Naar boven ↑

Rechtspraak

Wink Accessories B.V./werknemer
Rechtbank Oost-Brabant (Locatie 's-Hertogenbosch), 2 augustus 2019
ECLI:NL:RBOBR:2019:4543

Wink Accessories B.V./werknemer

Concurrentiebeding mist toepassing omdat dit is beperkt tot een aantal specifieke ondernemingen. Vordering tot nakoming concurrentiebeding in kort geding afgewezen.

Feiten

Werknemer is met ingang van 1 oktober 2016 voor onbepaalde tijd in dienst getreden bij Wink in de functie van 'Business Unit Manager Accessoires'. In de tussen werknemer en Wink gesloten arbeidsovereenkomst is een geheimhoudingsbeding, een non-concurrentiebeding en een relatiebeding alsmede een boetebepaling opgenomen. Op 28 maart 2019 heeft werknemer de arbeidsovereenkomst met Wink opgezegd tegen 30 april 2019. Op 29 maart 2019 heeft werknemer medegedeeld dat hij bij Proud Fashion B.V. (hierna: Proud Fashion) zal gaan werken in de functie van commercieel directeur. Werkgever heeft werknemer erop gewezen dat hij daarmee het concurrentiebeding overtreedt. Werkgever vordert in kort geding werknemer te bevelen het concurrentiebeding na te komen.

Oordeel

Werknemer heeft aangevoerd dat het concurrentiebeding enkel betrekking heeft op de indiensttreding van werknemer bij de specifiek in dat beding genoemde ondernemingen, waaronder 'Calze del Monde', het bedrijf waar werknemer voorafgaand aan het dienstverband bij Wink in dienst was. Dat de nieuwe werkgever van werknemer een zustermaatschappij is van Calze del Mondo is dus niet relevant omdat Calze del Mondo niet een van de ondernemingen is die zijn genoemd in het concurrentiebeding. De voorzieningenrechter volgt werknemer niet in deze stelling en is van oordeel dat Calze del Monde een kennelijke verschrijving betreft en dat bedoeld is Calze del Mondo. Niet aannemelijk is gemaakt dat partijen het bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst over een mogelijke indiensttreding van werknemer bij Calze del Monde hebben gehad, destijds een kleine onderneming die geen serieuze concurrent van Wink was en die thans niet meer bestaat. Dat partijen bij aanvang van de arbeidsovereenkomst de bedoeling hadden af te spreken dat werknemer niet in dienst zou treden bij Calze del Mondo ligt ook voor de hand gezien het feit dat werknemer voor zijn indiensttreding bij Wink bij Calze del Mondo werkte. De vraag rijst vervolgens of werknemer – door zijn indiensttreding bij Proud Fashion, een onderneming waarvan, gelet op het feit dat beide ondernemingen gevestigd zijn aan hetzelfde adres en (indirect) dezelfde directeur hebben, vast staat dat dit is gelieerd aan Calze del Mondo – het concurrentiebeding overtreedt. Dat Wink met het opstellen van het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst met werknemer heeft bedoeld het ook te verbieden om in dienst te treden bij ondernemingen die gelieerd zijn aan Calze del Mondo wordt betwist en volgt niet uit de bewoordingen van het concurrentiebeding. Hierin is immers een aantal specifieke ondernemingen genoemd waaronder niet Proud Fashion. Had Wink willen voorkomen dat werknemer in dienst zou treden bij ondernemingen van Calze de Mondo, dan had zij (bijvoorbeeld) in het concurrentiebeding moeten opnemen dat het zou worden verboden om te gaan werken voor ondernemingen van Calze de Mondo en/of voor ondernemingen die ‘verbonden’ zijn aan de in het concurrentiebeding genoemde ondernemingen. Nu Proud Fashion niet een van de ondernemingen is die wordt genoemd in het concurrentiebeding, handelde (en handelt) werknemer dus niet in strijd met het concurrentiebeding door in dienst te treden bij Proud Fashion. De vorderingen van Wink dienen dan ook te worden afgewezen.