Rechtspraak
Gerechtshof Amsterdam (Locatie Amsterdam), 14 april 2020
ECLI:NL:GHAMS:2020:1104
Feiten
Werknemer is op 6 juni 2011 in dienst getreden bij Asito. Naast zijn werkzaamheden bij Asito verricht werknemer 37 uur per week schoonmaakwerkzaamheden bij GOM. Op 11 november 2017 heeft werknemer zich ziek gemeld bij zowel Asito als GOM. Op 30 juni 2018 is werknemer gestart met re-integratie, maar omdat hij zich niet goed voelde is met hem afgesproken dat hij naar huis kon gaan en dat hij de volgende dag weer werd verwacht. Werknemer heeft zich de volgende dag afgemeld en op de vraag of hij zich in staat achtte op 7 juli 2018 weer werk te verrichten aangegeven dat hij zich daartoe niet in staat achtte. Asito heeft werknemer een waarschuwing gegeven en hem gewezen op zijn re-integratieverplichtingen. Daarbij heeft Asito werknemer gevraagd aan te geven of hij op 7 juni 2018 zijn werkzaamheden weer zou kunnen verrichten en aangegeven dat hij, als hij van mening is dat hij niet kan re-integreren, maatregelen moet nemen om dat te bewijzen. Bij brief d.d. 10 juli 2018 is het loon van werknemer stopgezet. Werknemer heeft op 18 juli 2018 een deskundigenoordeel gevraagd. De conclusie daarvan was dat de door de werkgever aangeboden arbeid passend is. Asito heeft aangegeven werknemer in te roosteren en dat afwezigheid wordt beschouwd als het niet meewerken aan re-integratie. Op 13 oktober 2018 is werknemer op het werk verschenen. Toen hij klachten kreeg, is hij door het medisch team onderzocht en heeft hij met zijn leidinggevende afgesproken dat hij de volgende dag weer zou komen werken. Werknemer heeft zich de volgende dag afgemeld. De bedrijfsarts heeft geoordeeld dat er geen aanwijzingen zijn dat er structurele veranderingen in de medische situatie zijn opgetreden en dat het deskundigenoordeel moet worden opgevolgd. De loonstop is gehandhaafd, met uitzondering van de uren dat werknemer heeft gewerkt. Werknemer is voor 3 november 2018 weer ingeroosterd, maar niet op het werk verschenen. Werknemer is nogmaals op zijn re-integratieverplichtingen gewezen. Asito heeft een arbeidsdeskundig rapport laten opstellen dat luidde dat er geen bezwaar bestaat tegen de voorgestelde werkhervatting. In het door Asito aangevraagde deskundigenoordeel is geconcludeerd dat werknemer niet voldoende doet aan re-integratie-inspanningen. Werknemer is een laatste kans gegeven zijn werk te hervatten, maar hij heeft aangegeven het niet eens te zijn met het deskundigenoordeel en dat sprake was van een verslechtering van de situatie. Op 15 februari 2019 heeft Asito kenbaar gemaakt geen andere mogelijkheid te zien dan een ontbindingsprocedure te starten. De kantonrechter heeft het verzoek op de e-grond toegewezen. Werknemer komt op tegen de beschikking.
Oordeel
Het hof volgt werknemer niet in zijn betoog dat de bedrijfsarts niet heeft kunnen beoordelen of sprake was van een verslechterde medische situatie omdat geen tolk aanwezig was. Tijdens het gesprek op 28 januari 2019 heeft werknemer aangegeven dat hij het niet eens was met het deskundigenoordeel en dat er sprake was van een verslechtering van de situatie. Om die reden zou de belastbaarheid opnieuw worden beoordeeld. Werknemer heeft voldoende gelegenheid gehad om een tolk te regelen. Het belang van het gesprek moet werknemer duidelijk zijn geweest en werknemer heeft er zelf voor gekozen zonder tolk naar het gesprek te komen. Dat de bedrijfsarts daardoor geen beoordeling heeft kunnen geven omtrent de vermeende verslechtering van de medische situatie dient dan ook voor rekening en risico van werknemer te komen, zeker nu werknemer bij eerdere gesprekken steeds wel een tolk heeft meegenomen. Werknemer stelt verder dat hij een deugdelijke grond had om zijn re-integratieverplichtingen niet na te komen, omdat Asito heeft verzuimd de re-integratietrajecten tussen haar en GOM onderling af te stemmen. Het is echter aan werknemer te wijten dat er geen onderlinge afstemming heeft plaatsgevonden, nu hij heeft verzuimd de gegevens van GOM te verstrekken. Tot slot stelt werknemer dat hij zich niet bewust was of had behoren te zijn van eventueel onoorbaar handelen, nu zijn behandelend psychiater van oordeel is dat hij een burn-out en een depressieve stoornis heeft. Het hof overweegt dat, nog daargelaten of deze diagnose uit 2018 in 2019 nog steeds juist was, uit de verklaring in ieder geval niet blijkt dat werknemer zich niet bewust was of hoefde te zijn van het feit dat hij zijn re-integratieverplichtingen moest nakomen. Werknemer behoorde zich derhalve bewust te zijn van zijn re-integratieverplichtingen, mede nu hij daarop meermaals door Asito zowel mondeling als schriftelijk is gewezen. De beschikking wordt bekrachtigd.