Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 23 juli 2019
ECLI:NL:GHAMS:2019:2696
werknemer/Menzies Aviation (LCC) B.V.
Feiten
Werknemer is bij vonnis van 29 maart 2017 van de Rechtbank Amsterdam in staat van faillissement verklaard. Werknemer is op 12 februari 2018 in dienst getreden bij Menzies als financial controller. De functie van financial controller is een vertrouwensfunctie waarvoor de werknemer dient te beschikken over een Verklaring van geen bezwaar (VGB). Hiervoor dient de werknemer het formulier ‘Aanmelding Veiligheidsonderzoek Burgerluchtvaart’ van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) in te vullen (hierna: screeningsformulier). Bij punt 6 van het screeningsformulier 'Bijzondere omstandigheden' heeft werknemer 'nee' aangevinkt. Aan werknemer is een VGB verstrekt. Op 18 mei 2018 heeft de curator Menzies verzocht het totaal netto-inkomen van werknemer over de maand mei 2018 minus de beslagvrije voet over te maken naar de faillissementsrekening. Bij brief van 23 mei 2018 is werknemer op staande voet ontslagen, omdat Menzies via de curator heeft begrepen dat werknemer in staat van faillissement is verklaard terwijl werknemer dit noch in zijn sollicitatiegesprek noch op het screeningsformulier heeft aangegeven. De kantonrechter heeft in eerste aanleg geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven.
Oordeel
Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat de gedragingen van werknemer, bestaande uit het verzwijgen van het faillissement ten tijde van zijn sollicitatie en het niet naar waarheid invullen van het screeningsformulier, een dringende reden vormen. Het staat vast dat werknemer voor de vertrouwensfunctie van financial controller een VGB nodig had. Ter verkrijging daarvan diende hij het screeningsformulier in te vullen. De toelichting bij vraag 6 van het screeningsformulier maakt duidelijk dat financiële problemen van belang zijn in verband met mogelijke kwetsbaarheid voor chantage en/of manipulatie. Werknemer had in dit verband zonder meer melding moeten maken van zijn persoonlijke situatie die zich kenmerkte door een faillissement. Door hiervan geen melding te maken, heeft werknemer zowel Menzies als de AIVD onvolledig ingelicht. Menzies heeft daardoor niet de kans gekregen onderzoek te doen naar de betrouwbaarheid of de kwetsbaarheid van werknemer. Uit artikel 11 van de arbeidsovereenkomst blijkt dat werknemer verplicht was mee te werken aan het volledig en juist invullen van het screeningsformulier en dat een verzwijging of onware mededeling zou leiden tot een einde van de arbeidsovereenkomst. Werknemer heeft verder aangevoerd dat hij geen financiële problemen ervoer en dat een persoonlijk faillissement niet in de weg stond aan het uitvoeren van zijn werkzaamheden. Een faillissement is bij uitstek een situatie waarin financiële problemen aan de orde zijn, alleen al omdat een algeheel beslag op het vermogen van de gefailleerde ligt. Werknemer heeft ten slotte aangevoerd dat zijn faillissement staat geregistreerd in het openbare insolventieregister, zodat het voor Menzies eenvoudig vindbaar was en de verzwijging om die reden geen dringende reden voor ontslag kan vormen. Het hof gaat ook aan dit verweer voorbij. Menzies heeft werknemer immers, via het screeningsformulier, gevraagd naar mogelijke financiële problemen en werknemer heeft die verzwegen. Onder deze omstandigheden hoefde van Menzies niet te worden verwacht dat zij het insolventieregister zou raadplegen. Voor zover in dit opzicht op Menzies een onderzoeksplicht zou rusten, heeft zij daaraan voldaan door werknemer in het screeningsformulier naar mogelijke financiële problemen te vragen. De slotsom van het voorgaande is dat Menzies de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig met onmiddellijke ingang heeft opgezegd vanwege het bestaan van een dringende reden.