Naar boven ↑

Rechtspraak

Nedahuis B.V. /werkneemster
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Amersfoort), 22 maart 2019
ECLI:NL:RBMNE:2019:5621

Nedahuis B.V. /werkneemster

Partijen zijn het erover eens dat de arbeidsovereenkomst moet worden ontbonden wegens een verstoorde arbeidsverhouding en dat werkneemster een beëindigingsvergoeding toekomt.

Feiten

Werkneemster is sinds 1 juni 2012 in dienst van Nedahuis, laatstelijk in de functie van Managing Director/Regiomanager Zorg. Werkneemster heeft zich op 26 april 2018 ziek gemeld en is op dit moment nog steeds arbeidsongeschikt. Nedahuis verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding, omdat volgens Nedahuis een verschil van inzicht is ontstaan over de wijze waarop werkneemster invulling dient te geven aan de door haar uit te voeren taken.

Oordeel

Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat er sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Partijen zijn het eens dat géén van partijen hiervan een verwijt treft. Niet gebleken is dat het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst verband houdt met de ziekte van werkneemster, zodat het opzegverbod tijdens ziekte toepassing mist. Op grond van hetgeen over en weer is aangevoerd, is de kantonrechter van oordeel dat voldoende aannemelijk is geworden dat sprake is van een redelijke grond voor opzegging, en daarmee voor ontbinding, van de arbeidsovereenkomst van partijen. Het verzoek wordt daarom ingewilligd. Partijen hebben de kantonrechter verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden met ingang van 1 juli 2019. Nu deze datum niet vroeger ligt dan de wettelijk voorgeschreven datum is er geen bezwaar tegen toekenning van dit deel van het verzoek. Partijen zijn het erover eens dat werkneemster aanspraak heeft op een beëindigingsvergoeding van € 30.000 bruto, waarin de wettelijke transitievergoeding is inbegrepen. Nedahuis zal daarom worden veroordeeld tot betaling van die vergoeding.