Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam (Locatie Rotterdam), 10 april 2020
ECLI:NL:RBROT:2020:3622
Feiten
Barkaris B.V. (hierna: Barkaris) houdt zich bezig met de verhuur van ligplaatsen voor boten. Daarnaast biedt zij daarmee samenhangende diensten aan, zoals het onderhoud van boten en de winterstalling. Werknemer heeft op 14 november 2014 een schriftelijke arbeidsovereenkomst ondertekend. De goederen van werknemer zijn bij beschikking van 11 oktober 2019 onder bewind gesteld vanwege problematische schulden, met benoeming van de bewindvoerder. Werknemer vordert in deze procedure een verklaring voor recht dat Barkaris is tekortgeschoten in de betaling van het verschuldigde loon, alsmede betaling van achterstallig loon en vakantiegeld.
Oordeel
De bewindvoerder moet als formele procespartij (eiseres) worden beschouwd. Zij is ook ter zitting van 14 januari 2020 aanwezig geweest. Al hetgeen na de instelling van het bewind namens of door werknemer is ingediend of gezegd, wordt geacht namens de bewindvoerder als eiseres te zijn verricht of gezegd. Werknemer stelt dat twee arbeidsovereenkomsten tot stand zijn gekomen op grond waarvan Barkaris maandelijks loon en onkostenvergoeding verschuldigd is. Barkaris stelt daarentegen dat aan de overeenkomst geen uitvoering is gegeven en dat werknemer ook niet heeft gewerkt voor Barkaris. Daarbij stelt Barkaris dat zij de overeenkomst vanwege de vriendschappelijke relatie tussen werknemer en de bestuurder is aangegaan. De kantonrechter overweegt dat het aan werknemer is om te stellen en zo nodig te bewijzen dat partijen een overeenkomst zijn aangegaan op grond waarvan Barkaris aan hem loon moet betalen. In de getekende overeenkomsten staat duidelijk dat werknemer bij Barkaris in dienst zal treden en dat hij aanspraak maakt op maandelijks loon en onkostenvergoeding. In de eerste overeenkomst zijn bovendien de ingangsdatum, de duur van de overeenkomst (voor onbepaalde tijd) en de toegekende onkostenvergoeding met de hand bijgeschreven en door beide partijen geparafeerd. Barkaris heeft niet uitgelegd waarom dergelijke toevoegingen zijn gedaan, indien partijen toch niet van plan waren de overeenkomst uit te voeren. Niet in geschil is voorts dat werknemer in de onderhavige periode heeft gewerkt, het is alleen niet duidelijk of dit voor Barkaris of een ander (aan de bestuurder gelieerd) bedrijf was. Het enkele feit dat werknemer bij dit bedrijf zou hebben gewerkt, betekent dus niet zonder meer dat hij geen recht heeft op loon van Barkaris. Dit kan anders zijn indien werknemer in deze periode werkzaamheden heeft verricht in het kader van een dienstverband met dit bedrijf. Daarvan is echter nog niet gebleken. De kantonrechter acht het gelet op het vorenstaande voorshands bewezen dat de getekende overeenkomsten de tussen werknemer en Barkaris gemaakte afspraken juist weergeven. Barkaris zal in de gelegenheid worden gesteld tegenbewijs te leveren. Daarbij dient zij aannemelijk te maken dat sprake is van een schijnovereenkomst dan wel dat werknemer in de onderhavige periode alleen een arbeidsovereenkomst met het andere bedrijf had en door dat bedrijf is betaald.