Rechtspraak
Rechtbank Midden-Nederland (Locatie Amersfoort), 19 februari 2020
ECLI:NL:RBMNE:2020:532
Feiten
Werkneemster is op 1 oktober 2019 begonnen als schoonheidsspecialiste bij werkgeefster, op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd voor de duur van zes maanden. Voor de aanvang van de arbeidsovereenkomst is tussen partijen contact geweest over het diploma schoonheidsspecialist mbo niveau 4. Werkgeefster heeft werkneemster op 30 september 2019 per e-mail laten weten dat zij geen personeel zonder diploma kan aannemen. In dit bericht is ook aangegeven dat als werkneemster niet binnen een week een kopie van haar diploma inlevert, afscheid van haar zal worden genomen. Op 16 oktober 2019 is werkneemster op staande voet ontslagen omdat zij haar diploma niet heeft overgelegd binnen de gestelde termijn. In de e-mail waarin het ontslag op staande wordt bevestigd staat onder andere dat het door het ontbreken van het diploma onmogelijk is om voor werkgeefster te werken. Werkneemster verzoekt bij de kantonrechter vernietiging van het ontslag op staande voet en stelt daarbij dat het niet tijdig kunnen overleggen van een diploma geen geldige reden is voor een ontslag op staande voet en dat het ontslag op staande voet niet onverwijld is verleend. Zij vermoedt dat het ontslag op staande voet te maken heeft met haar ziekmelding op 8 oktober 2019. Werkneemster verzoekt tevens een gefixeerde schadevergoeding en een billijke vergoeding.
Oordeel
De kantonrechter overweegt allereerst dat werkneemster het verzoek binnen de termijn heeft ingediend. Voorts wordt overwogen dat in deze procedure vaststaat dat werkneemster een diploma nodig had om haar werkzaamheden voor werkgeefster te kunnen uitvoeren. Werkgeefster heeft dit aan werkneemster kenbaar gemaakt voor de aanvang van de arbeidsovereenkomst en voor haar ziekmelding. Ter zitting is namens werkgeefster aannemelijk gemaakt dat het gevraagde diploma noodzakelijk is om cliënten te mogen behandelen, in verband met de veiligheid en de door de verzekeraar gestelde eisen. De kantonrechter is van oordeel dat werkgeefster werkneemster een redelijke termijn van ruim twee weken heeft gegeven om het benodigde diploma te verstrekken. Dat het haar niet is gelukt om het diploma binnen deze termijn aan te leveren, komt voor haar rekening en risico. Werkgeefster mocht er om deze reden van uitgaan dat werkneemster niet bekwaam was om de functie van schoonheidsspecialiste uit te kunnen oefenen. Het ontslag op staande voet is daarom rechtsgeldig. De ziekmelding doet hier niet aan af. Werkneemster heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de eigenlijke reden voor het ontslag de ziekte is. Voorts is de kantonrechter van oordeel dat het ontslag onverwijld is gegeven. Dat werkgeefster werkneemster nog een aantal dagen de tijd heeft gegeven om haar diploma over te leggen, maakt niet dat het ontslag niet onverwijld zou zijn gegeven. Het gunnen van tijd om alsnog de juiste papieren over te leggen valt binnen deze zorgverplichting van werkgeefster en kan vervolgens niet aan haar worden tegengeworpen. Tot slot oordeelt de kantonrechter dat werkneemster geen recht heeft op vergoedingen, omdat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is gegeven. Deze verzoeken van werkneemster moeten daarom worden afgewezen.