Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Stichting Leger des Heils Welzijns- en Gezondheidszorg
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 24 maart 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:917
Voldoende aannemelijk is dat werknemer de afspraak met een (zorg)cliënte heeft gewijzigd en dat het niet tijdig verlenen van de benodigde medische zorg ernstige medische gevolgen zou hebben gehad. Arbeidsovereenkomst terecht ontbonden.

Feiten

Werknemer is sinds 1 juli 2009 werkzaam bij het Leger des Heils. De afdeling Planning bestond uit vijf medewerkers. Op 3 december is gebleken dat twee cliënten van het Leger des Heils niet op de zorgroute stonden, terwijl zij beiden medische zorg nodig hadden. De clustermanager heeft de leidinggevende verzocht onderzoek te doen. Uit dit onderzoek is gebleken dat medewerker C op 23 november 2018 aan werknemer heeft geschreven “weet je ook waarheen?”, waarop C antwoordde “geen idee, er zijn geen relevante tl aanwezig of moet (…) zijn”. Deze e-mails zijn nadien verwijderd. Daarnaast is er een data-analyse uitgevoerd voor de data van de cliënten, waaruit is gebleken dat in ieder geval voor een van de cliënten de muteerder is vast te stellen als werknemer. Verder is gebleken dat de weekendplanning door werknemer is verzonden aan thuiszorgmedewerkers die waren ingeroosterd. Op 7 december 2018 is werknemer op non-actief gesteld. Op 7 januari 2019 heeft er een vervolggesprek plaatsgevonden en per brief van 8 januari 2019 is bevestigd dat werknemer is vrijgesteld van werkzaamheden. Partijen hebben gesproken over een beëindigingsregeling, maar die is niet tot stand gekomen. Het Leger des Heils heeft in eerste aanleg verzocht om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op grond van een verstoorde arbeidsverhouding, hetgeen door de kantonrechter is toegewezen. Werknemer komt op tegen het oordeel.

Oordeel

Het onderzoek dat het Leger des Heils heeft verricht bestond uit een data-analyse in de planningsserver, waaruit onder meer – samengevat – is gebleken dat de in het zorgrooster geplande afspraak van een van de cliënten vanuit het account van werknemer is gewijzigd en de afspraak van de andere cliënte niet is gekoppeld aan een thuiszorgmedewerker. Verder is de wijkverpleegkundige geraadpleegd teneinde te achterhalen of deze wijzigingen op verzoek van de cliënten zijn verricht. Naar aanleiding van de reactie van werknemer op de bevindingen heeft het Leger des Heils nader onderzoek laten verrichten. Anders dan werknemer betoogt, was de vraagstelling aan de onderzoekers niet suggestief, en dat er geen extern forensisch onderzoek is verricht, is onvoldoende om de onderzoeksresultaten in twijfel te trekken. Het onderzoek is dan ook zorgvuldig geweest. De gegrondheid van het verwijt met betrekking tot de afspraak van een van de cliënten is niet voldoende aannemelijk geworden, nu uit het onderzoek niet kan worden afgeleid dat werknemer die afspraak heeft gemuteerd of verwijderd. De vraag is dan ook of het verwijt met betrekking tot de afspraak van de andere cliënte het verzoek tot ontbinding zelfstandig kan dragen. Daaromtrent oordeelt het hof dat het Leger des Heils gegronde reden heeft om aan te nemen dat niemand anders dan werknemer de afspraak in het zorgrooster heeft gewijzigd. Niet in geschil is dat het niet (tijdig) verlenen van de benodigde medische zorg aan de cliënte ernstige medische gevolgen zou hebben gehad. Dat bij het Leger des Heils een gebrek in vertrouwen is ontstaan in werknemer, is voorstelbaar en de arbeidsovereenkomst is dan ook terecht ontbonden. Aan werknemer komt geen billijke vergoeding toe.