Rechtspraak
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 18 december 2017
ECLI:NL:RBAMS:2017:10678
Cool Cat Fashion B.V./werkneemster
Feiten
Werkneemster is op 1 maart 2016 in dienst getreden van Cool Cat. Met toepassing van de 30%-regeling voor expats bedroeg het nettosalaris van werkneemster € 8.123,15 per maand (exclusief emolumenten). Vanwege de duur van haar verblijf in Nederland zou de 30%-regeling per 1 november 2017 komen te vervallen. Op 31 maart 2017 is werkneemster daarop geattendeerd. Werkneemster heeft Cool Cat gevraagd haar tegemoet te komen. Cool Cat heeft de mogelijkheden die werkneemster daartoe had aangedragen onderzocht en heeft haar laten weten dat er geen enkele mogelijkheid is die haar niet meer geld kost en dat haar financiële situatie dit niet toestaat. Per Whatsapp-bericht van 4 oktober 2017 heeft werkneemster – kort gezegd - aan Cool Cat geschreven dat als Cool Cat het niet kan opbrengen haar te ondersteunen, zij ontslag zal nemen. Partijen zijn in gesprek gegaan en zijn overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst zou eindigen per 31 oktober 2017 en dat werkneemster de laatste twee weken vakantie zou opnemen. Werkneemster heeft geen opzegbrief overhandigd. Op 6 oktober 2017 heeft werkneemster laten weten dat zij toch kan blijven, omdat zij voor het volgende jaar toch aanspraak kan maken op de Werkkostenregeling. Op 10 oktober 2017 heeft er een gesprek plaatsgevonden en is werkneemster vrijgesteld van het verrichten van werk. Werkneemster heeft kenbaar gemaakt dat zij niet heeft opgezegd, geen opzegbrief heeft overhandigd en bereid is haar werk te hervatten. Dezelfde dag heeft Cool Cat laten weten dat wel degelijk sprake is van een opzegging en zij werkneemster aan die opzegging houdt. Cool Cat verzoekt voor het geval vast komt te staan dat de arbeidsovereenkomst niet in geëindigd door haar opzegging, om deze op de kortst mogelijke termijn te ontbinden, zonder toekenning van een transitievergoeding.
Oordeel
Naar het oordeel van de kantonrechter blijkt uit de feiten dat werkneemster duidelijk en ondubbelzinnig heeft opgezegd, omdat Cool Cat haar niet financieel tegemoet wilde komen in het kader van de afloop van de 30%-regeling. Naar Cool Cat terecht stelt, blijkt uit niets dat sprake is geweest van emotionele uitlatingen, maar veeleer van een zakelijke en berekenende opstelling. Cool Cat heeft onvoldoende weersproken gesteld dat op 6 oktober 2017 een beëindigingsdatum is afgesproken en een laatste werkdag en dat afspraken zijn gemaakt over de overdracht van de werkzaamheden. Daar kon werkneemster niet zomaar eenzijdig op terugkomen en Cool Cat heeft er ook geen misverstand over laten bestaan dat zij werkneemster aan de opzegging hield. Het dienstverband is dus met ingang van 1 november 2017 door opzegging beëindigd. Van dwaling aan de zijde van werkneemster is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake geweest. Aangezien niet valt uit te sluiten dat Cool Cat daarbij belang heeft, zal ondanks voormeld oordeel over de geldigheid van de opzegging het voorwaardelijke verzoek tot ontbinding worden toegewezen. De arbeidsverhouding is dusdanig verstoord geraakt dat voortzetting van het dienstverband van Cool Cat niet meer kan worden gevergd. Het verstoord raken van de arbeidsrelatie is niet aan Cool Cat te wijten. Voor een billijke vergoeding is dus geen plaats. Tussen partijen is niet in geschil dat werkneemster geen aanspraak heeft op een transitievergoeding.