Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Mexicaanse ambassade
Rechtbank Den Haag (Locatie 's-Gravenhage), 1 november 2017
ECLI:NL:RBDHA:2017:16741

werknemer/Mexicaanse ambassade

Vordering tot loondoorbetaling werknemer van Ambassade toegewezen. Nederlands recht is van toepassing. Geen sprake van immuniteit van jurisdictie.

Feiten

Werknemer is sinds 1 juni 2008 in dienst van de Ambassade van Mexico te Den Haag (hierna: de Ambassade). In de arbeidsovereenkomst is Nederlands recht van toepassing verklaard. In een addendum bij de arbeidsovereenkomst is een bepaling opgenomen omtrent het verlengen van de contractstermijn. De arbeidsovereenkomst is nadien verlengd. Op 12 oktober 2012 is een nieuwe arbeidsovereenkomst, in het Engels, ondertekend. Op 1 september 2013, respectievelijk 2014, 2015 en laatstelijk 15 augustus 2016 zijn identieke arbeidsovereenkomsten ondertekend steeds voor de duur van een jaar; de laatste eindigende van rechtswege tegen 1 september 2017. Op basis van deze overeenkomsten was werknemer werkzaam voor de Ambassadeur. Begin juni 2017 heeft de Ambassadeur zijn post verlaten. Op 12 juni 2017 is werknemer ontboden bij het waarnemend hoofd van de diplomatieke missie, de minister raad. Bijgestaan door de tweede secretaris, tevens hoofd juridische zaken, werd werknemer medegedeeld dat krachtens een nieuwe sedert 2015 van kracht zijnde regeling de arbeidsovereenkomst eindigde in verband met het vertrek van de voormalige Ambassadeur. Werknemer moest zijn vakantie opnemen, de maand juni 2017 zou worden uitbetaald en het dienstverband eindigde per 31 augustus 2017. Deze mededeling is ondanks een verzoek daartoe niet schriftelijk bevestigd door de Ambassade. Bij brief, tevens e-mail, van 30 juni 2017 heeft werknemer geprotesteerd tegen het aangezegde ontslag, aangeboden het werk te hervatten en doorbetaling van loon gevorderd. Werknemer heeft een WW-uitkering aangevraagd, maar het UWV wil een ontslagbrief zien die werknemer niet krijgt van de Ambassade. Werknemer vordert in kort geding betaling van zijn loon over de periode totdat in hoogste instantie is bepaald dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zal zijn beƫindigd.

Oordeel

De kantonrechter gaat allereerst in op de immuniteit van jurisdictie. Het beroep hierop wordt door de kantonrechter afgewezen, omdat de immuniteit van rechtsmacht niet strekt tot handelingen waarin de staat op voet van gelijkheid rechtsbetrekkingen aangaat met particulieren, zeker niet indien die particulieren geen publiekrechtelijke handelingen verrichten ten behoeve van de vreemde staat. De staat Mexico heeft in onderhavige zaak immers handelingen verricht waarbij hij op de voet van gelijkheid een rechtsbetrekking met werknemer is aangegaan. De kantonrechter heeft rechtsmacht en komt toe aan een inhoudelijke behandeling van de zaak. In het kader van de inhoudelijke beoordeling overweegt de kantonrechter dat tussen partijen niet in geschil is dat op 1 juni 2008 en 1 september 2008 arbeidsovereenkomsten zijn gesloten waarop Nederlands recht van toepassing is verklaard en waarin de mogelijkheid is opgenomen tot verlenging in overeenstemming met Nederlands recht. Tevens staat vast dat naar Nederlands recht sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De omstandigheid dat vanaf 2012 arbeidsovereenkomsten zijn gesloten waarop Mexicaans recht van toepassing is verklaard, leidt niet tot een ander oordeel, nu reeds voordien naar Nederlands recht een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd tot stand was gekomen. Aangezien tussen partijen naar Nederlands recht sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, is de staat Mexico gehouden tot doorbetaling van loon en de premies ziektekostenverzekering. De gevorderde wettelijke rente en de wettelijke verhoging zullen, nu daartegen geen verweer is gevoerd, eveneens worden toegewezen.