Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Yulius/werknemer
Gerechtshof Den Haag (Locatie Den Haag), 6 augustus 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:2077

Stichting Yulius/werknemer

Schending zorgplicht door werkgeefster met betrekking tot werknemer die door een trap in onderbuik door een psychiatrisch patiënt aanhoudende pijnklachten heeft, omdat risicotaxatie patiënt niet aanwezig was. Mogelijk nogmaals een comparitie over vaststellen schade.

Feiten

Werknemer is van medio 2001 tot 30 juni 2006 in dienst van Stichting Yulius (hierna: ‘Yulius’) werkzaam geweest op de afdeling acute psychiatrie van het ziekenhuis van Yulius in de functie van verpleegkundige. Op 10 augustus 2005 is werknemer tijdens een dagdienst door een patiënt (die laarzen met harde neuzen droeg) in zijn onderbuik geschopt, nadat tussen de betreffende patiënt en een andere patiënt een escalatie had plaatsgevonden. Werknemer was ten tijde van het incident getraind in het hanteren van dreigend en destructief gedrag door middel van een zogeheten DDG-training en had een alarmpieper op zak. Werknemer heeft in eerste aanleg onder meer gevorderd dat voor recht wordt verklaard dat Yulius aansprakelijk is voor de door werknemer door het incident dat heeft plaatsgevonden op 10 augustus 2005 geleden schade en dat Yulius wordt veroordeeld om aan werknemer de geleden en nog te lijden schade te betalen. Bij vonnis van 16 februari 2017 heeft de kantonrechter voor recht verklaard dat Yulius aansprakelijk is voor de door werknemer geleden schade ten gevolge van het incident op 10 augustus 2005 en Yulius veroordeeld tot betaling aan werknemer van een schadevergoeding, nader op te maken bij staat. Tegen dit oordeel keert Yulius zich in hoger beroep.

Oordeel

Yulius keert zich tegen het oordeel van de kantonrechter in haar vonnis van 10 maart 2016 waarin zij als voorlopige conclusie heeft overwogen dat de pijnklachten van werknemer als gerelateerd aan het ongeval kunnen worden beschouwd en tegen het vonnis van 16 februari 2017 waarin de kantonrechter die conclusie definitief heeft getrokken en de mogelijkheid van schade, voldoende voor verwijzing naar de schadestaatprocedure, aannemelijk heeft geoordeeld. Het hof volgt Yulius niet met betrekking tot deze stellingen. Met betrekking tot de schending van de zorgplicht ex artikel 7:658 BW door Yulius geldt het volgende. Uit artikel 2 van de Richtlijn hanteren fysieke agressie (hierna: ‘de Richtlijn’) vloeit voort dat voor de patiënt door wie werknemer is aangevallen een risicotaxatie diende te zijn opgesteld. Uit artikel 3 van de richtlijn vloeit voort dat de risicotaxatie voor de aanwezige verpleegkundigen beschikbaar diende te zijn. Het hof is op grond daarvan met de kantonrechter van oordeel dat wanneer hieraan niet is voldaan, dit als een schending van de zorgplicht moet worden aangemerkt. Daaraan doet niet af dat, zoals Yulius benadrukt, werknemer een ervaren en gediplomeerd werknemer was. Met betrekking tot de geheimhoudingsverplichting waar Yulius zich op heeft beroepen geldt het volgende. Ook als Yulius op goede gronden ervan uitgaat dat zij tegenover de patiënt verplicht is tot geheimhouding van de inhoud van de risicotaxatie en zij door overlegging daarvan haar geheimhoudingsplicht jegens de patiënt zou schenden, komt dit, als werkgeefster die de stelplicht – en zo nodig de bewijslast – heeft dat zij aan haar zorgplicht op grond van artikel 7:658 BW heeft voldaan, in haar verhouding tot werknemer voor haar risico. Dit geldt temeer nu Yulius niet alles heeft gedaan wat redelijkerwijs van haar verwacht mocht worden om te bewerkstelligen dat zij de risicotaxatie over mocht leggen. Voor zover Yulius wel beoogt bewijs van de inhoud van de risicotaxatie aan te bieden, gaat het hof daaraan voorbij omdat Yulius met betrekking tot die inhoud niet heeft voldaan aan haar stelplicht. Het hof is van oordeel dat Yulius op het punt van de risicotaxatie en de DDG-training is tekortgeschoten in haar zorgplicht uit artikel 7:658 BW. Hetgeen door Yulius is aangevoerd met betrekking tot het causaal verband tussen de schending van de zorgplicht en het ongeval wordt door het hof niet gevolgd. Yulius heeft ook in dat kader niet aan haar stelplicht voldaan. Aan het (niet specifieke) bewijsaanbod van Yulius gaat het hof dan ook voorbij. Werknemer heeft primair verwijzing naar de schadestaatprocedure gevorderd en slechts subsidiair veroordeling van Yulius tot vergoeding van door het hof in deze procedure vast te stellen schadebedragen. Niettemin acht het hof het, gelet op het feit dat de zaak al zo lang loopt, in beginsel beter om de schade – zo mogelijk – in deze procedure te begroten. Er zal opnieuw een meervoudige comparitie van partijen worden bepaald, met als doel om nadere inlichtingen te verstrekken en tussen partijen een schikking te beproeven met betrekking tot de omvang van de schade. Indien echterdoor partijen, dan wel één van hen, aan het hof wordt bericht dat op een comparitie geen prijs wordt gesteld, dan zal de comparitie geen doorgang vinden en zal het hof een eindarrest wijzen en daarbij partijen naar de schadestaatprocedure verwijzen. Aan het meer of anders gevorderde gaat het hof voorbij. Het hof houdt iedere verdere beslissing aan.