysieke bejegening van de heer X door viermaal op zowel armen als hoofd te slaan) is, aldus de kantonrechter, deels komen vast te staan (de fysieke bejegening, die letsel tot gevolg had). Dat gedrag levert een dringende reden voor ontslag op, aldus de kantonrechter. Werknemer komt tegen deze beslissing in hoger beroep.

Oordeel

Ontslag op staande voet

Volgens vaste jurisprudentie fixeert de opgegeven dringende reden de ontslaggrond en bepaalt deze de rechtsstrijd, zowel ten aanzien van de feiten als ten aanzien van de verwijten. Uit de ontslagbrief volgt dat de essentie van het door Bolkesteijn benoemde incident was het gebruik van geweld door een werknemer tegen zijn werkgever (de heer X). Volgens die brief bestond het geweld uit het viermaal slaan op zowel armen als hoofd, maar die feitelijke invulling is niet meer dan een specificatie van (de essentie van) het gemaakte verwijt, te weten geweldsuitoefening door de werknemer jegens de werkgever. Door te onderzoeken of van de opgegeven ontslaggrond een gedeelte, te weten de uitoefening van geweld door de werknemer jegens de werkgever zonder slaan, is komen vast te staan heeft de kantonrechter gedaan wat hij moest doen omdat ook een gedeeltelijke juistheid van de opgegeven ontslaggrond onder omstandigheden een ontslag op staande voet kan dragen. Werknemer heeft ter zitting in hoger beroep verklaard dat hij de heer X op 22 augustus 2018 een duw heeft gegeven waardoor de heer X ten val is gekomen tegen een auto en vervolgens op de grond. Uit deze verklaring, gelezen in combinatie met de lezing van de feiten zoals Bolkesteijn heeft aangegeven, kan als vaststaand gedeelte van de opgegeven ontslaggrond worden aangemerkt dat sprake is geweest van fysieke bejegening van de heer X door werknemer. Bolkesteijn heeft gesteld dat de heer X bij dit incident letsel heeft opgelopen. Die stelling is onderbouwd met een proces-verbaal van aangifte van 22 augustus 2018 en een verklaring van de huisarts van 24 augustus 2018. Het hof overweegt dat onvoldoende is weersproken dat de heer X dit letsel inderdaad heeft opgelopen op 22 augustus 2018, tijdens het incident. Voornoemd ‘vaststaand gedeelte’ van de opgegeven ontslaggrond kan als een dringende reden worden aangemerkt. De persoonlijke omstandigheden van werknemer maken dit niet anders. Gebleken is dat werknemer sinds augustus 2018 lijdt aan depressieve klachten, maar niet kan worden gezegd dat die klachten zo ernstig waren dat hem van het incident niet of nauwelijks een verwijt kan worden gemaakt.

Vergoedingen

Het hof overweegt dat werknemer geen aanspraak heeft op de transitievergoeding. Het plegen van fysiek geweld met letsel tot gevolg door werknemer tegen zijn werkgever is ernstig verwijtbaar. Voor toekenning van een billijke vergoeding alsmede een vergoeding wegens onregelmatige opzegging bestaat evenmin grond.