Naar boven ↑

Rechtspraak

KLG Europe Rotterdam B.V./werknemer
Rechtbank Den Haag (Locatie Gouda), 11 februari 2020
ECLI:NL:RBDHA:2020:2013
Werknemer heeft een door werkgever betaalde voorschotfactuur voor elektronische werkzaamheden in mindering laten brengen op een aan hemzelf gerichte factuur. Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen.

Feiten

Werknemer is op 18 mei 2016 in de functie van managing director bij KLG Europe Rotterdam B.V. (hierna: KLG) in dienst getreden. Vast staat verder dat KLG werknemer op 7 november 2019 op non-actief heeft gesteld. KLG heeft dat gedaan omdat zij van oordeel was dat werknemer onder meer moeizaam communiceert met haar personeel, zich niet als leider gedraagt, dat hij eigenzinnig is en niet is te coachen, dat hij ongepast gedrag vertoont, zonder zelfreflectie is, dat hij zijn geheimhoudingsverplichting heeft geschonden en dat hij de gezondheid van zijn medewerkers in gevaar heeft gebracht, terwijl hij zich, ondanks de hem gegeven waarschuwing en de hem geboden coaching, niet verbetert. Werknemer heeft na de schorsing opdracht gegeven aan aannemer om elektrotechnische werkzaamheden uit te voeren bij KLG en aan zijn eigen woning. Werknemer heeft de door KLG betaalde voorschotfactuur van € 5.000 door aannemer op de aan hem gerichte factuur in mindering laten brengen. KLG verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens ernstig verwijtbaar handelen.

Oordeel

Met betrekking tot de facturen volgt dat werknemer ernstig verwijtbaar heeft gehandeld, zodanig dat van KLG in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Die overeenkomst zal daarom worden ontbonden per 1 maart 2020. Het verzoek van werknemer om KLG te veroordelen om hem de transitievergoeding te betalen, komt niet voor toewijzing in aanmerking nu de beëindiging van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van het ernstig verwijtbaar handelen van werknemer. Nu de ontbinding van de arbeidsovereenkomst niet het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van KLG, komt de door werknemer verzochte billijke vergoeding eveneens niet voor toewijzing in aanmerking. KLG heeft werknemer, mede in aanmerking genomen de met betrekking tot de facturen van [aannemer] vastgestelde feiten, terecht op non-actief gesteld. Dit leidt, in samenhang met de Aanvullende arbeidsvoorwaarden in verband met het ter beschikking stellen van een auto, tot de conclusie dat KLG de door haar aan werknemer ter beschikking gestelde auto wegens zijn op non-actiefstelling heeft mogen innemen.

Relatiebeding

Tussen partijen is een relatiebeding voor drie jaar overeengekomen. Tot de groep van bedrijven waarop het relatiebeding ziet, behoort onder meer OSA. Het feit dat het werknemer zelf is geweest die OSA tot klant van KLG heeft gemaakt, doet dit niet anders zijn. Het verzoek van werknemer om vast te stellen dat de werkzaamheden voor OSA niet vallen onder het relatiebeding of vernietiging van dit beding, komt niet voor toewijzing in aanmerking. Het is evident dat KLG bij het relatiebeding, vanwege haar concurrentiepositie, belang heeft en werknemer, nu KLG hem niet houdt aan het concurrentiebeding, daardoor niet onbillijk wordt benadeeld. De periode waarvoor het relatiebeding geldt, is echter te ruim. De bij dat beding betrokken belangen moeten geacht worden voldoende te zijn beschermd indien deze periode wordt beperkt tot twee jaar, te rekenen vanaf de datum waarop de arbeidsovereenkomst van werknemer eindigt.