Naar boven ↑

Rechtspraak

werkneemsters/Palace Hotel Operational B.V.
Rechtbank Amsterdam (Locatie Amsterdam), 28 april 2020
ECLI:NL:RBAMS:2020:2487
Vordering tot wedertewerkstelling en loondoorbetaling van twee kamermeisjes wordt afgewezen, omdat onvoldoende aannemelijk is geworden dat het ontslag op staande voet wegens diefstal van een fiets van een werkneemster van het onder het hotel gelegen AH-filiaal zal worden vernietigd.

Feiten

Werkneemsters zijn op 4 november 2019 voor de duur van een jaar in dienst getreden van Palace Hotel Operational B.V. (hierna: Palace Hotel) als ‘room attendant’. In het gebouw waarin het Palace Hotel is gelegen, is op de begane grond een filiaal van Albert Heijn (hierna: AH) gevestigd. Een werkneemster van AH heeft verklaard dat zij op 12 februari 2020 in de ochtend op haar werk aankwam en in de haast haar fiets niet op slot had gezet. Aan het einde van de werkdag ontdekte zij dat haar fiets was gestolen en zij heeft dat gemeld bij de filiaalmanager van AH die haar vertelde dat op de camerabeelden te zien is dat de fiets door twee medewerkers van het Palace Hotel is gestolen. Op 14 februari 2020 heeft de filiaalmanager van AH bij de general manager van het Palace Hotel melding gemaakt van de diefstal onder toezending van de camerabeelden en een verklaring. Op 14 februari 2020 heeft op verzoek van het Palace Hotel een gesprek plaatsgevonden met werkneemster X. Werkneemster X heeft – kort gezegd – verklaard ontslag te willen nemen, omdat zij de fiets heeft meegenomen. Werkneemster X heeft de opgestelde opzeggingsbrief diezelfde dag ondertekend. Op 16 en 17 februari 2020 heeft een gesprek plaatsgevonden met werkneemster Y, de zus van werkneemster X, waarbij deze heeft verklaard dat zij en haar zus de fiets naar het fietsdepot hadden willen brengen. Diezelfde dag heeft het Palace Hotel werkneemsters op staande voet ontslagen. Op 13 april 2020 hebben werkneemsters bij de kantonrechter te Amsterdam ieder een verzoek tot vernietiging van de arbeidsovereenkomst ingediend. Werkneemsters vorderen in kort geding dat het Palace Hotel veroordeeld zal worden tot wedertewerkstelling en doorbetaling van het loon.

Oordeel

Dat hier sprake is van diefstal is voorshands voldoende aannemelijk geworden. Werkneemsters hebben niet betwist dat zij de personen zijn die te zien zijn op de door het Palace Hotel ingebrachte en door de beveiligingscamera van AH gemaakte beelden. De stelling dat zij de fiets alleen hadden verplaatst om later naar ‘gevonden voorwerpen’ te brengen, wordt als niet aannemelijk van de hand gewezen. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat werkneemsters geen geloofwaardige ontlastende verklaring hebben gegeven voor hetgeen op voormelde beelden is waar te nemen, zodat het ervoor moet worden gehouden dat zij met opzet hebben gehandeld en zichzelf ten koste van een ander (in dit geval een medewerkster van het naastgelegen bedrijf) hebben verrijkt. Dit enkele gegeven vormt, gelet op het vertrouwen dat het Palace Hotel moet kunnen stellen in haar medewerkers (zeker kamermeisjes) een zodanig ernstige gedraging dat voorshands moet worden aangenomen dat er sprake is van een dringende reden op grond waarvan van het Palace Hotel niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst met werkneemsters te laten voortduren. De gestelde onberispelijke staat van dienst poetst de diefstal niet weg. Bij dit alles laat de kantonrechter zwaar wegen dat werkneemsters onder werktijd duidelijk zichtbaar in bedrijfskleding om de hoek van het hotel de diefstal hebben gepleegd. Dat schaadt het imago van een hotel en raakt de relatie met de ook in het pand gevestigde AH. Daar wegen de gestelde persoonlijke omstandigheden van werkneemsters niet tegen op. Terecht heeft het Palace Hotel betoogd dat werkneemsters met hun handelwijze een risico hebben genomen met alle gevolgen van dien. Aldus komt de kantonrechter tot de conclusie dat niet voldoende aannemelijk is dat het ontslag op staande voet in de bodemprocedure zal worden vernietigd om daarop door middel van een voorziening als gevorderde vooruit te lopen, zodat de vordering zal worden afgewezen.