Naar boven ↑

Rechtspraak

werknemer/Acist Europe B.V.
Rechtbank Limburg (Locatie Maastricht), 24 april 2020
ECLI:NL:RBLIM:2020:3265
Werkgeefster heeft onvoldoende bewijs geleverd voor een ontslag op staande voet wegens fraude door werknemer die kinderschoenen heeft gedeclareerd als veiligheidsschoenen en privéritten zou verhullen door vermelding van valse zakelijke reisdoelen in de kilometeradministratie.

Feiten

Op 18 oktober 2019 heeft werknemer bij Decathlon kinderschoenen gekocht voor € 36,99. Werknemer heeft deze bon ter declaratie ingediend bij Acist Europe B.V. (hierna: Acist). Deze bon is bij een eerste steekproefsgewijze controle niet ontdekt door de manager van werknemer in de Verenigde Staten, omdat het een bedrag lager dan € 50 betrof. Op 12 december 2019 heeft de HR-afdeling van Acist te Heerlen deze bon wel gezien en geconstateerd dat het geen zakelijke aankoop betrof. Op 19 december 2019 is werknemer geconfronteerd met de declaratie van de bon voor kinderschoenen. Diezelfde dag heeft werknemer een foto van een factuur van Albert America ter zake van de aankoop van veiligheidsschoenen verstrekt aan Acist. Daarna is werknemer op 24 december 2019 op staande voet ontslagen. Het ontslag op staande voet is kennelijk gebaseerd op de volgende door Acist gestelde feiten: (1) fraude door het indienen van een bon voor kinderschoenen, (2) het verhullen van deze fraude door het verstrekken van een frauduleuze bon voor veiligheidsschoenen, (3) het privé rijden met de bedrijfswagen zonder het betalen van de fiscale bijtelling, (4) het verhullen van privéritten door vermelding van valse zakelijke reisdoelen in de kilometeradministratie en (5) het schenden van het vertrouwen van Acist doordat werknemer zijn voorbeeldfunctie op onjuiste wijze heeft ingevuld. Werknemer verzoekt de kantonrechter het ontslag op staande voet te vernietigen. Acist heeft bij wijze van tegenverzoek verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden.

Oordeel

Het enkel bieden van een aantal aanwijzingen die erop kunnen duiden dat er misschien fraude is gepleegd, is niet genoeg. Daarmee is niet bewezen dát er fraude is gepleegd. Werknemer heeft de door Acist geschetste gang van zaken bovendien gemotiveerd weersproken. Aan de verklaring van werknemer kleven weliswaar een aantal opmerkelijke aspecten, maar dat doet niet af aan het uitgangspunt dat op Acist de bewijslast rust om met name aan te tonen dat werknemer willens en wetens tweevoudig fraude heeft gepleegd. Verder is niet uit te sluiten dat werknemer zich gewoon heeft vergist bij het indienen van de bon op 18 oktober 2019, misschien omdat hij er vanwege zijn problematische gezinssituatie niet helemaal met zijn hoofd bij was. Dit alles brengt de kantonrechter tot het oordeel dat Acist er niet voldoende in is geslaagd te bewijzen dat werknemer willens en wetens (1) een paar kinderschoenen heeft gedeclareerd als ware het veiligheidsschoenen en willens en wetens (2) Acist heeft getracht te misleiden met een valse bon van Albert America. Hoewel het voor een financieel directeur niet passend is om zijn kilometeradministratie niet op orde te hebben, is dit naar het oordeel van de kantonrechter met name allereerst een kwestie tussen de werknemer en de Belastingdienst en dan vindt de kantonrechter dat gegeven te licht van aard om een dringende reden in het leven te roepen. Het verhullen van privéritten door vermelding van valse zakelijke reisdoelen in de kilometeradministratie kan als dringende reden worden aangemerkt, maar Acist heeft niet aan het vereiste van onverwijldheid voldaan. De laatste reden voor het ontslag op staande voet is niet concreet gemaakt. Het ontslag op staande voet wordt vernietigd. Door administratieve onzorgvuldigheid en nonchalance aan de zijde van werknemer en het door Acist onterecht grijpen naar een te zwaar middel is de verhouding tussen werknemer en Acist dusdanig verstoord dat van Acist niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De kantonrechter ontbindt de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsverhouding.