Naar boven ↑

Rechtspraak

Stichting Yulius/werknemer
Gerechtshof Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 24 september 2019
ECLI:NL:GHDHA:2019:2457

Stichting Yulius/werknemer

Partijen zien af van de mogelijkheid om tijdens een comparitie van partijen nadere inlichtingen te verstrekken. Het hof handhaaft zijn overwegingen en beslissingen uit het tussenarrest.

Feiten

Het hof heeft in een tussenvonnis al overwogen dat de grieven in het principaal appel, te weten de grieven gericht tegen (1) de gebondenheid aan de beslissing in het deelgeschil, (2) het gestelde causaal verband tussen de klachten en het ongeval, (3) de schending van de zorgplicht en (4) het causaal verband tussen de schending van de zorgplicht en het ongeval verworpen. De incidentele grief van werknemer, gericht tegen de lage toekenning van buitengerechtelijke kosten, slaagt. Omdat het hof zich op grond van de voorhanden gegevens nog niet goed in staat achtte om de schade behoorlijk vast te stellen, heeft het bij het tussenarrest opnieuw een meervoudige comparitie van partijen bepaald, met als doel om nadere inlichtingen te verstrekken en tussen partijen een schikking te beproeven met betrekking tot de omvang van de schade. Daarbij heeft het hof overwogen dat indien door partijen, dan wel een van hen, aan het hof wordt bericht dat op een comparitie geen prijs wordt gesteld, de comparitie geen doorgang zal vinden en het hof een eindarrest zal wijzen en daarbij partijen naar de schadestaatprocedure zal verwijzen. Partijen hebben aangegeven niet bereid te zijn te overleggen over de verschillende schadeposten om zo mogelijk een minnelijke regeling te bereiken. Het hof zal dan ook eindarrest wijzen en partijen naar de schadestaatprocedure verwijzen.

Oordeel

Het hof handhaaft zijn overwegingen en beslissingen uit het tussenarrest. De slotsom is dat in het principaal appel de bestreden vonnissen zullen worden bekrachtigd en dat in het incidenteel appel het eindvonnis zal worden vernietigd, maar slechts voor zover Yulius daarin is veroordeeld tot betaling van € 952 aan buitengerechtelijke kosten met wettelijke rente, en het eindvonnis voor het overige zal worden bekrachtigd.