Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Optiek Bloemendaal B.V.
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 20 november 2018
ECLI:NL:GHAMS:2018:4246

werknemer/Optiek Bloemendaal B.V.

Werknemer die contact heeft gezocht met twee leveranciers van Optiek, teneinde hen te vragen of zij bereid waren te leveren aan de nieuw te vestigen – concurrerende – onderneming, is terecht op staande voet ontslagen.

Feiten

Werknemer is op 1 november 2001 in dienst getreden van Optiek. In de arbeidsovereenkomst is een concurrentiebeding en een geheimhoudingsbeding opgenomen. Bij brief van 10 mei 2017 is werknemer geschorst en uitgenodigd voor een gesprek. Tijdens het gesprek is aan werknemer medegedeeld dat hij is geschorst omdat Optiek vermoedens heeft dat werknemer de grens van goed werknemerschap heeft geschonden door contact op te nemen met leveranciers ten behoeve van een derde – mogelijk concurrerende – partij. Op 11 mei 2017 heeft werknemer zich ziek gemeld. De bedrijfsarts heeft geconstateerd dat sprake was van een arbeidsgeschil. Er heeft vervolgens op 16 mei 2017 een gesprek plaatsgevonden. Op 18 mei 2017 is werknemer op staande voet ontslagen. Op 1 oktober 2017 is werknemer in dienst getreden bij Optical Retail Amersfoort B.V. Werknemer heeft in eerste aanleg een verklaring voor recht verzocht inhoudend dat het ontslag op staande voet een dringende reden ontbeert. De kantonrechter heeft geoordeeld dat het ontslag op staande voet terecht is gegeven. Werknemer komt hiertegen in hoger beroep.

Oordeel

Naar het oordeel van het hof heeft de kantonrechter terecht geoordeeld dat sprake is van een dringende reden. Werknemer is benaderd door de oprichter van een nog te vestigen opticien in dezelfde straat als waar Optiek is gevestigd. Werknemer heeft vervolgens omstreeks eind april/begin mei 2017 buiten Optiek om en zonder haar medeweten contact gezocht met twee leveranciers van Optiek, te weten [D] en [E], teneinde hun te vragen of zij bereid waren te leveren aan de nieuw te vestigen onderneming. Gegeven het feit dat [D] een exclusief merk is, zoals Optiek onweersproken heeft aangevoerd, had werknemer zich moeten realiseren dat zijn handelingen voor Optiek ontoelaatbaar waren, mede gelet erop dat deze handelingen werden verricht ten behoeve van een op te richten concurrerende onderneming. Het hof is verder van oordeel dat Optiek voldoende voortvarend heeft gehandeld. In de dringende reden ligt besloten dat en waarom het eindigen van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen, zodat Optiek geen transitievergoeding verschuldigd is.